Redjetson :: New General Catalogue

De bal is rond en de cirkel ook. Het zijn waarheden als een koe, maar ze worden wel van stal gehaald wanneer men nog maar eens een open (stal)deur intrappen moet. Bijvoorbeeld wanneer men opmerkt dat voor wie maar lang genoeg wandelt, het eindpunt en het beginpunt gelijk zijn.

In 1991 bracht Slint Spiderland uit en de uitgesponnen gitaarpartijen zouden mee de blauwdruk vormen voor wat later genoegzaam als postrock bestempeld zou worden. Naarmate de muziekstijl verder vorm kreeg, werd de zangstem steeds meer als een instrument — al dan niet op de achtergrond — gebruikt, dan wel volledig gebannen. Een voorzichtige tegenbeweging kwam op gang, waarbij onder andere pioniers Mogwai opnieuw echte zanglijnen in hun muziek incorporeerden, zonder het genre an sich wezenlijk te veranderen.

In 2004 waaide de Britse hype Hope Of The States het kanaal over zonder echt potten te breken. De groep trachtte postrockelementen te incorporeren in hun reguliere rockset maar wist nergens te overtuigen. Datzelfde jaar slaagde het Londense Redjetson er op hun debuut, uitgebracht in 2005 maar nu pas in Europa te verkrijgen, echter wel in om de twee stijlen met elkaar te vermengen zonder dat een van beide ooit de overhand kreeg. New General Catalogue klinkt dan ook als een uitstekende — perfectie bestaat immers niet — symbiose van twee stijlen.

"Divorce" start voorzichtig als een regulier nummer: de gitaren smokkelen enkele dromerige lijnen binnen maar Clive Robert Kentish’ meeslepende stem blijft allesbepalend tot de gitaren halverwege de song plots besluiten het toch over te nemen zodat de epische structuur van het geheel prominent in beeld komt. Ook "…The Sky Is Breaking" wil niets overhaasten. Onderhuids broeien de gitaren maar Kentish houdt de teugels voorlopig strak. Zijn zwanenzang tracht de song te domineren maar na een dikke twee minuten breekt opnieuw een kleine machtsstrijd uit tussen de zang en de instrumenten waarbij beide groepen hun plaats opeisen: een détente dringt zich op.

"America Is Its Only Friend" trekt van bij aanvang de postrockkaart en laat de zang pas halverwege de song invallen, in tegenstelling tot "Pieces Go Missing" waarbij Kentish nogmaals een voorzet geeft, maar er geen strijd meer te voeren is: beide partijen hebben hun plaats gevonden. In de kortere rocknummers wordt duidelijk een andere strategie gehanteerd: bij "Stay Comfortable" vallen de ijle gitaarklanken en opzwepende drums met de deur in huis, en Kentish komt in hun kielzog aangestrompeld. "This, Every Day, For The Rest Of Your Life" geeft een mooie en herkenbare aanzet waarboven Kentish zijn droeve zanglijnen mag draperen.

De nauwelijks drie minuten durende en instrumentale elegie "New Europe" is een welkome afwisseling en start net als "Perseverance Works" met enkele akoestische gitaren. In dit laatste nummer (maar ook op bijvoorbeeld "This City Moans" en "Wednesday’s Rivals") komt de invloed van Ian Curtis (Joy Division) en Paul Banks (Interpol) op Kentish’ manier van zingen duidelijk tot uiting. Het warmbloedige "Perseverance Works" staat in schril contrast tot het koude "A Reptile, Cold Blood" dat zichzelf niet verwarmen kan. Een groteske explosie, waar Mono het patent op heeft, verzwelgt Kentish net niet. De naschokken blazen het geheel wel nieuw leven in en geven de song een onverwachte dynamiek mee.

De klassieker zonder weerga heeft Redjetson uiteraard niet geschreven, maar de groep slaagt er wel in om Hope Of The States en Six By Seven ver achter zich te laten. De intrigerende mix van Mogwai, Explosions In The Sky, Joy Division en vele anderen verbindt op zijn manier postrock terug met haar oorsprong. We zijn nog niet aan het startpunt aanbeland, maar er is wel al een lange weg afgelegd, met New General Catalogue als een nieuwe mijlpaal, maar dan wel letterlijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 12 =