Josse De Pauw :: Weg

Theater als een concert. Daar lijkt Weg van Josse De Pauw, Pierre Vervloesem en Peter
Vermeersch nog het meest op. Met de body language van een oude rocker vertelt Josse De Pauw een
levenslied. Een vertelling op huiskamerniveau. Over steeds opnieuw weggaan en toch thuiskomen. En
over een zich herhalend afscheid, zonder tanden.

Met drie staan ze op een tapijt. Zo’n typisch woonkamertapijt als er in elke Vlaamse
woning wel een ligt. Josse achter de microfoon, Pierre Vervloesem en Peter Vermeersch (beide
vooral gekend van het ter ziele gegane ‘speedmetaljazz’-ensemble X-Legged Sally) elk aan
een kant, achter hun instrumenten. "Goedenavond", zegt hij dan, en begint zijn verhaal. Over twee
Godjes, over zijn zussen en broers en hoe ze werden geboren. Het wordt een refrein, de verhalen
over hun — en zijn — opgroeien. Alleen het dialect verandert, als hij zijn eigen
kinderen later de mantel uitveegt.

Zo heeft elk tekstfragment zijn eigen taaltje en vertelperspectief. Van Assens dialect over
verkavelingsvlaams tot lyrische refreinen, van eerste persoon tot derde persoon: het woord bepaalt
de muziek. En omgekeerd, want de muziek bepaalt mee het ritme van dat woord. De Pauw staat achter
zijn microfoon te swingen als een oude rocker en niet toevallig heeft zijn lichaamstaal dan ook
veel weg van die van zijn vriend Arno. Hij speelt zijn tekst niet, hij performt ze.

Doorheen die muzikale gedachtenstroom blikt de ouder wordende mens terug op zijn leven. Met veel
aandacht voor de jeugd want naar het schijnt worden de herinneringen aan wat steeds verderaf gaat
liggen scherper met de jaren. Over het latere leven, de eigen kinderen en eventuele kleinkinderen
glijdt het geheugen vluchtig heen. Alsof het eigenlijk wil zeggen: eenmaal de jeugd over is, gaat
het snel bergaf. Het is de berusting van een mens voor wie het einde nu wel mag komen.

Om dit verhaal te vertellen gebruikt De Pauw een erg gefragmenteerde structuur. Van de
vermaningen in het plat Assens tot Joske dat hij zijn schoenen moet uitdoen en zijn huiswerk moet
maken gaat het naar een afstandelijke vertelstem waar toch nog steeds dat moederlijke standpunt
doorheen schemert. Kleine, met veel liefde vertelde anecdotes. Over hoe de kinderen werden geboren
en armen of benen braken, hersenschuddingen opliepen. Ze zullen terug te horen zijn bij de eigen
kinderen. Het worden een soort mantra’s en zo vertelt De Pauw ze ook. Dagdagelijkse
banaliteiten worden in deze veelgelaagde tekst steeds terugkerende motieven. En er zijn ook de
persoonlijke herinneringen. Aan vakanties aan zee en aan Rodenbach met crevettes. Staccato, in
korte driewoordenzinnetjes, een bijna-opsomming vertelt hij.

"Als elke stap een stuk is van de weg, telt elke misstap mee," beseft de mens ergens
halfweg en hij wandelt over het water. De grens tussen realiteit en fictie vervaagt wanneer hij een
zeemeermin ontmoet bovenop een golfkruin. Ze draagt een deux-pièce van Chanel, een
Gigibloesje en schoenen van de Shoe-post. Ze zingt iets uit Norma van Bellini. Het is liefde
op het eerste gezicht. "Komt gij hier dikwijls?" en "Studeert ge in Leuven of in
Gent? Toch niet in Antwerpen zeker?"

Weg is als een songtekst, een vlechtwerk van strofen en refreinen waarbij de taal een
grote rol speelt. Want net zoals de Inuît honderd woorden voor sneeuw hebben, kent een
doorwinterde zeebonk een veelvoud aan uitdrukkingen voor het water. De opsomming wordt een lied op
zich, een ritmisch klotsen van woorden: "kolk, zwolp, zwalp, roller, breker, kentering,
dwarszee, tegenzee, weerzee, grondzee, stortzee, slagzee," als een golfslag, in ebbe en vloed,
rolt het over de toeschouwers heen. Maar De Pauw staat in "een gruwelijke kalmte", waar
er maar ´´n ontmoeting mogelijk is.

"Doe dat toch niet, ik kan daar niet zo goed tegen," kreunt de mens als zijn schepper
hem voor de keuze stelt tussen "lopen en hopen of zinken en verdrinken." God is een
dichter, maar dan een cynische, die zijn schepping aanspreekt met "Stukske Stront!" De
mens zal uiteindelijk een keuze maken. Weg van het groot gelijk.

Halfweg de wandeling blikt De Pauw terug naar wie hij was, maar evengoed werpt Weg een
blik vooruit op de oude man die De Pauw ooit zal zijn. Waarschijnlijk zitten er heel wat
autobiografische gegevens verweven in de tekst, maar nergens vervalt hij in een ostentatieve
authenticiteit.

In een intimistische setting brengt het trio De Pauw-Vermeersch-Vervloesem een genereuze en
uitermate intieme voorstelling waarin ontroering en een soort van serene berusting samen gaan in
een geheel eigen en aanstekelijk ritme. Weg is subtiel, geniaal geschreven en vertolkt. De
muzikanten en De Pauw kruisen elkaar in een stevig en breekbaar ritme. De tics in de muziek
én in de lichaamstaal van Josse De Pauw interageren daar bijna perfect mee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =