Amp Fiddler :: Afro Strut

De verzuchting dat het vroeger allemaal veel beter was, zal zelden uit onze mond worden opgetekend, maar dat geldt niet als het over soul, funk en consorten gaat. Dat op een mooie dag de opvolgers of evenknieën van een Al Green, Curtis Mayfield of Sly Stone zich zullen aandienen, achten we onderhand even waarschijnlijk als de kans dat een varken in een roze tutu de volgende buitenlandminister wordt. Laat dat evenwel niet beletten dat we ook in onze nopjes kunnen zijn met gewoon een uitstekende soul/r&b-plaat.

In 2004 trad Joseph ’Amp’ Fiddler met Waltz Of A Ghetto Fly voor het eerst op het voorplan als soloartiest. De man die als toetsenist jarenlang het mooie weer maakte bij o.m. Prince, George Clinton en Primal Scream, profileerde zich als sidekick van de groten der aarde nooit als het gefrustreerde talent met soloambities, maar wachtte rustig zijn tijd af en liet zijn songs in de schaduw rijpen. Was het opgemerkte debuut met op jams gebaseerde nummers een soort retrospectieve over de ghettoflies uit Amps jeugd en diens kinderlijke verwondering over hun handel en wandel, dan is Afro Strut ontegensprekelijk het album van de maturiteit. De weliswaar knappe hutsepot van jarenlang opgespaarde restjes op Waltz ruimt op de nieuwe worp plaats voor kakelverse nummers met voldragen songstructuren.

Het funky binnenkomertje "Faith" lanceert een dwingende oproep om Amp het nodige vertrouwen te schenken en daartoe zijn we al bereid na net geen nanoseconde. De lekker loopse baslijn die zich hier vermengt met een hups drumpatroon en da Fiddler die zich profileert als boterzachte en -geile crooner is een visitekaartje dat kan tellen. Even vrezen we dat de man al zijn kruit aan het verschieten is op de eerste helft van de plaat, want het ene heerlijke nummer volgt naadloos het andere op. Gevaar voor genremoeheid loert daarbij niet meteen om de hoek, want Fiddler laveert in zowat elk nummer tussen soul, (afro)funk, r&b en zelfs jazz. De meest verrassende cocktail op dat vlak is "If I Don’t", waarin luchtige jarentwintigjazz, discosoul en relaxte funk het wel erg goed met elkaar kunnen vinden.

De man uit Detroit kan op zijn eentje moeilijk bewerkstelligen dat de hele Motown-beweging weer nieuw leven ingeblazen wordt, maar hij doet toch een verdienstelijke poging op "Hustle", dat de ziel van Motown ademt. Het is het soort slaapkamertrack waar Marvin Gaye een patent op had, maar van een imitatie is geen sprake, deze muziek zit duidelijk gewoon in Fiddlers ziel gebeiteld. Op eenzelfde pad wandelt het samen met Stephanie McKay ingeblikte "Heaven", een traditionele trage soulsong, zoetgevooisde backings en harpmotiefjes incluis. Wellicht te klef voor sommigen, maar deze naar de foute kant van soul overhellende nummers blijven tot een minimum beperkt.

Veel rijkelijker wordt op Afro Strut de kaart van de vette funk getrokken — twaalf jaar bij de P-Funk Allstars gaan nu eenmaal niet in iemands koude kleren zitten — en dat staat garant voor de heupen flink op de proef stellende songs als "Funky Monday" en "Seven Mile". Weet dat Fiddler hier ook nog eens de percussionele steun krijgt van de weergaloze drummer en Afrofunkveteraan Tony Allen en de vaststelling dat geen enkel nummer voor minder dan excellent tekent, is de enige mogelijke conclusie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × drie =