Bunny Rabbit + Legoparty

Een mens moet nu en dan eens fout kunnen gaan. Op muzikaal vlak
vertaalt zich dat het meest in breinloze popspektakels op
massaschaal, maar een avondje kitsch in de Botanique konden we ook
moeilijk aan ons voorbij laten gaan. De eerste halte was
Legoparty, een Brussels meidentrio dat stelling
inneemt tegen lange, gecompliceerde melodieën en liever amusante
niemendalletjes door de boxen laat galmen, naar eigen zeggen omdat
het leven zo al kort genoeg is. Glittertopjes, gebekte haren en een
paarse legging sleurden ons de jaren tachtig in, de punky
electroclash die Chicks On Speed met Blondie verzoent versterkte
dit gevoel. Vroeger nam het drietal weleens twee extra muzikanten
mee het podium op, maar ditmaal stond enkel de kern voor ons in het
gezelschap van een laptop die het merendeel van de begeleiding voor
zijn rekening nam. Dit gaf aanvankelijk dan ook een groot
playback-gevoel: gitaren en keys waren aanwezig, maar leverden
slechts weinig op te merken bijdragen. In het begin leek het even
een vroege Eurosong-preselectie: Susy Fury en Sally Ann spuugden
enkele dunne zanglijntjes uit over vacante beats en Melody Destroy
stond erbij en keek ernaar terwijl ze schijnbaar tevergeefs enkele
snaren aanraken. Geleidelijk aan raakten de dames echter meer
in the mood en deed beter songmateriaal het feestje
losbarsten. In de Rotonde moge dit zich op enkele uitzonderingen na
dan wel beperken tot voorzichtig heen en weer geschuifel, maar
verplaats dit gebeuren naar een Fanklub en je zal het kwik
ongetwijfeld een beweging hogerop zien maken. Spijtig genoeg
schuurde de computergestuurde Legoparty live in de context van een
concertzaal een deel van het karakter van het instrumentaal
superieure studiomateriaal weg, waardoor de gedachte niet taande
dat dit allemaal nog een pak verschroeiender had kunnen
klinken.

Over naar Bunny Rabbit dan, de vuilgebekte
opdonder die samen met haar rechterhand Black Cracker eerder dit
jaar op Domino het
voorprogramma van CocoRosie mocht
verzorgen. De Casady’s ontdekten haar en offreerden meteen een
plaatsje op hun Voodoo Eros-label, hoewel de fans van de gezusters
ongetwijfeld de schok van het jaar kregen toen ze hun naam als
enige referentiepunt hanteerden voor dit optreden. Bunny Rabbit
brengt cartooneske hiphop met bij momenten compleet ridicule raps
(“Shooting dolphins is real fun, everybody get your gun
om maar een voorbeeld te noemen), die voor de connoisseurs als je
reinste heiligschennis moet klinken maar eens je er de grap van
inziet wél behoorlijk entertainend is.

Zelf zijn we er na deze avond nog niet uit hoe serieus Bunny
zichzelf neemt, maar live komt haar mix van overgeacteerde
perfomance en rapclichés willens nillens als een parodie over. Dat
kan ook niet anders wanneer enkele seconden nadat ze als een
verlegen schoolmeisje braafjes stond rond te tollen, ze tijdens
‘Dirty Dirt’ plots verviel in een gangsta-scheldtirade met als
poëtische hoogtepunt “You know what? I’m gonna piss all over
your shit. That’s what I’m gonna do motherfucker”
. De
subtiliteit is natuurlijk zoek, maar binnen het gehele plaatje
sluit deze onnozelheid als een bus. Dit niet zo lief klein
konijntje kan dan ook met het een en ander weggeraken: ‘It Ain’t
Easy’ klonk soms behoorlijk vals, maar de über-dramatische houding
erbij maakte je meteen vergevingsgezingd. Hoe weinig hoogstaand het
ook was, in het lijstje zaten deze keer toch weer enkele tracks die
zelfs zonder het showtje erbij overeind kunnen blijven, denken we
maar aan ‘Saddle Up’ en ‘Lucky Bunny Foot’. Graag hadden we aan dit
lijstje nog ‘Lovers And Crypts’ toegevoegd, maar om de één of
andere bizarre reden werd de behoorlijk sterke titeltrack van haar
plaat niet in de setlist opgenomen.

De headlinende positie kan Bunny Rabbit voorlopig nog niet aan,
omdat tussen haar beperkte materiaal nog te veel vulsel zit. De
paar nieuwe nummers wierpen meteen de vraag op of ze hier ooit wel
klaar voor zal zijn. Als deze premières representatief zijn voor
wat ze met haar tweede plaat wil brengen, dan ziet het ernaar uit
dat dit nijntje snel tussen de pruimen zal liggen: het gebrek aan
humoristische gimmicks liet deze songs namelijk uiterst
ongeïnpireerd klinken.

Van hoog niveau kunnen we deze avond onmogelijk noemen, maar
amusant was het zeker wel. De in hoge mate voorgeprogrammeerde
concerten (ook Bunny Rabbit liet zich backen door computeropnames
waarop hier en daar zelfs al enkele zanglijnen uitgewerkt stonden)
zorgden daarenboven voor een extra wrang kantje. Soortgelijke
taferelen hoeven we niet met de regelmaat van de klok te zien, maar
wie eens de foute kant wil opgaan, kon met dit cultsoepje de dorst
goed laven.

Bunny Rabbit’s ‘Lovers And Crypts’ is beschikbaar via
Konkurrent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 17 =