Saturday Night Beavers :: Rock ‘N Roll Heartbeat

Limburger en wereldburger, jarenlang was het een slogan die buiten de grenzen van het Groot Limburgs Rijk op onderdrukt gegiechel en stiekeme blikken van verstandhouding werd onthaald. Groot was dan ook onze verbazing toen bleek dat Rock ’N Roll Heartbeat uit dit ontwikkelingsgebied afkomstig was. En wij maar denken dat de Limburgse bron droogstond na het vertrek van Mauro en Millionaire naar het gehucht Antwerpen.

Niet alleen geluk, maar ook rock-’n-roll schuilt in een klein, onverwacht hoekje. Saturday Night Beavers komt uit downtown Tongeren en speelt de opwindendste kloteteringherrie van eigen bodem die wij de laatste tijd mochten ontdekken. Eindelijk hebben we het middel gevonden waardoor we bij het horen van de naam Tongeren niet meer spontaan terugdenken aan het Gallo-Romeins museum en de vervloekte dodencaëder. Na het horen van dit album kan het ons echt geen ene fuck meer schelen wat het hele ding is, we hebben wel wat beters te doen. Zoals bijvoorbeeld onze guts eruit schreeuwen terwijl de intro van "Soultwister" op een asociaal hoog volume uit onze stereo knalt.

Vanwaar die drang tot schreeuwen? Omdat Saturday Night Beavers rock-’n-roll met ballen maakt die zo meeslepend is al dat de rest bijzaak wordt. Kan kunst de wereld redden? Misschien. Of eerder: who cares? Rock-’n-roll heeft niet de pretentie de wereld te redden. Rock-’n-roll kan hooguit als soundtrack bij de redding (of de ondergang, naargelang de afloop) van de wereld dienen. Dat deze redding/ondergang op een zaterdagavond zal plaatshebben, is de evidentie zelve. Dit album laat vermoeden dat het elke avond zaterdagavond kan zijn, als je maar wil.

De band heeft overigens zijn naam niet gestolen: op Rock ’N Roll Heartbeat klinken de Limburgers zo strak en opwindend als een tienerkutje op zaterdagavond. Nummers als "Too Much Bullshit", "Yeah Baby Yeah" en "Rescue Me" zijn zowel hormonenbommen als adrenalinestoten. Het valt dan ook volstrekt af te raden deze plaat op te zetten in de beslotenheid van de eigen woning als je gehecht bent aan je meubilair. De nummers op dit album lenen zich uitstekend voor gebruik in de wagen of, uiteraard, in een overvolle, rokerige en snikhete club waar de band de nummers live in je strot komt rammen.

Dat clichés huizenhoog worden opgestapeld, heeft niet het minste belang. Je hoort inderdaad overduidelijk referenties, gaande van Ramones over Descendents tot Supersuckers. De nummers gaan, zoals te verwachten was, over alles wat God in een ver verleden verboden heeft. Wie daar om maalt, heeft deze muziek niet begrepen. Inpluggen, spelen, een lading bier achterovergieten en een griet versieren die, wanneer je weer nuchter bent, haar schoonheid hopelijk niet verloren heeft, daar gaat het hier om. De hartklop van de rock-’n-roll voelen, zeg maar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 − een =