Marthe Wéry :: Pontormo tot leven gebracht

Marthe Wéry (º1930) wilde geen retrospectieve tentoonstelling in het door Horta
ontworpen Paleis voor Schone Kunsten, zij verkiest eerder te spreken van “sleutelmomenten”.
De étappes in Wéry’s werk tonen haar gevecht met de schilderkunst, dat eindigde
met monochrome vlakken.

Wéry was graag architect geworden en dat voel je. In haar oeuvre speelt sedert de deelname
aan de Biënnale in Venetië (1982) de ruimte mee in het werk. Zij vindt genoegen in
het “entrer en convivence avec un système de proportions et des volumes.” Dit wordt
helemaal duidelijk bij het binnentreden van de tentoonstelling. Tegen de grote wand in de openingshal
plaatste zij Calais (1995-2001), een werk dat ze ter gelegenheid van een tentoonstelling in de Franse
kuststad maakte. Bestaande uit 15 monochroom gekleurde, houten panelen pakt de installatie de
toeschouwer. Niet enkel de grootte van het geheel heeft een impact op de bezoeker, maar ook de manier
van plaatsen — enkele panelen staan los tegen de muur — en vooral de sensualiteit van de
panelen. De verschillende panelen, waarin turkoois de basiskleur is, krijgen een aparte, sensuele
uitstraling doordat zij een golvende beweging suggereren.

Marthe Wéry gaat niet op traditionele wijze, met penseel te werk. Sinds verscheidene jaren
legt zij panelen in grote bakken waarin zij verf laat lopen. Zij geniet van de vloeibaarheid en van
de opaciteit die in de verscheidene opeenvolgende lagen tot stand komt. Hierdoor krijgt de
aangebrachte verf een toevallig en tegelijk beheerst uitzicht. Calais is een open reeks:
verschillende malen heeft Wéry het geheel herwerkt en vervolledigd, iets wat ze als volgt
verwoordt: “J’aime assez l’idée qu’un travail n’est jamais
clô;turé. A la question de savoir pourquoi faire des oeuvres, je répondrais: pour
pouvoir les prolonger indéfiniment. C’est une manière de vivre dans une
série de travaux avec lesquels je n’ai jamais fini. Cela recouvre peut-être le fait
de ne pouvoir jamais terminer et en ce qui me concerne, de n’en avoir jamais fini avec la
peinture.” (“Ik hou van het idee dat een werk nooit afgewerkt is. Op de vraag waarom ik
schilderijen maak, antwoord ik: om hen oneindig te kunnen laten leven. Het is een manier om te leven
in een reeks werken met de welke ik nooit af heb. Dat bevat misschien het feit dat ik het nooit zou
kunnen afwerken en hetgeen me in het bijzonder interesseert, om nooit gedaan te hebben met
schilderen.”, kb)

In haar eerste periode, tijdens de jaren zestig, maakte de Belgische kunstenares
geometrisch-abstracte schilderijen die door het constructivisme beïnvloed werden. Belangijk was
aan het einde van deze periode haar ontmoeting met het werk van de Pool Wladyslas Strzeminski. Deze
laatste had nog samengewerkt met de Russische constructivist Kasimir Malevich. Doordat Strzeminski
elke vorm van compositie verwierp in zijn oeuvre, beïnvloedde hij Wéry in grote mate.
Zodoende liet ook zij, mede onder invloed van de Amerikanen Jackson Pollock en Frank Stella de
compositie achterwege om het oppervlak als geheel te structureren. Ook invloeden van de in hoofdzaak
Amerikaanse minimal art, bijvoorbeeld van Barnett Newman, kunnen we in Wéry’s werken van
de jaren zeventig terug vinden.

In die jaren zeventig werkt de Belgische hoofdzakelijk op papier. Zij maakte de drager zelf,
overdekte hem met arceringen of teksten en doordrenkte hem soms met vloeibaar verfpigment. De kracht
van de herhaling vormt sedert die jaren een belangrijk aspect van het oeuvre van Wéry. Die
herhaling is voor haar veeleer een onderzoeksinstrument dan een gewone stijlfiguur. Door die
herhaling blijven de dingen in beweging en verwijzen op hun beurt naar de essentie.

Dat herhalingsaspect blijft belangrijk in het meer recente werk van Marthe Wéry. Het
strenge karakter van de lijnen verdwijnt en maakt plaats voor kleur. De monochrome vlakken lijken
stroeve, stabiele voorstellingen. Bij een nauwkeurigere aanschouwing wordt echter enerzijds de
sensualiteit van de kleur duidelijk en anderzijds komt het bewegingsapect naar boven. Door de manier
van werken — de dragers liggen in bakken waarover de kleur in verschillende lagen gegoten wordt
— die overigens verwijst naar de drippings van Jackson Pollock, zal de drager nooit op een
strakke manier bewerkt zijn.

Een ander deel van het bewegingsapect vinden we in de reeksen van Wéry. In die reeksen, die
overigens nooit af zijn, evolueert de kleur. De basiskleur van bijvoorbeeld Calais was turkoois, maar
als we het geheel overschouwen, evolueert die heldere kleur naar een donkergrijze tint.

In die monochrome schilderijen gaat Wéry ook echt op zoek naar een kleur. Kleur zit niet in
potten en begint slechts te leven door het contact met andere verf en meer nog door de relatie met
het licht. Om die reden maakt Marthe Wéry zelf sedert een aantal jaren haar verf, vertrekkende
van de pigmenten, zelf.

Speciaal voor de grote zomertentoonstelling in het PSK maakte Marthe Wéry een nieuw werk,
Pontormo. Zoals de titel laat vermoeden, haalde zij haar inspiratie bij de Italiaanse maniërist
Jacopo Pontormo (1497-1557). Horta’s architectuur en het kleurenpalet van Pontormo (in het
bijzonder het palet van de Emmaüsgangers en van het Portret van Amerigo Antinori) vormden de
basis van het werk dat Wéry opstelde in een grote zaal van het PSK. Het rijke en gedurfde
kleurgebruik van de Italiaanse meester sprak Wéry erg aan. Drie groepen kunnen we
onderscheiden in Pontormo: een groep in rode en grijze kleuren tegen de wand geplaatst, een tweede
groep in analoge kleuren op houten schragen gelegd en tenslotte een groep bestaande uit groene
varianten, wat verder tegen de muur geplaatst. Het gaat om een totaalkunstwerk dat volledig op de
toeschouwers inwerkt en hen vervult.

Het werk van Wéry verwijst op verschillende wijzen naar de grote meesters van de moderne
kunst, denk maar aan Rothko, Pollock en Newman. In tegenstelling tot vele inspiratieloze imitatoren
kan Wéry de intensiteit van die grote meesters benaderen, in sommige gevallen zelfs
overstijgen. De evolutie in de kunst van Wéry kan misschien omschreven worden als een
voortdurende zoektocht naar het beheersen van haar kunst. Het begon met de compositie en het
controleproces zette zich verder op het vlak van de materialen: zowel de dragers als de verf tracht
Wéry zelf te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 2 =