Dilly Dilly :: Akidleadivy (ep)

Erin Davidson stapte in 2000 in het experimentele folk-ensemble
Cerberus Shoal, waarmee ze eerder dit jaar nog het
puike ‘The Land we All Believe in’ uitbracht. Daarnaast hield ze
zich ook bezig met het op poten zetten van een impressionante
instrumentale beheersing. In twaalf jaar tijd slaagde ze erin zich
toe te leggen op onder meer gitaar, bas, banjo, piano, trompet,
drums en percussie. In de rustpauze na de laatste Cerberus
Shoal-tour selecteerde ze uit dit aanbod de ukelele om aan de slag
te gaan voor haar eerste solo-project, waarvoor ze het pseudoniem
Dilly Dilly aannam. Ze maakte de opnames bij haar thuis en het
resultaat daarvan is de in gelimiteerde oplage uitgebrachte ep
‘Akidleadivy’, een combinatie van pop, folk en traditionele Ierse
gezangen.

‘Akidleadivy’ is een zeer minimalistische plaat geworden, opgebouwd
uit songs die enkel bestaan uit een stem en een ukelele. Behalve
hier en daar het samenvoegen van verschillende vocale lagen zijn er
dan ook geen technische ingrepen gebeurd. Een eenmansproject pur
sang dus. De ep heeft bovendien een retrotoets gekregen, hoewel
deze ‘kleine’ liedjes ook van alle tijden te noemen zijn. Getuige
daarvan is de cover van seventies folk-held Jud Strunk ‘Daisy a
Day’, een zeer eenvoudig nummer dat met een gezonde portie
meligheid pastorale taferelen in de ‘Sound of Music’-traditie
oproept. Het sugar-coated verhaaltje wordt op zo een lieflijke
manier bezongen dat de vertedering het wint van de bittere walging.
Nostalgie troef dus.

Opmerkelijk is ook hoe Davidson binnen zo een strak elan toch
variatie kan bereiken. ‘Doo Write’ bijvoorbeeld doet denken aan
sixties-pop, met een refreintje dat zo banaal is dat het een hele
dag in je hoofd blijft rondspoken. ‘Kge’ kan dan weer het best
beschreven worden als flower power-folk, opnieuw een zeer fout
klinkend etiket voor een best aardig experimentje. Met de klaagzang
‘Ending Beginning’ slaat Davidson de bal dan toch even mis, want
met een speelduur van zes minuten mondt dit nummer uit in
schijnbaar eindeloos gezaag. De Cerberus Shoal-connectie is het
meest duidelijk op ‘Rival’, zich het best laat vatten als een meer
ingetogen akoestische versie van hun werk. Het eclecticisme is op
een lager pitje gezet en het resultaat klinkt daardoor iets
toegankelijker, maar de link is ontegensprekelijk prominent
aanwezig. Niet dat dit een verwijt hoeft te zijn, want het nummer
is één van de sterkste op de ep. Ook de fans van CocoRosie zullen hier ongetwijfeld hun gading
vinden.

Dilly Dilly klinkt klein maar dapper. Het materiaal op deze ep zal
nooit in het muzikale canon opgenomen worden, maar is wel het kind
van een muzikante die geen compromissen sluit en wiens grote liefde
muziek is. Voor een volledige plaat zouden deze ukelele-melodieën
van ‘Akidleadivy’ net iets te minimalistisch kunnen zijn, maar voor
een mini-album werkt het. Davidson zal dus voor het vervolg hierop
op zoek moeten gaan naar iets meer variatie op het vlak van
instrumentatie, maar dit is alvast een aardig opstapje. Ook vormt
dit werk een mooie introductie tot Cerberus Shoal, dat op het
eerste gehoor anders misschien iets te chaotisch en theatraal kan
klinken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 19 =