Nestor Burma 13 :: Corrida op de Champs-Elysées (Barral)

Aha, een nieuw album rond Nestor Burma. Kunnen we onze favoriete klaagzang nogmaals aanheffen. Dat het allemaal zo goed niet meer is als in de tijd dat Tardi de albums tekende. En toch halen we keer op keer dat nieuwe werk in huis.

Er is immers die onweerstaanbare drang om, telkens de kans zich voordoet, opnieuw een bezoek te brengen aan dat geromantiseerde Parijs dat je in de albums aantreft. Wie goed zoekt, vindt er in het echte leven ook enkele sporen van terug. Met dit dertiende album maakt Nicolas Barral zijn terugkeer als tekenaar, nadat hij in het verleden al twee afleveringen van Malets policier naar het beeldverhaal mocht omzetten.

In die adaptatie vertelt Barral het verhaal aan zijn eigen tempo. Tijdens het lezen van voorganger Blauw bloed, dat verder fraai getekend werd door Emmanuel Moynot, kreeg je soms het gevoeld dat het verhaal afgejakkerd werd. Niks daarvan in dit album. Corrida op de Champs-Élysées dient zich op een meer uitgebalanceerde manier aan.

We vinden Nestor Burma terug in de cinema. De brave man heeft er een vertoning bijgewoond in het kader van een filmfestival en laat, geheel toevallig, na het opnieuw aanspringen van de zaallichten, zijn oog vallen op Denise Falaise, actrice en schoonheid in één. Tijd om met haar in contact te treden, krijgt Burma echter niet. Samen met zijn makker Covet, professioneel krantenkolomvuller, moet er immers aan de boemel gegaan worden. Na een liederlijke, en eventjes zelfs gewelddadige uitspatting, die Burma door de nachtelijke straten van Parijs laat dolen, vindt de speurneus de poedelnaakte Monique in het bed van zijn hotelkamer – die overigens betaald werd door een vorige opdrachtgever, wat Burma een mooie staycation oplevert terwijl zijn medewerkster de stad uit is.

Mooie vrouwen bij de vleet voor Burma, zo lijkt het wel, maar de speurder blijft onkreukbaar en trekt de volgende avond opnieuw met Covet naar de bioscoop. Na afloop van de vertoning staat een bezoek aan de hoofdrolspeelster op het programma en dan gaan de poppen aan het dansen. Het arme mens, dat na vijftien jaar eindelijk een comeback maakte, wordt door het duo meer dood dan levend aangetroffen. Een vermoedelijke zelfmoord door overdosis, stelt commissaris Faroux vast bij aankomst, wanneer de goede ziel haar laatste adem uitgeblazen heeft.

Met dat eerste lijk begint voor Burma een tocht door de onder- en de filmwereld, die niet zelden een en dezelfde plaats blijken te zijn. Intriges en illegale activiteiten stapelen zich op, en onze held wordt de stuiterende speelbal van het lot, dat hem doorheen een stad met dealers, flikken, pennenlikkers en ploertendoders brengt.

Een uitstap naar Zuid-Frankrijk in het vorige album, zich helemaal verdiepen in de filmwereld in Corrida (bemerk onder meer de knipoog naar À Bout de Souffle), wat rondhangen in een modernistische parel: Burma-albums spelen zich niet noodzakelijk meer in het klassieke, ietwat uitgeleefde Parijs af dat Tardi zo fraai in beeld kon brengen. Die kleine evolutionaire stapjes houden de reeks fris.

Nestor Burma is immers zo’n beetje de Woody Allen van het beeldverhaal geworden. Zowat elk jaar komt er wel een nieuwe uit en ondanks de veranderende setting weet je telkens min of meer wat je kan verwachten. Dat houd je niet tegen er telkens opnieuw voor te vallen. Zelfs al is het soms maar zozo, af en toe is het er helemaal knal op. Dat is voor de lezer een risico dat er eigenlijk geen is: minder dan onderhoudend wordt het immers nooit. En je bent van de partij wanneer er een echte klepper zoals Corrida verschijnt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in