Mew :: Frengers

Wil iemand ons alstublieft verwittigen als er in den duik erg goeie platen uitkomen? Bijna was het debuut van het Deense Mew ons compleet ontgaan en dat ware hoogst onterecht geweest. Wij spreken hier immers over een erg sterk debuut. Gelukkig dus dat ze ons in het voorprogramma van Spiritualized op de valreep nog van hun bestaan op de hoogte brachten.

Uit onze nota’s voor een potentieel concertverslag die avond: "Mew? Hebben wij iets gemist? Een geweldige plaat of zo? Rechtzetten die handel! Mew doet bij momenten denken aan een Sigur Rós die zich voor de lol onderwerpt aan traditionele songstructuren, roept herinneringen op aan een zevenhonderdtal Radiohead-klonen, maar ontpopt zich al heel snel tot iets dat heel erg een eigen smoel heeft."

Op basis van de eerste helft van hun concert hadden we gegokt dat Mew zo min noch meer een wereldplaat had afgeleverd. Dat blijkt wel mee te vallen, maar toch is het onterecht de groep op basis van Frengers af te doen als een zoveelste Coldplay-derivaat. Daarvoor onderscheidt de groep zich toch teveel van de kudde door hun filmische aanpak en de etherische zang van Jonas Bjerre.

Mew slaagt er in erg ijle klanken te paren aan bij momenten erg gemene gitaren. Vaak horen we echo’s van Kent (herinner u hun "If You Were Here"), maar deze groep doet iets véél interessanter met de lessen die ze uit Ok Computer trokken. Doet opener "Am I Wry? No" nog denken aan de manier waarom Lemon hun Magnetic begint, tegen track drie, "Snow Brigade", zijn wij verkocht.

In "Snow Brigades" botst Bjerre’s hoge falset met een donderend samenspel tussen bas en drums dat de song ongenadig vooruitstuwt. De song drukt de tekst uit: onafwendbaar vooruit, een droom najagend. Het resultaat is ronduit verslavend: zomaar, in het midden van de dag — er mag om het even wat op de draaitafel liggen — zwerft dat jakkerende ritme in ons hoofd rond. Een stuk soberder, maar minstens even pakkend is het duet "Symmetry". Het ijle stemmetje van Stina Nordenstam ontpopt er zich tot waardige tegenspeelster van Bjerre.

Op hun concerten begint de groep met de rustigere nummers uit de tweede helft van de plaat. En dat is een goede zet. Perceptie is immers alles, en op die manier creëert de groep — samen met de erg mooie projecties — een ander beeld van zichzelf dan dat van een gewone rockgroep. Het is dan ook in epische nummers als "She Came Home For Christmas" of "Eight Flew Over, One Was Destroyed" dat gedachten aan Sigur Rós nooit ver weg zijn. Met dank aan de stem van Bjerre. Afsluiter "Comforting Sounds" duurt vervolgens een volle negen minuten: grandeur van de bovenste plank.

In She Spider duikt plots een vleugje Muse-bombast op, terwijl in veel andere nummers grillige ritmewijzigingen de koers bepalen. Mew speelt in een genre waar het over de koppen lopen is en referenties en vergelijkingspunten dus gemakkelijk te vinden zijn. Waar Coldplay et les autres echter veilig binnen de structuren van de song blijven opereren, tasten deze jongens de grenzen af en dankzij hun filmachtergrond (de groep ontstond toen ze een film van een soundtrack probeerden te voorzien) weten ze met de zo ontstane wijdsheid om te gaan. Het zijn overigens alweer Scandinaven: het water moet er van een goed jaar zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − twee =