Born in the USA :: Fahrenheit 9/11 – de controverse

Toen Michael Moore in 2003 het oscarpodium beklom en onder gemengd
boegeroep en applaus “Shame on you, Mr. Bush!” begon te
roepen, waren er ook heel wat voorstanders van de president die
stilletjes in hun vuistje lachten. Moore had zich belachelijk
gemaakt met z’n tirade, beweerden ze, hij had zich getoond zoals
hij werkelijk was: een niet bijster intelligente anti-Amerikaan die
zomaar wat met modder slingert zonder echt te weten wat hij wil
raken. ‘Fahrenheit 9/11’ werd
achteraf door Moore zelf omschreven als gedeeltelijk een
verantwoording voor zijn oscarspeech. Shame on you Mr. Bush,
indeed.

In een land waarin patriottisme schijnbaar gelijk werd gesteld aan
het stilzwijgend aanvaarden van alles wat de regering zegt en doet
en elke afkeurende stem ogenblikkelijk als “onamerikaans” werd
bestempeld, was het allicht te verwachten dat Moore het moeilijk
zou hebben om z’n ongegeneerd liberale anti-Bush documentaire
gemaakt te krijgen. Een overzichtje van de belangrijkste
gebeurtenissen.

‘Fahrenheit 9/11’ zou oorspronkelijk
geproduceerd worden door Icon, de filmmaatschappij van Mel Gibson.
Gibson zelf zat in 2002, rond de tijd dat Moore klaar was om in
productie te gaan, in Italië om ‘The
Passion of the Christ’
te filmen, maar, zegt Moore, aangezien
het budget van zijn film maar zes miljoen dollar zou zijn, konden
zijn executives in de VS de beslissing om de film te financieren
gerust zelf nemen. Een maand later kreeg Moore bericht van Icon dat
de plannen waren veranderd: Gibson had gehoord wat voor film het
zou worden, werd bang dat zijn relaties met Washington in het
gedrang zouden komen, en besloot om de film af te zeggen. Moore
vond evenwel nieuwe steun in Bob en Harvey Weinstein, de bonzo’s
van onafhankelijke studio Miramax, die traditioneel een
distributiedeal heeft met Disney. Miramax financiert de film,
Disney zorgt voor promotie en internationale verspreiding.

Dan op 5 mei 2004 werd het verhaal plots weer veel interessanter:
Michael Eisner, de (zelf ook fel omstreden) grote baas van Disney,
heeft besloten dat het Huis van de Muis niet verantwoordelijk kan
zijn voor de distributie van een film met een politieke inhoud die
“een deel van het publiek kan kwetsen of beledigen”. De vraag
blijft wanneer Eisners frank precies gevallen is wat voor film het
zou worden – op het moment dat Moore een jaar eerder op een podium
“Shame on you, Mr. Bush” riep, misschien? Moore bleef achter
met een afgewerkte film maar niemand om ‘m te verdelen. Disney
bleef achter met de documentaire ‘America’s Heart and Soul’, die
een week na ‘Fahrenheit 9/11’ in
première ging. Klaarblijkelijk een film die geen potentieel
explosieve politieke inhoud bevatte.

Moore trok met z’n prent naar Cannes, waar die op 18 mei in
wereldpremière ging. De film kreeg wellicht het langste applaus in
de geschiedenis van het festival, ergens tussen de 15 en 20
minuten. Op 23 mei wint Moore de Gouden Palm – hij voorspelt dat
hij nu “binnen de 24 uur” waarschijnlijk een verdeler voor de VS
zal vinden en hij heeft gelijk. Uiteindelijk is het de firma Lion’s
Gate die de taak op zich neemt. Moore wil de film zo snel mogelijk
de zalen inkrijgen, om er zeker van te zijn dat iedereen de
gelegenheid zal krijgen om ‘m te zien voor de presidentiële
verkiezingen in november. Nauwelijks een maand later zal ‘Fahrenheit 9/11’ nationaal in première
gaan.

Maar er blijven mensen aan het werk om ervoor te zorgen dat het
fenomeen Michael Moore gemarginaliseerd wordt – de organisatie Move
America Forward, die zich wijdt aan het “steunen van onze troepen
in Irak en de strijd tegen het terrorisme”, roept
bioscoopexploitanten op om de film niet te tonen en gewone
bezoekers om hun plaatselijke cinema te “overspoelen met
telefoontjes, e-mails en faxen met de vraag om deze grotekse en
misleidende film niet te draaien”. Dit was vóór de prent gereleased
was, dus de mensen van Move America Forward kunnen de film
onmogelijk gezien hebben, maar goed, dat hoeft ook niet om te weten
dat hij grotesk en misleidend is. Zeker niet aangezien de
organisatie werd opgezet door de PR-firma Russo Marge en Rogers,
die tijdens 2001-2002 meer dan 2 miljoen dollar ontving van de
Republikeinse partij en niets van de Democraten. Hun inspanningen
zijn gedeeltelijk succesvol: in plaats van de meer dan duizend
zalen waar de prent had moeten draaien, zijn het er “maar” een
achthonderdtal in de VS.

Bovendien krijgt de documentaire een R-rating in Amerika, wat wil
zeggen dat kinderen onder de 17 hem niet zonder begeleiding kunnen
gaan zien, gebaseerd op “het taalgebruik en gruwelijke beelden”.
Beelden die ook al op tv en in de kranten te zien waren,
natuurlijk, maar dat is niet hetzelfde. Moore gaat in beroep tegen
die beslissing, maar ook na een tweede visie blijft de Amerikaanse
filmcensuur onwankelbaar in z’n beslissing.

Niet dat het uiteindelijk veel uitmaakt: tijdens z’n
openingsweekend brengt de film bijna 24 miljoen op (op een budget
van 6 miljoen). Tijdens z’n eerste week komt er meer geld in het
laatje dan ‘Bowling For Columbine’
opbracht tijdens z’n gehele looptijd van negen maanden.
Onmiddellijk wordt het aantal schermen verhoogd naar meer dan
1200.

Natuurlijk is er een tegenreactie van de Bush-aanhangers: Moore
wordt alweer beschuldigd van het verdraaien van de feiten (iets
waar hij in ‘Bowling’ in ieder geval
niet vies van was). Hij zou linken hebben met de Democraten (wat
mij weinig waarschijnlijk lijkt, aangezien Al Gore aan het begin
van de film ook een fameuze veeg uit de pan krijgt) en hij zou een
hypocriet zijn aangezien hij zelf een miljonair is. Hoe dat precies
in z’n werk gaat, is mij ook niet helemaal duidelijk.

En nu, toepassend in dezelfde week van de Amerikaanse nationale
feestdag, krijgen wij ‘m ook te zien – Michael Moore is nog altijd
dezelfde manipulatieve, onbeschaamd eenzijdige liberale prediker
die hij altijd al was. En ja, daar mogen we blij om zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − tien =