Mercury Rev :: 7 juni 2005, Cirque Royale

“Doorzettingsvermogen”. Frontman Jonathan Donahue van Mercury Rev geeft er Bruce Springsteensgewijs een hele speech over halverwege het concert in de Brusselse Cirque Royale. Je begrijpt waarom: het was pas na drie slecht ontvangen platen dat met de laatste hoop op zegen doorbraakplaat Deserter’s Songs werd opgenomen. En pas toen veranderde de groep van een hoopje psychedelische weirdo’s in één van de boeiendste acts in het hedendaagse rocklandschap. Met een zinderend optreden dekten ze het slappe The Secret Migration alweer toe.

“Iets te vaak ligt in deze al te zelfgenoegzame vrede de grens met de new age vervaarlijk dichtbij” schreven we over die recentste plaat, en de groep lijkt er genoegen in te scheppen om dat randje verder te bewandelen, zo blijkt bij het opkomen. Gedurende het hele optreden flitsen uitspraken als “you have the light in you” over het scherm achter de groep. Live komen de nieuwe nummers gelukkig meer tot leven, al gaat dat enkel op voor de sterkere songs onder hen.

Met “Secret For A Song” en “Black Forest (Lorelei)” in het openingssalvo wordt al meteen diep geput uit dat Secret Migration. En dan toch ook een eerste ouder nummer: “The Funny Bird”. Het verschil tussen oud en nieuw materiaal blijkt niet meer zo metersdiep. En Donahue, hij is zijn overbekende zelf: met een angelieke glimlach om de lippen dirigeert hij zijn orkestje, als een voodoopriester bezweert hij bandlid na bandlid om dan weer de maat te slaan en de song naar een daverend einde te sturen. Dat is ook het mooie aan de groep: geen ordinaire rockposes maar brede glimlachen. Blijdschap eerder — je zou bijna zeggen dankbaarheid — om het warme welkom dat ze krijgen.

Mercury Rev is op zijn best als ze bombastisch mag zijn. Een akoestisch “Tonite It Shows” is mooi, een stuwend “Tides Of The Moon” is het eerste hoogtepunt. Het blijft ongelofelijk hoe deze song aan kracht won in vergelijking met de albumversie. Denk aan een iel mannetje dat je na maanden in het krachthonk plots KO-slaat. Dat verschil. “Vermillion” had zo’n kuur niet nodig: deze song had alles al, live werkt die plotse overgang van rustige piano-aanloop naar een door bas voortgedreven popsong nog beter. Dit is de groep op haar best: intens, en ongenadig voortgestuwd. Alles klopt hier, dit is perfect.

Verrassend moment: die Bob Dylancover “Gotta Serve Somebody”, na die speech over volharding. Waarna ook “There You Are” van The Flaming Lips, een groep waar Donahue jaren geleden deel van uitmaakte, volgt.

Er zijn nieuwe nummers die door de mand vallen. Hoe hard Donahue en de rest ook proberen: “In The Wilderness” mist een derde dimensie en blijft diepgang ontberen. Dit is Mercury Rev die zichzelf parodieert. Neen, dan maken “My Love” en “Down Poured The Heavens” een betere beurt.

Buigingen. Klappen om bisnummers. En dan is er “Little Rhymes”, waarna “The Dark Is Rising” een voorspelbaar slotakkoord mag leveren. Ze is nu al klassiek: die orkestrale explosie, die door de belichting en de projecties nog benadrukt wordt. Mercury Rev gaat nooit de grote massa bereiken, maar wie hen in het hart heeft gesloten weet: dit is één van de meest unieke groepen die op dit moment te smaken zijn. Mogen ze nog lang aan de juiste kant van de New Age-lijn blijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − 1 =