Laïs :: ”We hebben nog nooit zo goed geweten wat we wilden”

Tien jaar oud is hun debuut, en dat willen ze gevierd hebben. Met het drieluik Documenta sluiten de dames van Laïs een hoofdstuk af. En de pagina is echt wel omgeslagen, want eigenlijk hebben de dames veel meer te vertellen over de toekomst. "We zijn goed bezig", klinkt het vol vertrouwen.

Er is veel veranderd. De meisjes van toen zijn vrouwen geworden, en ook de tijdsgeest is geëvolueerd. Ze horen het waarschijnlijk niet graag, maar in de folkwereld kun je bijna spreken van de tijd vóór Laïs en de tijd erna. Ervoor was folk iets van baardige mannen, erna bestond folk uit vrolijke, wereldwijze jongens en meisjes die in de verste verte niets belegens hadden. Hoe kijken de drie dames terug op de periode tussen die eerste samenzang rond een kampvuur in Gooik en nu? Een kleine mythe gaat al meteen aan diggelen.

Annelies Brosens: "Dat was eigenlijk niet rond een kampvuur, maar in een kale parochiezaal."
Nathalie Delcroix: "Ik was daar toen niet bij (Delcroix kwam er pas later bij, mvs) en heb dat ervan gemaakt. Ik had altijd begrepen dat het rond een kampvuur was. Geef toe: dat klinkt ook beter."
Jorunn Bauweraerts: "Het verschil tussen onze eerste stapjes en wat we nu doen is groot. Maar wat wil je: de meeste groepjes beginnen als de leden rond de twintig jaar zijn, wij waren bakvisjes van vijftien-zestien jaar. Het is dus nogal confronterend om één van die eerste concerten — zoals er eentje op het derde Documenta-plaatje staat — nu opnieuw te horen. Je eigen stem beluisteren is altijd bizar, maar ook hoe we zongen: zo enthousiast, zo vol overtuiging. Het moest gewoon bij deze verzameling, zelfs al voelt het wat vreemd aan voor ons persoonlijk."
Brosens: "Het heeft misschien zelfs iets kinderlijks, iets charmants naïefs, hoe we vol overgave zongen."
     "Het liep ook allemaal zo toevallig. Mensen motiveerden ons, zeiden dat we iets konden, plots mochten we een paar toffe concerten geven en als kers op de taart ook nog eens een plaat maken. ’Toeval’ is een woord dat in heel het Laïsverhaal veel voorkomt. Dingen gebeurden omdat we ze nu eenmaal langs ons pad tegenkwamen."
Bauweraerts: "Het gebeurde wel altijd, dus we wilden het ook wel. We bleven er wel voor gaan."
enola: Ik herinner me vooral de plannen die nooit gerealiseerd werden: jullie tweede plaat zou meer in de lijn van Afro Celt Soundsystem liggen, David Eugene Edwards zou jullie derde album produceren, …
Alledrie: (lachen) Delcroix: "Ik was nooit een voorstander van dat idee om Afro Celt Soundsystem achterna te gaan, dus ik ben alvast blij dat dat niet doorging."
Bauweraerts: "Die plannen gingen dan niet door, er gebeurden andere dingen, hé."

enola: De folkboom van ’96 is ondertussen een beetje overgewaaid, maar aan de andere kant van het folkspectrum kennen we tegenwoordig wel de heropleving van de freakfolk en aanverwanten. Voelen jullie een verwantschap met pakweg Joanna Newsom of Devendra Banhart?
Delcroix: "Ik vind ze in elk geval heel boeiend: ze zoeken ook naar iets, gebruiken hun stem interessant. Op de plaat die we nu aan het maken zijn — de echte nieuwe plaat — gaan een paar nummers daar zeker door beïnvloed zijn."
Bauweraerts: "Tegenwoordig luisteren we echt naar van alles. Er is niet meteen één groep of scene die een directe invloed heeft op met wat wij nu bezig zijn, maar die freakfolk à la CocoRosie is zeker één van die dingen die we gehoord hebben."

enola: Eigenlijk heb ik het gevoel dat jullie na Dorothea een beetje de weg zijn kwijtgeraakt en niet meer wisten waar het heen moest. Jullie hebben toen ook een volledige opnamesessie in de vuilbak gekieperd.
Brosens: "Dat zijn de demo’s voor Douce Victime die we nu op het scrapbook-luik van Documenta hebben gezet."
Delcroix: "Wij hadden voor Douce Victime iets anders in gedachten, maar we raakten er niet uit. Na een tijd vruchteloos zoeken naar een geschikte producer besloten we met Wouter Van Belle te werken. En dan moesten we hem natuurlijk volledig vertrouwen."
Brosens: "We zijn nog altijd tevreden over die plaat hoor."

enola: Nochtans lees ik tussen de regels van de bio bij Documenta een zekere onvrede met het werk van Van Belle.
Bauweraerts: "Ach neen. Toen we die demo’s na lange tijd nog eens beluisterden, vonden we gewoon dat de manier waarop we de songs daarop benaderd hadden ook best goed was. En vroegen we ons af of we toch niet beter voor die aanpak hadden gekozen."
"Het probleem was dat we ouder werden en naar andere dingen gingen luisteren en plots zaten we met een heel grote kloof tussen wat we op het podium stonden te doen en wat we thuis opzetten. Dat begon vervelend te worden. Ik vond het voor mezelf niet meer geloofwaardig: muziek is iets edels — het moet écht zijn — en ik had het gevoel dat we de weg kwijt waren. Ik heb geen spijt van die oude teksten die we stonden te zingen, maar plots kregen we de behoefte om ook andere dingen te doen. En dan komt de vraag hoe of wat. En dan ben je nog eens met drie en moet je dus ook nog een compromis vinden. Dat is zoeken. Al bij al vind ik het echter eerder positief dat het gebeurd is, want zo zijn we eindelijk over onze muziek beginnen te praten. Over hoe we het wilden aanpakken en hoe we onze stemmen wilden gebruiken."

enola: Hoe verhoudt een optreden zich voor jullie tot een plaat opnemen?
Brosens: "Goh, we horen vaak van mensen dat ze ons live beter vinden dan op plaat. Daarom bevat Documenta ook die liveplaat."
Bauweraerts: "Dat is misschien wel een folkaspect, dat je eerst jaren met een programma toert, en dat dan op plaat zet. Onbewust zat dat er misschien bij ons ook in. Nu proberen we dat vooral niet te doen, willen we echt een plaat in de studio maken. We zeggen wel tien keer per dag tegen elkaar "het is niet voor live": we mogen experimenteren met de studio en zo, we zien dan wel hoe we het live gaan brengen."
Brosens: "We werken samen met muzikanten die ervaring hebben met studiowerk en opnames, en dus kunnen we op hen vertrouwen. En voor de rest, zelfs al kennen we zelf de knopjes niet, de ideeën zijn er wel en we hebben een technicus die goed met stemmen is."

enola: De volgende plaat wordt dan ook aangekondigd als een radicale koerswijziging?
Delcroix: "Verander dat al maar."
Bauweraerts: "Oh maar, we zijn keigoe bezig."
Delcroix: "We werken in elk geval met een andere groep nu: gewoon een drietal op bas, drum en gitaar. Zonder accordeon of draailier geeft dat al een andere aanpak. En we zingen nu ook andere soorten teksten en melodieën. We zingen ook meer in het Engels. Ik noem het donkerder, maar ook warmer en dieper."
Bauweraerts: "Waarom Engels? We ontdekten gewoon dat het beter bekte. Tekstueel gaat het nu ook een andere richting uit dan die oude teksten die we vroeger zongen. Toen vertelden we een verhaal. Hoe we nu bezig zijn is intiemer, de teksten staan dichter bij ons en dus moeten we die ook anders brengen. We menen het meer, we brengen ze echt."

enola: Vanwaar de nood aan een andere groep?
Delcroix: "Omdat de tijd daar rijp voor was."
Bauweraerts: "We hebben gewoon een periode afgerond. Die groep was heel goed voor Douce Victime en het was een heel goeie livegroep. De nieuwe plaat wilden we echter met wat jongere mensen maken, die we ook al eens ’s nachts kunnen tegenkomen op café of waar je eens mee naar een concert gaat."
Delcroix: "Zeg, we zijn hier eigenlijk al de hele tijd bezig over een plaat die er nog moet komen. Straks is de verrassing eraf."
Brosens: "Ik vind dat niet onlogisch: Documenta is voor ons echt een plaat die een hoofdstuk afsluit, dus praten we liever over het vervolg. Al vind ik dat dit overzicht toch een essentieel deel van de Laïs-catalogus is. Ik hoop dat die niet enkel nu goed zal verkopen om dan in de vergetelheid te geraken."
Delcroix: "We hebben in elk geval nog nooit zo goed geweten waar we naartoe wilden als nu."
Bauweraerts: "We zijn keigoe bezig. Echt waar."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + zeven =