Floris Francis Arthur :: ”Mijn God, ik ben iets waard!”

Niemand had het nog verwacht – hijzelf nog het minst – maar daar gebeurde het toch. Met “Wolfje” heeft Floris De Decker misschien wel zijn grootste hit beet. Het betekent na twee Engelstalige platen dat de bevestiging van die doorstart onder zijn solonaam Floris Francis Arthur plots in het Nederlands gebeurt. En dat had hij ook niet zien aankomen. “Ik had het nummer bijna niet uitgebracht.”

enola: Serieus?

De Decker: “Echt. Ik had het succes van “Wolfje” in de verste verten niet zien aankomen. Want het was effectief een van de nummers waarover ik tot het laatste moment heb getwijfeld of ik het wel op de plaat zou zetten. Ik vond het een heel tof nummer, maar het hoorde niet tussen de rest voor mij. Mijn gevoel was dat het album een mooi, zacht, melancholisch geheel zou vormen, en daarvoor was “Wolfje” eigenlijk wat te vrolijk. Er zit wat van Team William in. Uiteindelijk heb ik toch beslist het mee te nemen, en dan blijkt het plots mijn meest succesvolle single in lange tijd. Dit is een geschenk dat me overvallen is.”

“Het nummer raakt mensen, zelfs emotioneel, merk ik. Ik krijg voortdurend berichten van mensen over dat nummer, hoe ook hun kinderen het leuk vinden, waardoor ze een soort band met elkaar krijgen. Dat is iets wat ik niet had verwacht bij dat nummer, maar ik vind het heel mooi. En ja, er is zelfs een koppel dat “Wolfje” als openingsdans heeft gebruikt. Ik ken die mensen totaal niet, maar kreeg plots foto’s doorgestuurd van hoe ze erop dansten in wolfjes-outfit. Meer onverwacht kan niet. Maar het doet deugd. Ik ben heel blij dat het dan toch de plaat heeft gehaald. Ik vind het ook een fijn nummer om live te spelen, en dat is een groot geluk. Zo vaak gebeurt het niet dat een nummer dat je niet graag brengt een succes wordt. Dan zit je echt in de shit.”

enola: Heb je enig idee waarom Radio 1 zo is aangeslagen op dat nummer?

De Decker: “Of dat te maken heeft met het quotum Nederlandstalige muziek dat ze moeten draaien, zou je hen moeten vragen. Ik voelde in elk geval dat hun enthousiasme al bij mijn vorige platen aan het groeien was. Met There Never Is And Never Was A Masterplan werd ik bijna niet gedraaid. Een keertje in een avondprogrammatie, of zo, maar dat was het. Bij Little Did I Know was dat al veel beter, mocht ik eens langsgaan bij Belpop. Ik voelde gewoon hoe ze bij elke nieuwe single meer steun gaven. Ook “Hou me tegen”, mijn eerste Nederlandstalige single, was al een groot succes. Ik had nog nooit meegemaakt dat ik de Vox-lijst haalde.”

enola: Als ik het goed heb, is het de schuld van de Fransen dat jij in het Nederlands bent beginnen te zingen.

De Decker: “Ik had al bijna een derde Engelstalige plaat af, toen ik als afsluiter van het schrijfproces naar Parijs trok. Het idee was om wat musea te doen, en ’s ochtends en ’s avonds muziek te spelen en te schrijven en zo de boel af te werken. Achteraf gezien was dat een dwaas plan, want Parijs heeft gewoon geen plekken waar je muziek kunt maken. Ik zat in een Airbnb waar ik bijvoorbeeld geen lawaai mocht maken. De eigenaar is de eerste dag echt kwaad op mij geworden omdat ik in zijn tuin zat te spelen. En aangezien ik naar daar was vertrokken met de bedoeling om te schrijven, werd het zo een hele trieste, eenzame reis. Ik heb daar een week gek zitten worden, en toen ik thuis kwam, is het gewoon ontploft in mij.”

“Terug in Gent ben ik naar mijn vaste schrijfplek in de natuur getrokken, en meteen kwamen er teksten en melodie uit mij. In het Nederlands, iets wat ik vroeger wel al geprobeerd had, maar toen vond ik het resultaat steevast lachwekkend en onnozel. Ik dacht dus niet dat het nog een optie was, maar plots was het daar, en voelde ik dat het heel hard klopte. Ik amuseerde mij. Doordat het iets nieuws was, voelde het bijna opnieuw als op mijn achttiende mijn eerste liedje maken: mijn God, ik ben iets waard! Toen was dat complete euforie, en ook nu voelde het als de ontdekking van een nieuwe taal, een volledig nieuwe manier van songschrijven. Als je niet in je moedertaal schrijft, zo besef ik nu, kom je toch makkelijker bij clichés uit. Zinnen die je al eens in andere teksten hebt gehoord. Nu denk ik dat mijn teksten veel rijker zijn. Ik kom bij zinnen en woorden uit waar ik in het Engels nooit op was gekomen.”

enola: Voelde je meteen dat het ook persoonlijker werd?

De Decker: “Ja. Het eerste nummer dat er zo uitrolde was immers “De zwaartekracht”, en dat klinkt misschien heel abstract-poëtisch, maar voor mij is dat een ongelofelijk persoonlijk nummer over een heel concreet iets. En dat is me in het Engels nooit gelukt. Ik wist meteen dat ik iets aanboorde in mezelf waar ik nog niet was geweest.“

enola: Het is een nummer over afscheid nemen.

De Decker: “Mijn vader is bijna negen jaar geleden gestorven, en ik probeerde al heel lang om in het Engels een nummer over hem te maken. Dat lukte nooit. Ik heb veel dingen geschreven die allemaal in de vuilbak zijn beland omdat ik het te sentimenteel vond. Het klopte nooit. Tot nu, en het meteen het eerste nummer was dat ik in het Nederlands schreef. Het gaat over iemand loslaten en missen, en over daar soms op een heel slechte manier mee omgaan door dat te proberen weg te feesten en jezelf te verliezen in drank en drugs. Ik probeerde mij toen niet te verliezen in die zwaartekracht. Gewoon proberen niet weg te zinken in je verdriet. Maar dat is niet per se relevant voor een luisteraar.”

enola: “Fuck de Zwaartekracht” is in elk geval een goeie slogan voor op een T-shirt.

De Decker: “Er staan wel een paar slogans op de plaat. Ik heb voor het eerst in mijn leven merchandise gemaakt, en toen ik daarvoor door mijn teksten ging, viel het me op. ‘Fuck de zwaartekracht’, inderdaad, maar ‘Normaal ben ik beter’ is ook een goeie. Mijn Nederlandse teksten zijn op dat vlak veel rijker dan mijn Engelse.”

enola: Waar komt de titel Normaal Ben ik Beter vandaan?

De Decker: “Dat heb ik mensen vaak als sms’je gestuurd na een gesprek waarin ik mezelf een idioot vond. Waarschijnlijk was dat niet eens zo, maar dat soort berichten stuur je als je een soort minderwaardigheidscomplex hebt. Ik vind het een heel droevige, maar ook grappige zin. En misschien is het ijdele hoop, maar ergens hoop ik dat door dat zo duidelijk te benoemen en op een plaat te plakken, ik misschien afscheid kan nemen van dat complex.”

“De dood van mijn vader heeft voor mij alles veranderd, ook op creatief vlak. Vooraf heb ik lang geworsteld met een depressie, waardoor ik niets meer geschreven kreeg na de tweede Team William-plaat. Ik kampte met heel extreme angstgevoelens, en ondertussen was mijn vader ongeneeslijk ziek. Het was een heel zwaar aftakelingsproces waar ik met mijn neus op stond. Dag in dag uit bestond mijn leven uit kanker en dood, alles ging daarover. Toen heb ik besloten dat het gedaan was met me te verliezen in zelfmedelijden en angst. ‘Nu ga ik gewoon verder werken, want de tijd tikt verder’: de dood was plots iets heel reëels geworden voor me. Zo ben ik aan de Cloudy-Oh-plaat beginnen schrijven, en ging mijn songschrijverschap opnieuw leven.”

enola: Nochtans zei je al ten tijde van Drama, die tweede Team William-plaat, dat je door de zwaarte van die depressie heen was.

De Decker: “Neen dus. Ik dácht dat ik eruit was, maar ik zat er gewoon nog middenin. Het heeft nog lang geduurd, en dus ben ik bij The Van Jets gaan spelen, bij Intergalactic Lovers. Ik was heel blij dat ik dat kon doen, want schrijven ging niet meer. Ik bleef maar in een mindset van zelfhaat en angst hangen. Ik maakte mezelf gewoon wijs dat het voorbij was, en dat voelde ook ergens fout aan. Ik was in interviews aan het beweren dat ik me beter voelde, maar ik wist eigenlijk wel dat het niet zo was.”

“Nu kan ik wel zonder liegen zeggen dat ik erdoor ben. Het is er nog, ik probeer niet meer te genezen, maar ik heb het aanvaard. Daar lag voor mij de sleutel: werken met wat je hebt, en gewoon voortdoen. Het is voor mij heel symbolisch dat Normaal ben ik beter mijn derde plaat is. Met Team William hebben we maar twee platen kunnen maken, en dat voelde echt als een vloek. Die is bij deze doorbroken, en ik durf te zeggen dat Floris Francis Arthur is wat ik voor de rest van mijn leven doe. Nu ga ik door tot ik tien albums heb gemaakt, of meer. Dat wilde ik al toen ik achttien was, maar dat plan is grandioos mislukt. Deze keer zal ik wel slagen.

enola: Is er een reden dat je dat niet meer onder de naam Cloudy-Oh doet?

De Decker: “Ja. Heel simpel: dat was ik niet. Ik ben nog altijd blij met de Cloudy-Oh-plaat, maar ze kwam vanuit een verkeerde plek. Cloudy-Oh was een rol, omdat ik toen wilde proberen vanuit een personage te schrijven: een wereldvreemd figuur met een blauwe pruik en vreemde kleding. Zo wilde ik ontdekken of ik de dingen dan minder persoonlijk zou nemen. Het voelde fout aan, echter, want ik ben geen David Bowie. Ik schrijf beter als ik uit mezelf schrijf, en mezelf ben op het podium. Dan ben ik mijn beste versie. Ik wist dus vrij snel dat ik met Cloudy-Oh moest stoppen, en dat besef heb ik voor de rest van mijn leven.”

“Ik weet nu dat ik liever dicht bij mezelf blijf, en dat ga ik nu blijven doen. Ik ga me niet meer laten afleiden, of nog onder andere namen beginnen. Ik ben er zeker van dat dit het is. Ik heb een band, kan soloshows spelen: ik heb absolute vrijheid voor mezelf geschapen. Die heb ik nodig, want in een groepje ga ik toch altijd weer rekening houden met wat de anderen willen, en kom ik vaak ergens uit waar ik eigenlijk niet wil zijn. Misschien is dat dus wel de grootste ontdekking van de afgelopen jaren: dat ik het beste werk onder mijn eigen naam. Ik vind het zalig dat ik er een band rond heb kunnen verzamelen, maar het moet niet. Ik doe het hoe ik het wil, en dat kan alle kanten uit, desnoods maak ik een elektronische plaat. Soms zal het publiek mee zijn, soms niet, maar iedereen zal altijd snappen: het is gewoon Floris.”

enola: Eigenlijk had je die nood aan een solo-uitlaatklep altijd al? Floris Francis Arthur bestond al ten tijde van Team William als nevenproject FFA.

De Decker: “Er was zelfs meer dan twintig jaar geleden al een MySpace met de naam Floris Francis Arthur, maar dat is nooit ergens naartoe gegaan. Team William was een zodanig leuk en onverwacht succes, dat het alle aandacht opslorpte. Maar het idee om ook lo-fi melancholische songs uit te brengen was er inderdaad al sinds mijn achttien jaar.”

enola: Ben je eigenlijk nog altijd zo’n veelschrijver als vroeger?

De Decker: “Opnieuw. Ik heb het teruggevonden, en ik zit dan ook vol plannen. Het gaat allemaal nog altijd veel te traag voor mij. Er is bijvoorbeeld nog die Engelstalige plaat die ik bijna klaar had, maar ik ben me nu ook zo hard aan het amuseren dat ik al weet dat het volgende album ook in het Nederlands zal zijn. Ik heb al zes, zeven nummers klaar. Het is nu echt crazy in mijn hoofd. Het stopt op geen enkel moment.”

 

Rijke fuckers

enola: Floris Francis Arthur wordt ondertussen doorgaans geïntroduceerd als het soloproject van de toetsenist van The Van Jets en Intergalactic Lovers, alsof Team William vergeten is. Stoort dat je?

De Decker: “Ik vermeld The Van Jets en Intergalactic Lovers zelf ook als ik een perstekst opstel, gewoon omdat dat klinkende namen zijn die iedereen kent. Dat is oké. Voor mij telt alleen dat mensen een titel zien, en vervolgens ook verder lezen. Dan komen ze in het interview wel meer over me te weten, en daar zal Team William wel vermeld worden. Mensen spreken me nog elke week aan over die band, dus hij heeft die twintig jaar wel overleefd.”

enola: ‘Er vloeit veel Denderwater door de teksten’, heb je al gezegd. Waaraan merk je dat?

De Decker: “Een gewone luisteraar zal dat niet merken hoor, maar voor mij is dat duidelijk. Het kon ook niet anders, net omdat het door dat Nederlands persoonlijker is geworden. De Denderstreek is een deel van wie ik ben, met zijn mix van mistroostigheid en schoonheid. Voor mij komen die twee emoties in mijn teksten voor.”

enola: Je grijpt in een aantal songs terug naar je jeugd in Ninove. Kwam dat ook door het Nederlands, of is dat gewoon de leeftijd?

De Decker: “Uiteraard speelt mijn leeftijd een rol, maar die nostalgie sloop er ook al in op mijn vorige platen. Het Nederlands zorgt er echter voor dat ik nu wel automatisch op concretere herinneringen uitkom. Ik probeerde dat eerder wel, maar dat lukte niet omdat mijn Engels misschien niet goed genoeg is. “Ik wil terug”, over kotsen in het gras, gaat overigens over hoe nostalgie een ziekte kan worden waar je jezelf tegen moet beschermen. Je maakt jezelf immers ook voortdurend dingen wijs over hoe schoon het vroeger allemaal was. Het was nooit echt zoals je je het meent te herinneren.”

enola: Ninove is een grauwe industriestad. Ik kan me voorstellen dat het er moeilijk opgroeien was voor een gevoelige jongen.

De Decker: “Het is heel dubbel. Wij werden bijvoorbeeld getraind om te zuipen. Vanaf mijn twaalfde werd dat heel aanwezig in mijn leven. En er is op cultuurvlak ook weinig te beleven, waardoor net een soort van tegenbeweging ontstond van mensen die wél in kunst geïnteresseerd warren. Doordat we met zo weinig waren, vonden we elkaar op één plek die heel hard als een thuis voelde. Terwijl je in een grootstad heel verspreid met kunst bezig kunt zijn, en daarin verloren kunt lopen, was er in Ninove een kleine groep mensen die met leuke dingen bezig was en elk weekend samenkwam op dezelfde plekken. Ik heb daar heel mooie tijden beleefd, maar ik heb er spijt van hoe dat zuipen en drugs daar zo aanwezig waren, en dan vooral dat ik zo stom was om daar volledig in mee te gaan.”

enola: Ninove is ook de stad waar Vlaams Belang aan de macht is.

De Decker: “En dat vind ik heel droevig. Ik bezoek vaak mijn moeder, die daar nog woont, en ik begin dat ook te merken. Er hangt een soort openlijk racisme waar veel mensen zich echt niet meer voor schamen. Het doet pijn om dat te zien, en ik merk ook dat mijn mama daarvan afziet. Gelukkig is er tegenreactie: er wordt meer dan ooit van alles georganiseerd. Er zijn tentoonstellingen, Facebookgroepen die tegen die racistische beweging ingaan, … maar het is fucking heavy. Ik volg op sociale media veel mensen uit Ninove, en je ziet hoe iedereen die ook maar iets van kritiek durft te uiten op Guy D’Haeseleer op een waanzinnig agressieve manier kapot wordt gemaakt. Van zodra je iets durft te posten, vliegen honderden mensen daarop. Het is gewoon niet te vatten: het is echt Trump-Amerika in het klein.”

“Tegelijk heb ik begrip. Ik ben zelf opgegroeid in een sociale woning, ook mijn moeder had geen geld. Als je je al naar beneden geduwd voelt, denkt dat er niemand naar je luistert, en dan krijg je nog een buurman die jou niet verstaat, dan is de verleiding om op Vlaams Belang te stemmen groot. Ik snap dat. Ik geloof echt dat de meeste mensen die op die partij gestemd hebben geen kwaad opzet in de zin hebben, maar zich gewoon echt slecht voelen over hun situatie en hopen dat D’Haeseleer daar iets gaat aan doen. Want hij maakt veel beloftes. Dat is waar de mensen op stemmen, denk ik. Ik hoop in elk geval dat die mensen niet op dat racisme stemmen. Het maakt me veel kwader als ik met mijn moeder op het rijke platteland rondom de stad ga wandelen, en alle Belang-affiches zie. Dat zijn mensen die in grote villa’s wonen, die geld hebben. Zij hebben niets te vrezen, hebben geen problemen. Dan denk ik: hoe kunnen jullie dit doen? Daar heb ik geen begrip voor. Die rijke fuckers maken me kwaad.”

 

‘Probeer maar’

enola: Ik ben niet de eerste die opmerkt dat er een zware Luc De Vos-stempel op je Nederlands drukt.

De Decker: “Dat kon gewoon niet anders. Ik heb in mijn jeugd erg veel naar Gorki geluisterd, er was geen manier waarop Luc De Vos niet aanwezig zou zijn. Hij, Raymond van het Groenewoud en Jan De Wilde zijn de artiesten waar ik het meeste en het vroegste naar geluisterd hebt, dus die zitten diep in mij verankerd. Er zit in hun muziek een fragiliteit en gevoeligheid waar ik altijd naar op zoek ben. Luc de Vos is iemand die met heel veel humor op een heel neerslachtige manier kon schrijven. Je hoort in zijn teksten soms breken.”

“Wat mij aanspreekt in een tekst is dat een zanger of een zangeres zegt: ‘Ik weet het eigenlijk ook niet’. Dat heeft bijna alle muziek die me gevormd heeft. Stephen Malkmus van Pavement heeft dat ook: alles wat hij zingt komt neer op ‘weet ik veel’ of ‘probeer maar iets’. Dat raakt mij altijd veel harder dan iemand die zegt: Ik weet hoe de dingen in elkaar zitten.”

enola: Heb je De Vos ooit gekend? Hij was destijds zowat de patroonheilige van de Gentse scene.

De Decker: “We hebben het geluk gehad dat we met Team William deelnamen aan de Rock Rally in een jaar dat hij die presenteerde. Hij was echt fan van ons, en kwam regelmatig naar onze optredens. Zeker voor Arne (Sunaert – red.), onze toetsenist die zo mogelijk een nog grotere Gorki-fan was, was dat ongelofelijk. Luc was zo lief, zo ondersteunend, zo grappig, en clever. Als hij na een optreden kwam zeggen hoe tof hij het vond, deed hij dat altijd op zo’n manier dat wij plat van het lachen gingen. Hij was een voorbeeld voor mij van hoe je tegelijk lief en clever kunt zijn, en toch ook grappig en met relativerende zelfspot.”

“Je voelde ook altijd de pijn bij hem. En een soort eenzaamheid. Hij was altijd omringd door mensen. Maar je voelde ook altijd dat hij in zijn hoofd een eenzame mens was die de clown uithing voor de mensen rondom hem. Dat hoor je ook heel duidelijk aan zijn teksten. En tegelijk had hij wel een enorm charisma. In cafégesprekken loste hij de ene grap na de andere. Ik denk dat hij dat gewoon zelf niet zag, wat een schoonheid er van hem uitstraalde.”

 

Pyschologische terreur

enola: In “De opdracht” zing je: “Ik moet een netwerk bouwen in de stad, ik moet mezelf verkopen ten koste wat. Dat is de opdracht, dat is de straf.” Alles in eigen beheer doen komt met een prijs?

De Decker: “Alle bullshit en promo rondom muziek maken is hels. Dat is puur werk, en dat heb ik aanvaard, maar het voelt als psychologische terreur. Het maakt me vaak mentaal kapot, maar het hoort erbij. Het zijn harde jaren geweest op dat vlak, maar ik heb besloten een drive te creëren, en ik ga er gewoon allemaal voor. Ik ga los door de muur, zelfs al blijven de afwijzingen komen. Noem het inderdaad de prijs om songsmid te mogen zijn. Ik heb vrienden die met dezelfde passie liedjes schrijven, maar zij accepteren dat daar geen kat naar luistert en doen niets op de socials. Zo ben ik niet. Als je jezelf popmuzikant noemt, moet je ervoor durven gaan en een publiek zoeken. Want popmuziek dient om gehoord te worden, dat schrijf je niet voor een elite van twintig man.”

“Ik doe het ook graag, dus ik ga die strijd aan. Ik doe keihard mijn best om het publiek te vinden op alle mogelijke manieren. Een manager nemen? Een boeker? Simpel: iedereen wijst mij af, en dus blijf ik het maar zelf doen. Ik heb ook voor deze plaat enkele mensen gevraagd of ze mij wilden helpen met de omkadering: allemaal zeiden ze neen. Ik veronderstel dat mijn leeftijd heel hard meespeelt, en ik begrijp dat. Ze gaan altijd iemand van twintig met talent kiezen boven iemand van veertig met hetzelfde. Ik heb geleerd dat niet persoonlijk te nemen, maar het blijft mentaal hard. Ik ken veel songwriters die daaraan onderdoor zijn gegaan en het hebben opgegeven. Dat het me nu een beetje aan het lukken is, voelt als een dikke ‘fuck you’ naar wie me heeft afgewezen.”

enola: Ondertussen leef je al meer dan tien jaar van je muziek. Je hebt hun ongelijk al bewezen.

De Decker: “Al is dat me vooral gelukt doordat ik achter de schermen muziek voor reclames maak. Ik heb jingles voor een hoop grote merken gemaakt, waarmee ik tijd heb gekocht om mijn muziek te kunnen maken. Onlangs vertelde Arne me dat ik hem ooit had verteld dat het mijn droom was om voor marketingcampagnes te schrijven. Ik wist immers al op mijn achttiende dat dat genoeg geld zou opbrengen om verder de vrijheid te geven om te maken wat ik wil.”

enola: Nu stel ik me voor dat jij diegene bent die de Kruidvat-jingle bedacht.

De Decker: “Neen, die bestond al toen ik ermee begon, denk ik. Maar ik heb er echt honderden gemaakt die je kent. Ik zou dat van de daken willen schreeuwen, maar helaas zijn merken daar niet erg tuk op. Terwijl ik er fier op ben dat het me gelukt is. Ik heb op een ambachtelijke manier iets gedaan met mijn talent.”

Floris Francis Arthur stelt Normaal ben ik beter voor in de Charlatan in Gent op 4 november.

 

Beeld:
Femke Appeltans
Team William, Cloudy-Oh

recent

Paradise

Paradise, heette ooit blijkbaar gewoon Paradijs, maar kreeg gaandeweg...

Keo :: Put A Smile On For Me

Het borrelt en broebelt al een tijdje, de revival...

Sense and Sensibility

Meer dan tweehonderd jaar oud is het oeuvre van...

Heart of the Beast

Twee jaar geleden was er Mark Wahlberg die met...

verwant

Floris Francis Arthur :: Normaal ben ik beter

"Plots kwam het er in het Nederlands uit, en...

PODCAST: Trans-Europe Express :: Daft Punk: ‘Homework’

Het was levensveranderend, die keer dat Daft Punk Pukkelpop...

Eindejaarslijstje 2025 van Matthieu Van Steenkiste

Ja, het was weer zo'n jaar, maar laat ons...

Floris Francis Arthur :: Little Did I Know

Solo is ook maar alleen, en dus omringt Floris...

Cloudy-Oh :: Dreaming

"Ik heb maar één keer paddenstoelen genomen in mijn...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in