In Memoriam James Brown (1933-2006)

Geen idee of hij er zich bewust van was, maar door er het loodje bij neer te leggen op kerstdag 2006 bewees the Godfather Of Soul over de slechtste en best denkbare timing te beschikken. De eindejaarslijstjes en jaaroverzichten zijn immers afgesloten, en ’s mans overlijden zou wel eens snel vergeten kunnen worden, maar anderszijds is het ook zoals we op een forum opvingen: "This will be Jesus’ funkiest birthday party ever!"

Met James Brown verliest de muziekwereld niet minder dan een van haar grootse en meest kleurrijke figuren, een (Afro-)Amerikaans icoon die in een adem genoemd kan worden met figuren als Louis Armstrong, Miles Davis, Muddy Waters en Jimi Hendrix. Brown was een beeldenstormer, zo excentriek, gedreven en bezeten door de verwezenlijking van z’n dromen en visie, dat hij het zich kon veroorloven een compleet eigen koers te bepalen, terwijl anderen krampachtig de geest en hype van hun tijd probeerden te volgen. Brown was ook een van de weinige zwarte artiesten die zelden of nooit met een label geassocieerd kon worden, dat in tegenstelling tot andere zwarte 60’s helden als Otis Redding (Stax), Aretha Franklin (Atlantic) en Marvin Gaye (Motown). Brown was larger than life en hors catégorie: Soul Brother #1 en The Hardest Working Man in Showbusiness.

Nochtans verliep de weg van rags to riches niet zo makkelijk. Het debuutsingletje "Please Please Please" dat verscheen in het begin van 1956 was meteen een hit, maar de conventionele R&B-song leek een gelukstreffer te zijn: erop volgende singles zouden floppen, en het zag ernaar uit dat Brown nooit de status van de blanke rockers of sterk door gospel beïnvloede sterren als Sam Cooke en Ray Charles zou bereiken. Maar Brown hield vol, scoorde enkele hitjes ("Bewildered," "I Don’t Mind" en "Lost Someone") en zou uiteindelijk het meest legendarische livealbum uit de geschiedenis van de soul opnemen. Live At The Apollo (1963) getuigt nu nog van een waanzinnige intensiteit en energie die destijds insloeg als een bom, niet in het minst door de uitzinnige reacties van het publiek. De live performer werd op slag een reus.

De marathonsessies van Brown & Co. balanceerden toen al op de grens tussen rauwe suggestiviteit en de passie van een gospelmeeting, een balans die steeds sterker uitgespeeld zou worden. Tegelijkertijd zou Brown de transformatie van soul tot funk op poten helpen zetten. "Out Of Sight" en (vooral) het eropvolgende "Papa’s Got A Brand New Bag, Pt. 1" kondigden een nieuwe koers aan: de muziek werd harder en dansbaarder, met swingende ritmes en stotende blazersarrangementen ("I got You (I Feel Good)"). Het hyperkinetische podiumbeest trad ook meer en meer op de voorgrond, inclusief de hem kenmerkende danspassen, gillen en aanmoediginsgkreten, seksuele accenten die geen tegenspraak duldden en de heupen aan het bewegen brachten.

Vooral vanaf 1967 bereikte Brown de ene piek na de andere, en dit door muzikanten rond zich te verzamelen die perfect aanvoelden waar de meester naartoe wilde: tracks als "Cold Sweat", "Get It Together" en, iets later, "Mother Popcorn", "Get Up (I Feel Like Being A) Sex Machine" en "Funky Drummer" (naar verluidt de meest gesamplede funksong aller tijden) waren de definitieve stap naar een tribale dansmuziek die traditionele songstructuren definitief overboord gooide. Zoals criticus Robert Palmer het samenvatte: "The rythmic elements became the song. There were few chord changes or none at all (…) Brown and his musicians began to treat every instrument and voice in the group as if it were a drum."

Zweet en seks

Wat blanke bands als The Grateful Dead einde jaren zestig deden met meanderende psychedelica (de hypnose najagen), dat deed Brown met withete funk. Tussen 1967 en 1973 werkt hij aan de meest lijfelijke muziek die ooit werd opgenomen, een oneindige, uit zweet en seks opgezette groove die dansmuziek haar impulsen gaf en hiphop dozijnen baslijnen om te recycleren. Vanaf het midden van de jaren zeventig werd echter duidelijk dat de eens onaflatend innovatieve muzikant veel van z’n energie was verloren. Platen klonken als doorslagjes van eerder werk, een nieuwe generatie funkmuzikanten onder leiding van George Clinton werd het nieuwe vlaggenschip van de funk en Brown kwam vooral in het nieuws door persoonlijke, vaak beschamende problemen. Hij was ijdel, corrupt en gewelddadig, maar van ophouden wilde hij niet horen, want dat zou The Lord hem kwalijk nemen.

Ondanks enkele commerciële heroplevingen in de jaren tachtig ("Unity", een samenwerking met Afrika Bambaataa, en "Living in America" voor de soundtrack van Rocky IV), bleef Brown de wereld vooral rondreizen als performer. Zijn laatste creatieve piek dateerde al van meer dan drie decennia geleden, maar wat deze Mr. Dynamite presteerde tussen de late jaren 50 en de vroege jaren 70 staat terecht bekend als een van de grootste verwezenlijkingen in de populaire muziek. Hij past daarmee dan ook in hetzelfde rijtje als The Beatles en Bob Dylan, artiesten die de koers van muziek konden sturen en wijzigen. Hij was een van de artiesten die meerdere revoluties (de overgang van R&B naar soul, en dan nog eens naar funk) opstartte en materiaal opnam dat nu nog moeiteloos overeind blijft of nog steeds als standaard geldt.

In de hem zo kenmerkende barokke stijl zei hij eens: "James Brown is a concept, a vibration, a dance. It’s not me, the man. James Brown is a freedom I created for humanity." Grote woorden, maar bij het beluisteren van zijn beste werk lijken deze uitspraken niet eens uit de lucht gegrepen. Ugh!

De aanraders:

Het probleem met Browns werk en dat van de meeste andere klassieke soulartiesten, is dat het vaak onmogelijk is een volledige verzameling op te bouwen. Albums werden vaak opgehangen aan een enkele succesvolle song, die al te vaak schaamteloos werd uitgemolken over de lengte van een album. Het was een singlesmarkt, en albums waren cash-ins. Vandaar dat het een foute gedachte is dat de discografie van een figuur als James Brown consistent zou zijn. De klassieke livealbums staan nu nog steeds trots overeind, maar verder lijkt iemand die het werk van dit icoon wil verkennen vooral gebaat bij enkele van de oerdegelijke beschikbare compilaties, en een handvol extra albums als aanvulling.

20 All-Time Greatest Hits (1991): de ideale introductie voor de nieuwkomers, met alle grote hits en een greep uit alle periodes. Hoogtepunten: zo’n twintig stuks.
Live At The Apollo (1963): Niet ter verwarren met een handvol andere albums met dezelfde titel. Een klassieker van de vroege soul en onmisbaar in elke collectie. Hoogtepunt: de onwaarschijnlijk intense opbouw van het tien minuten durende "Lost Someone", met performer én publiek die tijdens de climax totaal uit hun dak gaan.
Foundations of Funk: A Brand New Bag, 1964-1969 (1996): Voor degenen die willen horen hoe soul funk werd. Zevenentwintig zweterige lappen die zorgen voor de hoogste groove-factor die een release ooit meekreeg. En Vogue, Public Enemy, Dr. Dre, Atari Teenage Riot, Nas: ze hebben er allemaal van geleend.
Sex Machine (1970): Stomende liveset met wat misschien de ultieme funk line-up was: The J.B.’s (Fred Wesley, Maceo Parker, Bootsy Collins, etc). Heter dan een sauna, met een "Sex Machine" van meer dan tien minuten als hoogtepunt.
Star Time (1991): Voor de gulzigaards. Eenenzeventig songs, uitgebracht tussen 1956 en 1984. Hoogtepunten: de eerste drie CD’s, waarvan de tweede en derde gebruikt kunnen worden om na te gaan of u een ziel, gevoel voor ritme, en een hartslag heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − drie =