Honoré D’O in Stuk :: bewegen op de tonen van kunst

Sinds vorig academiejaar kent het Stuk een hernieuwde werking rond beeldende kunst. Dit tweede
werkingsjaar gaat van start met een tentoonstelling in de Museumzaal in de Universiteitshallen. Voor
de laatste keer op verplaatsing want wanneer het Stuk binnenkort naar de nieuwe site verhuist,
beschikt het over een eigen expositieruimte.

Dat hedendaagse kunst niet van schilderijen of beeldhouwwerken tegen een witte muur houdt, is al
lang geen geheim meer. Tegenwoordig kijk je niet naar kunst, maar beleef je kunst. Gedaan met de
saaie tentoonstellingen, actief deelnemen is de boodschap. Kunst neemt een prominente plaats in de
ruimte in, speelt met de ruimte en gebruikt de omgeving.

Honoré d’O (kunstenaar), Jeanluc Ducourt (danser-choreograaf) en Franciska Lambrechts
(videokunstenares) gingen samen de dialoog aan met de imposante Museumzaal. Zij plaatsten er draden,
video’s en een geluidsinstallatie. Alles is onderling met elkaar verbonden: de video’s
tonen zowel een eerder opgenomen choreografie als live in de zaal gefilmde beelden. Die
choreografie is geschreven door Ducourt en wordt gedanst door twee niet-dansers. Hier zijn het
Franciska en Honoré. De draden die dwars doorheen de hele zaal gespannen zijn, zijn verbonden
met een geluidsinstallatie. Het zijn in feite klankdraden die naarmate je het midden van de zaal
benadert, een hogere klank weergeven. Als je de hele zaal wilt doorlopen, moet je klimmen en
klauteren tussen de draden.

Bij het binnentreden van de zaal tref je onder het podium een reeks televisies. Hierop zie je
enerzijds de beelden van de zaal en anderzijds de twee dansers op een choreografie van Ducourt. Via
de hoofdtelefoons kun je naar een compositie op basis van de muzikale draden luisteren. Iedereen kan
proberen op de draden iets te componeren. In het midden van de zaal liggen enkele matrasjes. Hier kun
je even bekomen van de klim- en kruipinspanningen in de zaal.

De drie kunstenaars bedachten samen het unieke concept van de tentoonstelling — misschien
spreken we beter van een installatie. Samen hebben ze er enkele weken ter plekke aan gewerkt.
Honoré d’O heeft zelfs twee weken gewoond in de Museumzaal, hij leefde er enkel op soep.
Doordat de drie samen gewerkt hebben, is het niet de bedoeling dat de toeschouwer gaat uitvissen wie
welk deel bedacht of realiseerde. Het betreft een globale aanpak van de drie kunstenaars waarin de
grenzen vervagen met een kruisbestuiving tussen de verschillende kunstenaars en disciplines/genres
als resultaat.

In menig opzicht is dit een andere tentoonstelling dan de meeste. Niet alleen het
happeningkarakter maakt ze tot iets wat niet te herhalen is. Steeds wanneer de mensen bewegen in de
zaal, ontspringt er een nieuwe klank. Elke dag is anders, het geheel blijft voortduren van het moment
van de opstelling tot het ogenblik van de afbraak. Daarna bestaat het geheel slechts in herinneringen
en in een boek met tekst en fotomateriaal. Ook de opstelling verliep anders dan gewoonlijk. De drie
kunstenaars wilden niet dat de curatoren nauw betrokken waren bij de voorbereidingen van de
tentoonstelling. Tot het laatste moment wisten zij niet wat ze moesten verwachten.

De tentoonstelling heeft een vervreemdend effect. Je kunt niet onopgemerkt de zaal betreden: de
camera’s staan op je gericht. Iedereen hoort wanneer er iemand binnenkomt, je kunt de zaal niet
betreden zonder de draden aan te raken. En die draden maken uiteraard muziek bij de minste
aanraking.

De drie wilden bewust de dialoog met de imposante ruimte van de Museumzaal aangaan. Toch lijkt de
dialoog niet echt geslaagd. De ruimte is te imposant voor het kunstwerk. De ruimte overdondert in
zekere zin het geheel. Hierdoor lijkt de installatie in het niets op te gaan. Misschien zou het
effect van de tentoonstelling anders zijn wanneer de ruimte meer gebruikt werd in het concept.
Wanneer ze meer zou zijn dan de imposante ruimte die ze nu is, zou ze een meerwaarde aan de
installatie kunnen geven. Ze zou een extra dimensie geven aan het geheel. Een dimensie met meer sfeer
en meer intimiteit.

De tentoonstelling kun je gratis bezichtigen in de Museumzaal, Universiteitshallen,
Naamsestraat 22 en dit tot en met 10 januari 2002.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + vier =