Domino :: Coldcut + Maxence Cyrin + Tape Tum + Dictaphone



Voor de grote postrock- en noisefinale op zondag werden op Domino
nog eens flink de dansspieren geviseerd. Na hun eerdere passage in
de Club mochten Matt Black en Jonathan Moore aka Coldcut de grote
zaal inpakken met hun speelse mix van funk, hiphop en elektronica.
Voeg daarbij nog eens guest vocalists als Mike Ladd en Robert Owens
en het feestje kon op voorhand al bijna niet meer stuk. Het filmpje
over DJ Kentaro bracht ons al helemaal in de juiste stemming. De
kunsten van deze kleine Chinees waren meer dan de moeite en velen
zullen spijt gehad hebben dat hij in het land van de rijzende zon
is achtergebleven. Er viel echter nog meer dan genoeg lekkers te
beleven.

Maxence Cyrin, bijvoorbeeld, die deze avond op verstilde
wijze op gang trok. Zijn piano-interpretaties van elektro- en
techno-classics flirtten met de gimmick maar de man wist toch op
een stijlvolle manier de poëtische dimensie van dance in de verf te
zetten. Prachtige, intieme vertolkingen van Moby’s ‘Go’ en Depeche
Mode’s ‘Behind the Wheel’ lieten een pastorale rust over de AB
neerdalen, maar Cyrin wou ook bewijzen dat hij niet misstond op een
bill met Coldcut en stortte zich vol passie op zijn instrument.
Tijdens ‘Windowlicker’ van Aphex Twin en ‘Get Get Down’ van Paul
Johnson werden de pedalen van zijn vleugelpiano bijna tot moes
getrapt en tijdens ‘Pump Up the Jam’ jutte hij het publiek ook
vocaal op. In academische middens zou de alarmbel luiden bij het
zien van Cyrins kunsten, in de AB kon zijn prestatie op goedkeurend
hoofdgeknik rekenen, ja zelfs op een occasionaal danspasje hier en
daar. De piano zag af en verschoof een paar keer maar het weerhield
Cyrin er niet van om ook nog een zinderend eerbetoon aan België te
brengen met rave-anthem ‘Anastacia’, dat enthousiaste kreten aan
het publiek ontlokte. Een knappe prestatie van de man uit
Becançon!

In de ABclub waren de broertjes Dousselaere ondertussen al aan hun
optreden begonnen. De twee spelen ook in de band van Dijf Sanders
en bij Violent Husbands, maar hier mochten ze met hun eigen project
Tape Tum hun waarde bewijzen. Hun tedere mix van subtiele
elektronica en zachte gitaarklanken wist op enkele
schoonheidsfoutjes na te bekoren en de twee bewezen hun
AB-Cocoon-overwinning waard te zijn. ‘Heart of Gold’, hun song die
op de Domino-compilatie beland is, laat het beste vermoeden en
hetzelfde kon gezegd worden van hun performance.

We are Coldcut and this is what we do‘, waarna de
trage ambient van ‘A Whistle and a Prayer’ de zaal op sleeptouw
nam. Het was een mooie opener voor een daverend concert, want
daarna kwamen MC’s van dienst Mike Ladd en Juice Aleem het podium
op en kondigden een moddervette lap verknipte drum ‘n bass aan. De
cut ‘n paste-techniek werd niet alleen op de muziek, maar ook op de
geniale visuals toegepast. De beelden werden vakkundig gescratcht
en het resultaat was bijwijlen verbluffend. Shakende Indiërs, een
op hol geslagen C-3PO, Roots Manuva met een cowbowhoed,
verwijzingen naar Jungle Book en Kuifje en zelfs Guy Verhofstadt op
speed: het zat er allemaal in en het publiek smulde. Toch werd ook
maatschappijkritiek niet geschuwd: quotes van Tony Blair, Charlton
Heston en George Bush werden de zaal ingestuurd en ook een
aanklacht tegen de vernietiging van het regenwoud miste zijn effect
niet. Op muzikaal vlak werden nummers van de laatste Coldcut-plaat,
Sound Mirors, afgewisseld met
orgieën van vette hiphopbeats, elektronica en aanstekelijke rhymes.
De danspasjes van Robert Owens tijdens ‘Walk a Mile in my Shoes’
waren er behoorlijk over, maar zijn stem maakte veel goed. De
housesoul van ‘This Island Earth’ was eveneens een hoogtepunt met
Mpho Skeef als funky lady van dienst. Daarnaast waren ook de remix
van ‘Man in a Garage’ en de bigbeat van ‘Just for the Kick’
muzikale splinterbommen die geen rustig toekijken toelieten.
Coldcut genoot van het enthousiaste publiek en de robot-danspasjes
van Jonathan Moore waren een attractie op zich. De muzikale
pioniers hadden het beste echter nog bewaard voor de bisronde. We
kregen eerst een versie van ‘Paid in Full’, de fantastische remix
van Eric B en Rakim waarmee Moore en Black op slag beroemd werden
en daarna volgde ‘Everything is Under Control’ als absolute topper.
De smerige, ranzige mix van hiphopbeats, elektronica en bluespunk
zette de zaal in vuur en vlam en Mike Ladd en Juice Aleem deden er
alles aan om het publiek op hun hand te krijgen. Coldcut was
Kraftwerk maar minder koel en beredeneerd, Chemical Brothers maar
speelser en Basement Jaxx maar nog eclectischer. Het was een
decadent feestje zonder weerga dat het haar op onze voorarmen
verschroeide.

De helende wind die ons moest afkoelen kwam van Dictaphone. Oliver
Doerell en Roger Döring brengen een filmische symbiose van
doorleefde elektronica en zachte jazz en hun muziek bleek de ideale
epiloog van een boeiende avond. Elektronische donderwolkjes, ruis,
het geluid van dichtslaande deuren: het werd allemaal door de in
trance verkerende Doerell uit zijn laptop getoverd en Döring zorgde
met saxofoon en klarinet voor de gepaste begeleiding. Zijn
bijdragen bestonden niet uit langgerekte solo’s want dat zou de
sfeer aanzienlijk verknoeid hebben. Döring beperkte zich eerder tot
korte melodieuze fragmenten die mooi aansluiting vonden bij de
elektronica van Doerell. Dictaphone zorgde daarmee voor een subtiel
einde van een bijzonder rijke muzikale avond.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =