The Black Keys :: 9 oktober 2006, AB Box

Blues is dood, leve de blues. The Black Keys, ook wel The White Stripes voor gevorderden, leveren niet alleen op plaat ijzersterk werk af. Ook op podium bleek het duo paraat om de liefde te bedrijven met je oren zoals weinigen voor hen het deden. Of hoe het begrip ’indrukwekkend’ opnieuw werd scherpgesteld.

Hoe donker de tijden ook zijn, op hippies kan je altijd rekenen. Opener Blood Meridian, een vijftal uit Vancouver, bestaat uit zo’n stel betrouwbare hippies dat je zonder enige twijfel zou uitnodigen om een zomers tuinfeest op te vrolijken met hun rock-’n-roll-liederen en bij momenten hemelse gezang. Net als Lenny Kravitz in zijn beginperiode, maakt de band bevlogen rockmuziek met een behoorlijke retrostempel. Gelukkig was het tijdmachine-effect eerder beperkt en drukten de Canadezen een hedendaagse stempel op hun muziek, al was het maar door de zin voor humor in de bindteksten en in nummers als "Children Of Christ". Met een gedreven en behoorlijk imponerende cover van Dead Moon’s "I Hate The Blues" liet de band het publiek al op een behaaglijke temperatuur achter, iets dat niet altijd van een voorprogramma gezegd kan worden.

Met een late night show van The Black Box Revelation had de AB nog een extra klepper in petto nà het concert van The Black Keys. Het piepjonge duo strandde vorig jaar op de tweede plaats in Humo’s Rock Rally en die podiumplaats bleek absoluut verdiend, getuige de set waarmee ze na een stomend concert van The Black Keys nog wisten te overtuigen. Met een frontman die er uitziet als een kruising tussen David Dewaele en de jonge Keith Richards is de buit uiteraard al half binnen (de jongen bleek ook een puike gitarist), maar als je daarbovenop een drummer in je rangen telt die er op los mept alsof de frustraties van nèt één middag te veel nablijven op school eruit moeten, dan weet je dat het snor zit met de band. Als over enkele weken debuutsingle "Kill For Peace" in de rekken ligt, weet je wat te doen.

Maar hoe sterk voornoemde bands ook uit de hoek kwamen, de sterren van de avond waren zonder twijfel The Black Keys. Want met hoeveel passie sommige artiesten hun nummers ook brengen, tegen zanger/gitarist Dan Auerbach kunnen weinigen op. De man — Jezusbaard en wild wapperend kapsel — veroverde noot voor noot de harten van de aanwezigen. Met een moordriff zoals die in "Just Got To Be", viel er weinig tegenstand te noteren en ging iedereen gewillig plat. De laatste twijfelaars werden vakkundig door zijn kompaan Patrick Carney neergemaaid: ’s mans drumspel laat een indruk op je achter die het best te omschrijven valt als een kruising tussen hysterische bewondering en blinde paniek.

Hoewel de band eerder dit jaar met Chulahoma nog een eerder rustige tribute uitbracht voor bluesoppergod Junior Kimbrough, was dit een concert dat niet van rustpunten moest weten, het wondermooie "You’re The One" even buiten beschouwing gelaten. Ondanks het feit dat de recentste worp, Magic Potion, al ruim een maand in de winkel te vinden is, lag de nadruk vooral op ouder werk. En dat was het enige minpunt tijdens een verder volstrekt indrukwekkend concert. De nummers op de nieuwste plaat zijn immers van een kwaliteit die zeker niet moet onderdoen voor de songs op Thickfreakness of Rubber Factory en we hadden maar al te graag een stevige greep uit het nieuwe materiaal gehoord. Maar vergevingsgezind als we zijn, kunnen we enkel besluiten dat The Black Keys momenteel een van de meest solide rockacts is die er momenteel op een podium te aanschouwen valt. Laat die kennis je niet tegenhouden om de band live aan het werk te gaan zien.

DE FOTO'S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 11 =