Zaterdag 14 februari
Was vrijdag het hoge woord aan de stevige gitaren, dan blinkt zaterdag uit in diversiteit. Hebben we op ons programma staan: elektronica, popmuziek, en zelfs ergens iets om te dansen. Noem het wat het is: een lekker menu.
Van solomeisje naar duo. Teun heeft tegenwoordig een drummer onder de arm, en dat doet haar set deugd. Het geeft de mooie, dromerige popsongs een stevigere onderlaag, waarin de invloed van Eefje de Visser – in het dagelijkse leven nog steeds Teun Truijens belangrijkste werkgever — doorschemert. Het helpt dat de sidekick in kwestie van de subtiele soort is, die zich durft beperkten tot wat rinkelende chimes, of een voorzichtige slag op de rand van de snare. Nooit gaat hij verder dan wat de song strikt noodzakelijk nodig heeft.
Het werkt allemaal het mooiste in het soulvolle “Woman”, waarin Truijens mooie stem helemaal schittert. Elders klinkt “Open Water”, maar ook opener “Ready For You” nog iets te veel als een afkooksel van London Grammar. Twee nieuwe nummers, die hier in primeur voor de leeuwen worden geworpen, beloven op dat vlak beterschap, maar laten een andere valkuil horen. Teun moet zorgen dat het ook niet allemaal al te easy listening wordt. Ze staat daarin voor een moeilijke evenwichtsoefening, maar wie de gracieuze choreografieën van Eefje de Visser onder de knie krijgt, zal daar ook wel in slagen.
Guess brengt uit Brussel een soort ninetiesachtige droompop mee, en dat werkt beter met de ogen dicht. Dan werken de stemmen van de gitarist en de zanger – ze houden hun namen dicht tegen de borst – mooi samen, klinken de gitaren goed, al was het omdat ze tegen heel wat potten mosterd tegelijk leunen. Je hebt het allemaal al ergens eens een beetje gehoord, maar dat maakt niet uit. Na nauwelijks vier nummers hebben we al meer goeie melodieën gehoord dan bij alle bandjes van de vrijdagaffiche samen. En toch wordt het ongemakkelijk als je de blik naar het podium wendt, en ziet hoe ongemakkelijk de frontvrouw daar staat te wiegen op haar onmogelijke hakken. Het klopt niet bij deze muziek, het plaatje wringt zo dat het de band wat onderuit haalt. Ogen toe dan maar weer? Ogen toe.
Twee jaar geleden stelde Krankland-frontman Thomas Werbrouck hier met Dreun XL een project voor met mensen met een verstandelijke beperking, met Wild Classical Music Ensemble nodigt We Are Open vandaag een soortgelijk concept met Franstalige inslag. En dat is al even charmant als zijn Vlaamse pendant. Je voelt dat er een schattige rivaliteit tussen pianist en bassist hangt, de zelfgeknutselde instrumenten stralen huisvlijt uit.
Dat het muzikaal van wisselend niveau is, is niet meer dan te verwachten; al houden drummer-bandleider Damien Magnette en gitarist Nathan Ysebaert de koers strak. Opener “Ik ben blij” – deze heren kunnen Nederlands! – is een monotone dreun, later passeren krautrock en met “Liberté” zelfs hoekige postpunk die naar Beige Banquet neigt. Beste refrein van de avond leveren ze meteen ook: “ban-de de connards, bande de connards!”. Die hebben duidelijk ook de Brusselse politiek gevolgd.
Alsof ze nog niet genoeg te doen heeft naast TJE en occasioneel mee op het podium springen bij Meltheads, staat Lindy Versyck hier vandaag met een nieuw soloproject, dat zijn voeten stevig in de indietronica van begin jaren nul heeft. We moeten bij de elektronische backing track al eens aan de ooit bejubelde, maar nu vergeten, Khonnor denken, maar het was de stem van de zangeres die met alle aandacht ging lopen. Mooi hees gaf ze de songs een popkantje dat het toegankelijk hield. Dat ze ondertussen worstelde met hardnekkige feedback was vooral vervelend voor haar, eenmaal dat opgelost was loste ze nog een nummer waarvan de ratelende beats wel heel hard naar “Machine Gun” van Portishead knipoogden. Dat is dan ook geen invloed om je voor te schamen, natuurlijk.
Met Slow Crush zit je altijd een beetje met hetzelfde probleem: het is heerlijk vertoeven in het shoegazebad van Isa Holiday en haar kornuiten, maar als je daar iets te diep in duikt begint wel heel hard op te vallen dat de songs niettemin weinig om het lijf hebben. Ze dragen korte titels als “Drift” of “Tremble”, en daarmee is meestal het hele nummer samengevat. Je voelt dat de muzikanten dat zelf ook weten, en daarom maar op effectbejag mikken, en full Mogwai gaan: luid en hard spelen, en hopen dat alles goed komt. Het werkt, ergens, maar zal op die manier nooit de emotionele impact van een Slowdive bereiken.
Minder dan in zijn beginjaren pakt We Are Open aan de top van zijn affiche uit met grote namen. Dat heeft deze vaste waarde niet meer nodig, het bordje “uitverkocht” kan al sinds jaar en dag klaargehouden worden. Dit jaar staat met Dressed Like Boys toch een flinke klapper in de grote zaal, want als 2025 het jaar van de grote doorbraak was voor Jelle Denturck, dan worden de komende twaalf maanden die van de bevestiging. Twee MIA’s heeft hij alvast op zak, een ingepakt We Are Open sinds zaterdagavond ook.
Want jongens, wat was dit weer mooi. Van bij de openingspunch met ballad “Nando” en de glamrocksong “Healing” voel je hoe goed dit zit, hoe loepzuiver deze band rond de pianist-zanger staat te spelen. De vier muzikanten doen de piekfijn gearrangeerde songs alle recht aan. En meurt het al eens naar Billy Joel? Laat dan geweten zijn dat dit de beste Joelsongs zijn in decennia. Soms is dit soort perfecte songsmederij wat de wereld nodig heeft.
Van ballad naar uptempo, terug ingetogen; de dynamische opbouw van deze set zit al even meticuleus in elkaar. Het onuitgebrachte “My Friend Jospeh” is het popliedje dat midden in de set even nodig is, vooraleer “Jaouad” en “Lies” – voor één keer met Denturck op gitaar – het gas weer terugschroeven. Waarna de band met knap soleerwerk – daar is die Nathan Ysebaert weer! – en een uitgesponnen outro van “Pinnacles” een showstopper van jewelste maakt. Het zorgt ervoor dat “Stonewall Riots” nadien aanvoelt als een bisnummer, en dat is terecht. In een emotionele bindtekst hekelt Denturck Trumps beslissing om de regenboogvlag aan het queer monument te laten weghalen, zijn eerbetoon aan de bevrijdingsstrijd rond het lgbtq+-café hakt er nadien nog wat meer in. “Angry days and sleepless nights”, zingen we mee, maar ook “queens are gathering”. Vuisten gaan de lucht in. Het punt nogmaals gemaakt.
Het laatste woord is aan de dansers, en ondanks het late uur en twee zware dagen in de benen, weet dotdotdot in de Club te imponeren. Gebogen over een tafel vol modulaire synths bouwen Niels Orens en Ewout Decraene een meeslepende set op waarbij ze voortdurend op elkaar inpikken, zoeken en weer verder gaan in een verhaal dat zich naadloos inschrijft in de Belgische elektronische traditie. Het is improvisatie waarbij alles zo in elkaar haakt, dat het lijkt alsof het wel zo bedoeld moest zijn, en dat het uiteindelijk ontspoort in daverende, beukende beats is niet meer dan logisch.
En daarmee kon We Are Open 2026 in al zijn verscheidenheid te ruste worden gelegd We weten weer wat we de komende jaren in de gaten moeten houden, hoe breed het muzikale landschap in België kan zijn. Als dit festival één ding liet zien, dan wel dat we ons nergens voor moeten schamen; er valt hier meer dan genoeg te vinden.



