Klaas Delrue :: ”Ik weet nu dat er een verschil is tussen ‘voorbij’ en ‘verwerkt”’

Yevgueni is na een intens jubileumjaar even uitgefeest, en dus vindt frontman Klaas Delrue ruimte voor een eerste Nederlandstalige soloplaat. Tijd voor mij, heet die, en wie er de teksten op napluist, merkt dat dat nodig was. “De vraag of ik wel genoeg schrijf om mezelf songschrijver te noemen, is bij deze beantwoord.”

Klaas Delrue is zenuwachtig. “Je bent er vroeg bij”, zegt hij. “Ik heb mijn verhaal nog niet klaar.” En zo is het maar net. Spreek ik doorgaans artiesten die al een half jaar lopen te popelen om hun album uit te brengen, dan voelt Tijd voor mij zelfs voor de Yevgueni-frontman nog vers. “We hebben afgelopen december en begin dit jaar opgenomen, eind januari was ze afgemixt. Waarna ik meteen ben beginnen repeteren voor de optredens die nu volgen. Ik heb dus nog niet goed kunnen overdenken wat ik over deze plaat wil vertellen.”

enola: Laten we dan beginnen met de vlag die deze lading moet dekken. We hadden al eens een Franstalige soloplaat onder de naam Delrue, nu is het Klaas. Een andere taal vroeg een andere artiestennaam?

Klaas: “Die naamkeuze is inderdaad een knipoog: vorige keer de familienaam, nu de voornaam. Waarom? Omdat me wel duidelijk was dat als ik iets solo wilde doen naast een nog steeds goed draaiend Yevgueni, dat zowel inhoudelijk als vormelijk op zichzelf moest staan. Het mag niet in hetzelfde vaarwater komen als de groep. Met het Frans van Delrue zat ik op dat vlak wel safe, maar het was hard werken om in die taal aan tien goede songs te komen. Het was een stijloefening, zoeken naar een paar goede zinnen, hopen dat die correct waren, en daar dan een verhaaltje van maken.”

“Ik was me er bij dat album heel hard van bewust dat ik niet in mijn eigen taal schreef. Dat schiep een soms comfortabele afstand, maar die kon ik niet gebruiken voor deze nummers. Ik voelde dat ik deze verhalen in mijn eigen taal moest brengen, maar dan op een manier die ver genoeg af stond van Yevgueni. Vandaar ook de uitdaging om alleen op een podium te gaan staan, zodat het ook muzikaal zeker een ander universum is.”

enola: Over Risquons tout van Delrue zei je me destijds ‘het is niet zo’n plaat’, toen ik viste naar je eigen verhaal achter de nummers. Deze keer is het wél persoonlijk?

Klaas: “Ja. Dit komt echt vanuit een soort noodzaak. Het is een ei dat ik moest leggen, iets dat ik van me wil afschrijven, en waarmee ik de band niet wilde belasten. Of eerder: het is zodanig persoonlijk dat het beter werkt als één iemand het brengt, en ook zo op het podium staat.”

“Ik heb er al vaak lachend over gepraat, zelfs songs over geschreven die er ook wat over glimlachen, maar: ik had een writers’ block van bijna zes jaar. Tussen Tijd is alles in 2017 en Straks is ook goed uit 2022 ging het echt niet. Doordat we tussenin voor 2020 eerst ons twintigjarig jubileum hadden gepland, dat vervolgens geschrapt is door COVID, kon ik dat naar de buitenwereld echter wel verbergen.”

“In het begin ontkende ik ook voor mezelf dat er een probleem was, tot dat niet langer kon. En achteraf denk ik dat die hele lockdownperiode daar zeker een element in was. Het lijkt ondertussen lang geleden, maar ik denk dat we niet genoeg kunnen herhalen wat voor harde klappen iedereen in de muzieksector toen heeft gekregen. Ik heb in die periode ontdekt dat mijn passie het podium is. Je denkt dat je het wegvallen daarvan wel opvangt door meer te gaan schrijven, maar dan blijkt dus dat je in je hoofd van beroep eerder performer bent dan songsmid. Daar ben ik heel hard op gebotst, waardoor ik een haat-liefdeverhouding met schrijven kreeg. Al hielp het ook niet dat ik een anderhalf- en een vierjarige had rondlopen, we net verhuisd waren en ik in ons nieuwe huis nog geen schrijfplek had. Straks is ook goed heb ik beneden in de zetel geschreven, tijdens de schooluren, tot om half vier de schoolpoort en het vaderschap weer riep. Het was een perfecte storm die de schrijver in mij niet nodig had.”

enola: Tijd is alles, Straks is ook goed, en nu Tijd voor mij. Tijd is een thema voor je.

Klaas: “Dat is altijd zo geweest, ja. Tijd voor mij mag je gerust lezen als ‘me-time’. Er is enorm veel tijd en energie naar Yevgueni gegaan, nu is het even aan mij. En dat bedoel ik niet negatief, hoor. Het is meer inhoudelijk, en die kun je best nog samenvatten als ‘Klaas kan niet om met verandering’. Er waren gewoon wat te veel omwentelingen tegelijk in mijn leven, waardoor ik in overlevingsmodus ben geschoten. Ik ben hulp gaan zoeken voor een burn-out, en de arts vroeg meteen of het niet eerder een bore-out was: ik zat thuis, met te weinig om handen, miste dat podium, … Ik moest mezelf gewoon meer uitdagen. En dat is gebeurd. De vraag of ik wel genoeg schrijf om mezelf songschrijver te noemen, is bij deze beantwoord. Ik ben van het ene uiterste in het andere geschoten, en heb mezelf de opdracht gegeven twee albums in twee jaar te schrijven, waarvan Tijd voor mij de eerste is. Ik heb gemerkt dat ik mijn talent niet kwijt ben, als ik mezelf maar een deadline stel.”

enola: Eigenlijk heb jij altijd al met schrijven geworsteld, niet? Al op “Aan de arbeid” ging het erover hoe je jezelf in gang moest schoppen.

Klaas: “Dat was inderdaad de eerste keer dat ik over een writer’s block schreef, maar toen had ik gewoon nood aan een deadline. Want als het dan moet, dan kun je ineens wel doorgaan tot vier uur ’s nachts. Dat is nu natuurlijk niet meer aan de orde, nu moet ik het in een werkurenmodel ingepast krijgen, en zoeken naar het metier in mezelf. Het vraagt nog altijd een uur of twee voor ik in the zone kom, maar ik kan niet meer zoals vroeger erop vertrouwen dat ik een maandje lang opblijf en dan wel een plaat heb.”

“Er is iets als ‘voor-schrijftijd’. Dat is moeilijk om uit te leggen aan je omgeving; dat je dan wel niets hebt zitten doen, maar dat toch productief was. Dat je door vandaag weet dat het morgen wel gaat komen. En zolang je dat zelfvertrouwen hebt, is dat ook geen probleem, maar als je begint te panikeren dat er niets is gekomen, dan raak je in een neerwaartse spiraal. Daar ben ik in die periode ingetrapt.”

enola: Er is ook sprake van onverwerkt verleden.

Klaas: “Dan gaat het vooral over “Wanneer de avond valt”, waarin ik zing over ons hele traject met onder andere IVF om kinderen te krijgen. Dat is lang een heel groot probleem geweest dat ons leven beheerste, en toen dat opgelost was, dacht ik dat het voorbij was. We gingen van intens verdriet naar het grootste geluk met de geboorte van mijn eerste kind. Het contrast kon niet groter zijn, en dus stopte ik weg wat vooraf ging. Maar ik weet ondertussen dat er een verschil is tussen voorbij en verwerkt. Ik heb geleerd dat de droefheid van die periode een deel van mijn persoonlijkheid is geworden.

“In die zin is Tijd voor mij een conceptplaat. Alles wat rond mijn vijftigste nog speelt in mijn leven wordt er ergens wel verwerkt. Zelfs mijn perfecte jeugd zit erin, want dat is ongetwijfeld een stukje de oorzaak waarom ik zoveel moeite heb met het volwassen leven.”

enola: In het slotnummer, “Waar ben je”, vraag je je letterlijk af wie je eigenlijk bent.

Klaas: “Dat nummer is in de eerste plaats een sneer naar al te eenvoudige zelfhulptips. ‘Blijf dicht bij jezelf’, zeggen ze dan, maar dat betekent natuurlijk niets als je jezelf net kwijt bent. Het was die contradictie die ik wilde aanraken in “Waar ben je”. Samen met “Avond zonder woorden”, het openingsnummer, is het een van de oernummers op Tijd voor mij. Eigenlijk vond ik het wat te simpel, te voor de hand liggend, maar uiteindelijk hebben we beslist om het als demo achteraan te zetten. Omdat het inhoudelijk zo belangrijk is. Die zin ‘de jongen waar je ooit op leek’ stelt immers de vraag hoever je moet teruggaan om te vinden wie ‘jezelf’ was. Samen met de hoesfoto van mijn zeventienjarige zelf hebben dat eerste en laatste nummer alles aan Tijd voor mij op zijn plaats doen vallen.”

enola: Hoe past die hoesfoto in dat plaatje?

Klaas: “Het is een beeld dat een van mijn Chiroleiders maakte voor zijn eindwerk aan Sint-Lukas. Hij zette gewoon alle jongeren van zijn groep voor de lens. Ik had nog maar vage herinneringen dat dat beeld bestond, tot ik hem op de kermis van Rekkem opnieuw tegen het lijf liep. Je ziet er mij op mijn zeventiende, een maand voor ik zanger ben geworden: een moment dat cruciaal is geweest voor wie ik ben geworden. Dat die foto bestond, was voor mij al genoeg om hem op de hoes te zetten. En het is natuurlijk ook een knap beeld. Je kunt hem naast vintage hoezen uit de jaren zeventig zetten. Al is mijn vrouw er maar een koele minnaar van.” (lacht)

enola: Waarom cover je “Kinderballade” van Boudewijn de Groot?

Klaas: “Ik wist dat een cover aan het einde van de rit welkom zou zijn, en dan was het ook meteen duidelijk welke. Als Tijd voor mij immers een tijdsdocument is, een conceptplaat waarin mijn kindertijd ook een essentiële rol speelt, dan paste dat wel. Als is het maar omdat het na mijn Kinderen voor kinderen-tijd het eerste nummer was dat ik woord voor woord van buiten kende. Het was het eerste nummer op kant B van een verzamel-LP uit 1976. Daardoor kon ik het als kind zelf gemakkelijk opleggen: ik moest de naald niet verzetten.”

“Het is een oerkleinkunstnummer, maar het wordt omarmd door mensen die dat genre niet per se omarmen, zoals dEUS, dat het ooit coverde. Al is het natuurlijk niet evident, want ik wil nu ook geen vergelijking uitlokken tussen mijn teksten en die van Gerrit Komrij, die dat nummer schreef. Maar ik vind wel dat het tussen de rest past. Ik heb uiteindelijk Sarah Green gevraagd mee te zingen, omdat we dat al lang eens van plan waren, en ik een duet tussen de jongen en het meisje uit de tekst hoorde. Dat ook zij een Boudewijn de Groot-fan is, was mooi meegenomen. Twee generaties fans in één song; dat is fijn.”

enola: In “Alles gaat over” hoor ik dan weer echo’s van een andere held. Die akkoorden zijn wel heel erg “I Want You” van Dylan, niet?

Klaas: “We hebben mijn nummer ernaast gelegd om zeker te zijn dat het geen kopie was. Anderen horen er overigens andere bestaande songs in – ik zeg niet welke – maar als je een mondharmonica bovenhaalt en een shuffle speelt, kom je al snel in dat vaarwater uit. Het is ook pas toen we dat ritme eronder hebben gezet dat het zo gelijkend begon te klinken, en ik Willem Ardui, de producer, heb gezegd dat we dat wel even moesten checken.”

enola: Het verbaast me dat jij na een kleine dertig jaar podium nog zenuwachtig kan zijn voor een solo-optreden.

Klaas: “En toch is het zo. In een band kun je je immers verstoppen, en dat heb ik zeker gedaan. Als je een van de beste gitaristen van België naast je hebt staan (Patrick Steenaerts – red.) dan kun je zelf chille gitaarpartijen spelen, en focussen op je zang, de performance en de bindteksten. Het probleem is dat je dan in de val trapt dat je niet meer beter wordt, en ook niet meer oefent. Mezelf op dat vlak weer wat scherper maken, is wel deel van het Tijd voor mijverhaal. Je kunt immers maar genieten van een solo-optreden als je jezelf zeker genoeg voelt op je instrument. Bij Yevgueni ben ik dat omdat ik die nummers al duizend keer heb gespeeld, nu zit ik met tokkels die nog maar vier maanden bestaan en ik dus letterlijk nog in de vingers moet krijgen.”

enola: En wat met Yevgueni hierna?

Klaas: “We zijn met heel veel goesting en ideeën uit dat jubileumjaar gekomen. De sabbat is dus puur een kwestie van timing. Voor het jubileum hebben we in 2025 in zes verschillende formats opgetreden, zijn in alle circuits langs geweest. Je kunt dan het volgende jaar niet opnieuw aankloppen met een nieuw album, daar moet wat tijd over gaan. Maar we komen terug, hoor.”

“Dat verjaardagsjaar heeft me veel energie gegeven, en dat had ik nodig. Onze 25 jaar vieren was voor een deel ook een oplossing van al die problemen die je tussen de lijnen van Tijd voor mij hoort. Na zoveel jaar heb ik immers even moeten zoeken naar de fun, het nut en de ‘sturm und drang’ van weleer. Dat heb ik toen teruggevonden.”

enola: Je wordt dit jaar dan ook vijftig. We zijn geen jonge veulens meer.

Klaas: “Dat speelt inderdaad ook mee. Niet echt de leeftijd, maar ik wilde toch nog een keer alles uit mezelf halen. Mezelf confronteren met die luiheid op gitaar, onder andere. Vandaar dat ik mezelf de uitdaging heb gesteld om dit alleen te doen. Ik heb ondertussen een try-out gedaan, en ben wel duizend keer gestorven. Daardoor weet ik dat ik nog meer moet oefenen, tot ik het leuk vind, omdat ik weet dat het goed gaat zijn. En dat ik niet meer dood sta te gaan. Het is voor mij een gigantische sprong in het diepe, maar ik voel dat het gaat lukken.”

“In de optredens heb ik sowieso vertrouwen. Zelfs als mensen de nieuwe liedjes niet leuk vinden, zijn er nog covers en oude songs. Als ze het album niet lusten, dan hoor ik het wel. Hoe dan ook is dit voor mij een startpunt. Ik ga niet terug naar Delrue, mijn plan is nu dat ik om de twee Yevgueni-platen even op Klaas terugval, zodat ik bij het schrijven kan zien of een song voor de band of voor mezelf is. Zonder mezelf met hem te willen vergelijken: een beetje zoals Frank Vander linden doet met De Mens en zijn solowerk. Ik vind het op zich immers ook niet onlogisch dat je op je vijftigste niet de hele tijd de frontman van een popgroep wil zijn, maar ook eens een andere kant van jezelf wil laten zien.”

enola: Dat is natuurlijk de paradox van de popster: zelfs al groei je op, je blijft vasthangen aan het vroege werk, waar je meestal de doorbraak aan hebt te danken. Je kunt nooit loskomen van je jongere zelf.

Klaas: “En dan is dat voor ons nog wat gemakkelijker dan voor iemand die als achttienjarige punker doorbrak. Ik denk dat we er met Yevgueni nog goed in slagen om die oude nummers dicht bij onszelf te houden, zonder eraan te twijfelen. Op dat vlak hebben we geen problemen. Maar solo spelen doet me wel een gevoel terugvinden dat ik al even kwijt was.”

“Ik herinner me nog hoe ik, na maanden twijfelen, voorzichtig mijn eerste zelfgeschreven liedje bracht. Daar voelen hoe de twaalf vrienden rond dat kampvuur dat goed onthaalden, was onbeschrijfelijk. Eigenlijk was dat mijn geboorte als artiest. En dat raak je wat kwijt als het succes komt, en je al weet dat het publiek het goed zal vinden. Ze hebben een ticketje gekocht, kennen de nummers, en veronderstellen op voorhand al dat het fijn wordt. Nu, deze nieuwe songs solo spelen, brengt me terug naar dat begin. En dat gevoel ga ik flink opzoeken, om te zien of dat ook mijn passie opnieuw groter maakt.”

recent

Herman Koch :: Luchtplaats / De overbodigen

Het diner (2009) van Herman Koch kende kort na...

The Drama

Kristoffer Borgli’s interesse voor film werd reeds op jonge...

Peel Slowly And See :: 20 maart 2026, Leiden

Na drie eerdere edities voelt het bijna aan als...

Flea :: Honora

Niet elke kinderdroom eindigt als vergeelde tekening in een...

The Me In You :: Ida Fischer is niemand 

Al dan niet bewust wist The Me In You...

verwant

REWIND: Yevgueni

9 februari 2025Ancienne Belgique, Brussel

Een kwarteeuw Yevgueni bleek de mooiste gelegenheid om nog...

Yevgueni :: Straks is ook goed

Kleinkunst, daarin werden ze geboren. Een goeie alt.rockband? Dat...

Yevgueni :: ”’Maak alsjeblief een vrolijke plaat’, vroegen mijn vrienden”

"Straks is ook goed"; geruststellender kon een gedachte mid-lockdown...

Yevgueni

29 september 2020OLT Rivierenhof, Deurne

Het is voor iedereen coronacrisis, dus ook voor het...

Yevgueni :: 16 november 2017, AB Box

Zo om de twee-drie jaar staan ze daar weer:...
Vorig artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in