Nouvelle Vague :: 21 oktober 2009, Het Depot

Een veredeld covergroepje? Het ideale medicijn tegen een nakende herfstdepressie? Liftmuziek? Ook op deze fijne site lopen de meningen over het Franse Nouvelle Vague, dat new wave- en punkklassiekers in een zwembad van bossanova, country en bluegrass doopt, uiteen. Een bomvol Depot liet dat alvast niet aan zijn hart komen en maakte zich gereed voor een feestje zonder weerga.

Al begon de Franse band rond Marc Collin en Olivier Libaux, na een slaapverwekkend voorprogramma, op haar beurt ook maar minnetjes met een ronduit flauwe versie van het geweldige “So Lonely” van The Police. Weg waren de heerlijke tempowisselingen, weg was de afgemeten energie van een groep die speelt alsof zijn leven ervan afhangt. Wat overbleef: geluidsbehang dat niet zou misstaan in uw lokale supermarkt, maar alleszins niet thuis hoort in de betere concertzaal.

Hoe het wel moest, toonden de Franse heren en dames gelukkig al vroeg in de set met een prima cover van Depeche Modes “Master and Servant”, een nummer dat op zich al even overeind staat als de betere wolkenkrabber maar hier in een akoestisch jasje werd gegoten dat de song paste als een tweede huid. De twee bevallige zangeressen konden zelfs even het gemis van Martin Gore, die niet te beroerd bleek om zijn eigen song opnieuw in te zingen voor het derde album van Nouvelle Vague, doen vergeten. Meer van dit!

Hoe gekker, hoe liever natuurlijk, en dus nam het onverwoestbare “Road to Nowhere” van Talking Heads een douche in een countrybad en groette ons in de versie van Nouvelle Vague welgemutst met een ferme “Howdy!” waar we niet van terughadden. Nog meer waanzinnige kruisbestuivingen? Wat dacht u van “Humanfly” van The Cramps in een cabaretversie die niet zou misstaan in een jazzkelder in het Berlijn van de jaren dertig? Of de punkklassieker “Too Drunk to Fuck” van The Dead Kennedys, die wel gecoverd leek door het akoestische geweld van The Violent Femmes?

Jammer genoeg ging het bevallige gezelschap daarna toch een beetje uit de bocht met een akoestische, beetje slaapverwekkende versie van “God Save the Queen” van The Sex Pistols. Nochtans kan het, punknummers uitkleden, denken we maar aan de muzikale striptease die Tori Amos ooit neerpootte van Nirvanas “Smells like Teen Spirit”. Soit, niet getreurd, want niet lang daarna waanden we ons -eindelijk- in een Zuid-Amerikaans land, dankzij een bevallige bossanovaversie van Depeche Modes “I just can’t get enough”. We kregen er inderdaad niet genoeg van.

Helaas kondigde zich daar op kousenvoeten onze laatste bus aan – de nadelen van een verhuis naar het platteland, meneer. Op de valreep hoorden we nog een geweldig “Blister in the Sun” van de al eerder geciteerde The Violent Femmes. Tegen dan hadden we echter al lang onze conclusie klaar: Nouvelle Vague drijft inderdaad op één kunstje -het zeer inventief omspringen met covers- maar ’t is op zich wel een fantastisch kunstje, getuige het overweldigend applaus in een uitpuilend Depot. Zelf vinden we dat de band zich nu eens grondig moet bezinnen over de verder te varen koers, maar hey, voor een avondje feest als dit, mag u ons altijd opbellen. Wie had immers tien jaar geleden gedacht dat je ooit nog bossanova kon dansen op pakweg “A Forest” van The Cure?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in