Mother & The Addicts :: Take The Lovers Home Tonight

Glasgow is hip! Een dergelijke uitspraak op een gesofisticeerd cocktailfeestje zal al snel kunnen rekenen op een instemmend applaus van de muzikale incrowd. Niemand merkt op dat uw eighties-gemodelleerde Franz Ferdinand polootje nu toch al wel een verdacht oudbakken geurtje begint te krijgen. De goddeaurecensent, gezegend door de natuur met een monument van een reukorgaan, knijpt zijn neus maar dicht.

De hordes bands die zich comfortabel in de slipstream van de vrolijke Franzen gevestigd hebben zijn met voorsprong stukken interessanter dan hun grote roerganger. Waar die slechts één trucje in de vingers blijkt te hebben (maar dat ook wel meesterlijk beheerst), differentiëren andere groepen, zoals Sons And Daughters en Dead Fly Buchowski, zich als een stel eigenwijze snotneuzen die wel wat beters te doen hebben dan in te spelen op misplaatste eighties-nostalgie (beenwarmers, Kajagoogoo of Dallas; traumas, stuk voor stuk).

Toen moederkloek Sam Smith de brui gaf aan zijn intercontinentale omzwervingen besloot hij, niet geremd door zijn lichte neiging tot despotisme, een band rond zich te formeren. Een collectief prettig gestoorde instrumentengeselaars (eigenwijze freaks in vaktermen) werd bij elkaar gezocht en door Smith tot The Addicts gedoopt. Mother & The Addicts, met voorsprong de belachelijkste bandnaam dit jaar de revue heeft gepasseerd, betrad het strijdtoneel. Slechts gewapend met vaders platenkast (Dr. Feelgood, The Upsetters en The Rutles naar eigen zeggen) en een lichtelijk verontrustende portie waanzin hebben ze tot doel menig oorhaar verschroeid achter te laten.

Moeder en zijn discipelen kiezen in elk geval voor de frontale aanval met “They Don’t Even Like You”. Gezegend met een catchy motherfucker van een riff, incidenteel doorbroken dankzij een voorbij trippelende Prince, handhaaft dit nummer zich ergens rond de linkerhersenkwab. “Take The Lovers Home Tonight” is een gelijkaardige aanval op de politiek-correcte heupbeweging. Er mogen suggestieve moves gemaakt worden wanneer de koortjes het voordenderende gitaargeluid onderbreken, waarbij ze niet gehinderd worden door een inderhaast dissonante saxofoon.

“F Me Mammy (I Feel Ugly)” balanceert vervaarlijk tussen punk en een zeer stevige portie seventies rock maar weigert de afgrond in te duikelen dankzij een gezonde dosis Iggy Pop-invloeden (evenwichtig als altijd). De biechtstoel wordt bovengehaald voor “Father In Heaven”. Een quasi-volledig instrumentaal deuntje, waar geen ene fuck aan is, past wonderwel binnen het concept van het album; pretentieloos rollebollen met de betere retro-invloeden waarbij de vettige knipogen niet van lucht zijn.

Dit draait natuurlijk niet altijd uit op een aanstekelijk stel songs. Bij “Oh Yeah You Look Quite Nice” krijgen we de bevreemdende gewaarwording dat we dat nummer al eens gehoord hebben. En inderdaad, het leunt wel zeer sterk op de nummers die al eerder uit onze speakers schalden. Met “Don’t You Know That You Love Her?” hebben ze gewoon toch nog een Franz Ferdinand-nummer op zak. Mooi jatwerk, dat wel. De obligate halve ballad “Far Away” werd zodanig afgehaspeld dat het niet mooi meer is. Bij deze een oproep aan iedere geïnspireerde band: kappen met die halve ballads!

Mother & The Addicts heeft een mooi debuut afgeleverd dat zeker mag staan naast de recente worpen van enkele stadsgenoten. We plakken er maar het predikaat AC/DC-glamrock-freakpunk-pubfunk op. Zo nu en dan dreigt de boel echter wel te verzanden in unitaire eenheidsworst aangezien enkele nummers overduidelijk gestoeld zijn op dezelfde seventies-retro-fundamenten. Als u uw cocktailfeestje terug op gang wil zwengelen met Mother & The Addicts zal u dat waarschijnlijk, volledig terecht, een worst wezen. Dansen zullen ze, die verdomde incrowd!.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + 10 =