Ze werd verliefd op zijn tekst, en vervolgens ook op de schrijver. En dus kon het niet anders dan dat de derde plaat van Tsar B niet alleen The Writer heet, maar ook voluit de liefde viert. “Ik vind het moeilijk om liefde en verliefdheid van elkaar te scheiden. Ik ben áltijd verliefd.”
Justine Bourgeus is zichtbaar onrustig. “Ik voel opwinding”, zegt ze, nu The Writer er is. “Ik heb het gevoel dat het enige wat je in deze tijd kunt doen, is om wat schoonheid in de wereld te brengen. Dat voelt zelfs noodzakelijk.” En schoonheid is er zeker te vinden op haar derde album, dat een ode werd aan haar vriend, schrijver Bastiaan Vandendriessche.
enola: Dus: je wordt verliefd op een schrijver en dus krijgt hij een plaat cadeau?
Bourgeus: “Zo eenvoudig is het inderdaad. Je begint te schrijven en zonder dat je het door had, blijkt dat je een liefdesbrief heb geschreven. Eentje waar je weliswaar vijf jaar over gedaan hebt, dus een met woelige golven. Niet omdat de relatie moeilijk was, maar het leven was dat wel.”
“We zijn verliefd geworden midden in de pandemie, en dat hoor je ook aan nummers als “I Wanna Love You” en “Fanatical Radical”; dat zijn bijna cliché love songs, pure liefde in een zwijmerige rechtdoorzee liefdesverklaring. Je voelt dat die in een cocon geschreven zijn. Ik had toen nog geen eigen studio, was nog een bedroom producer. Dan zat ik daar te componeren, terwijl hij op bed zijn boek zat te schrijven.”
enola: Wil dat eigenlijk zeggen dat deze plaat al in de making was voor To The Stars, dat in 2023 verscheen?
Bourgeus: “Niet helemaal. Ik was dat album toen al aan het afwerken. Maar het loopt bij mij inderdaad altijd wel wat door elkaar. Toen ik die eerste nummers van The Writer aan het maken was, in 2021, liepen ook mijn Les Diners de Gala-optredens, ik maakte een concertfilm, … Ik voel dat ik daar wel wat van af wil. In de toekomst ga ik minder tegelijk doen.”
“Ik heb in die periode wel een EP uitgebracht, maar ik heb die lange werktijd eigenlijk wel nodig. Ik ben ook deze keer weer zo hard geweest voor mezelf, en voor wat ik maakte. Het had tijd nodig om te landen. Ik hoor vaak opmerkingen dat het toch moeilijk werken moet zijn, die samenwerkingen met regisseurs en productiehuizen voor mijn film- en televisiesoundtracks. Neen, zelfs als het een coproductie is met Canal+ en je dus héél veel mensen moet overtuigen, vind ik het nog makkelijker dan mezelf mee te krijgen. Er is geen hardere rechter voor mijn werk dan ikzelf.”
enola: The Writer is meteen ook een heel andere plaat dan To The Stars.
Bourgeus: “Dat is natuurlijk omdat die over een heel andere fase in mijn leven ging. Voor ik Bas leerde kennen, ben ik een tijdlang single geweest nadat ik uit een lange relatie kwam. Daar zit ook een verliefdheid in, maar anders. Dat zijn songs die over verschillende mannen gaan. Deze is helemaal gewijd aan één persoon. Wat niet wil zeggen dat het altijd óver hem gaat, maar wel over liefde in tijden van cholera, onze liefde en die context toen.”
enola: Het zijn nummers die met veel vuur geschreven zijn, zeg je.
Bourgeus: “Zo ben ik gewoon. Ik word heel hard aangetrokken tot prikkels. Het vraagt moeite om rust te vinden, maar ik zoek dat wel op. Ik ga naar de spa en zo (lacht). Onrust? Ik bén onrust, ja. Ik ben graag overal, om het zo te zeggen. Ik ga graag feesten, ik wil ontdekken. Ik moet dat vuur dus niet opzoeken, dat dringt zich aan me op als een noodzaak om te schrijven. Nu ook, nu de plaat uit is. Ik voel me in alle staten. Ik ben heel fier op The Writer, sta zeker in mijn schoenen, want ik heb er lang genoeg aan gewerkt om te weten dat dit echt is wat ik wilde. Maar het is emotioneel geweest. Ik heb het gevoel dat ik de komende tijd zoveel ga kunnen schrijven. Aangezien ik twee filmsoundtracks op mijn bord heb liggen, denk ik dat zij the lucky ones zullen zijn die daarvan zullen profiteren.”
enola: Lof is een zelfversterkend dingetje hé. Als je op wolkjes loopt, komt de creativiteit ook gemakkelijker.
Bourgeus: “Ja, en toch. Het is misschien raar om te zeggen, maar ondanks al die goeie reacties op The Writer zit er dezer dagen een donkere vlaag in mij. Op een bepaalde manier loop ik onhandelbaar rond, ben ik niet te genieten thuis, en het is net van daaruit dat mijn drang om te schrijven momenteel komt. Het vuur komt uit een soort zoete, melancholische staat.”
enola: Zou je zeggen dat deze plaat over verliefdheid gaatnof over liefde?
Bourgeus: “Liefde in zijn totaliteit. Ik vind het zelf moeilijk om de twee te onderscheiden, want ik ben altijd verliefd, op zoveel verschillende dingen. Op een bepaalde manier ben ik ook verliefd op iedereen die mijn album mee heeft gemaakt, het team dat me heeft geholpen mijn visuele ideeën tot stand te brengen, … Ik ben verliefd op de surrealisten die mijn plaat dramaturgisch hebben beïnvloed, op Leonora Carrington, … Ik ben verliefd op deze wereld en ik ben tegenwoordig helemaal van mijn melk. Ik voel me in een dramatische toestand van onmacht, van donkerte en lichtheid, die heel hard in de plaat zit. Luister maar naar “Amor”; dat is een klaagzang, terwijl “These Boots” heel erg hoopvol klinkt, maar ook heel veel woede in zich heeft.”
enola: Je hebt dan ook een moeilijk jaar achter de rug, waarin je met Alice Dooreman en Louise Delanghe twee vriendinnen hebt moeten afgeven.
Bourgeus: “Het is heel moeilijk en absurd geweest. En dat zal niet bij het afgelopen jaar blijven, het zal vanaf nu altijd zo zijn. Gelukkig hebben we als vriendengroep veel zorg gedragen voor elkaar. We zijn veel samen geweest, hebben zoveel liefde voor elkaar getoond, zo hard geprobeerd om te zorgen dat niemand er alleen door moest. Het was dus niet alleen negatief, ik heb heel erg veel liefde en hoop ook gevoeld en vriendschap, plezier en extase. We hebben heel veel in elkaars armen gehangen, zo hard gefeest. Het was ergens ook een prachtig jaar, maar het was heel dubbel.”
enola: Het is soms in tijden van diepe rouw dat er het hardste wordt gelachen. Als ontlading.
Bourgeus: “Heel erg. En dan niet destructief of zo, maar we hebben ook echt veel gedanst.”
enola: Hoe kwam je erbij om “Heaven” van Bryan Adams dan te gebruiken als manier om dat verdriet te uiten?
Bourgeus: “Het zat al in mijn achterhoofd om iets met “Heaven” te doen, en dan kon ik niet anders dan het aan hen opdragen. Als ik dat nummer beluister, moet ik aan hen denken. Voordien was het een song die ik met euforie associeerde, nu is dat gemis, de liefde die ik voor hen voelde.”

enola: Je doet er iets heel moois mee. Je hebt de power uit de powerballad gehaald.
Bourgeus: (lacht) “Ja. (zoekt naar woorden) Daar ben ik het mee eens. Ik wilde het nog even anders uitdrukken, maar neen. Dat is het wel, denk ik.”
enola: Je hebt je voor The Writer laten inspireren door de middeleeuwse polyfonist Adriaan Willaert. Hoe ben je bij zijn werk beland?
Bourgeus: “Via het Weens polyfonisch koor Dionysos Now! dat hem wilde eren. Zijn werk is wat vergeten geraakt: zijn manuscripten lagen tot nu ergens in een klooster verborgen. Ze hebben me gevraagd of ik wilde meewerken en dat is wat uit de hand gelopen. Het heeft meer dan één song opgeleverd. We hebben de afgelopen jaren in behoorlijk wat kerken gespeeld om dat te testen. Die zes gasten en ik daarvoor met mijn ‘dirty’ teksten; dat was hilarisch. Het is anders dan met band optreden, maar ik zou het graag vaker doen, want die try-outs waren heel fijn om doen.”
enola: Van de weeromstuit valt in elk gesprek met jou nu de naam Rosalía. Een beetje gek, natuurlijk, want jij was haar jaren voor om elektronica en klassiek te versmelten.
Bourgeus: “Het stoort me niet, maar je moet het ook niet in de titel smijten. Mensen hebben nood aan referenties, zeker als ze mij nog moeten leren kennen en dan snap ik wel dat de naam van Rosalía valt. Voor mij was wat ze deed niet bijzonder nieuw, maar ik vind ook niet dat ze hetzelfde doet.”
enola: Jullie delen gewoon dat gebrek aan angst voor klassieke muziek dat andere popartiesten vaak hebben. Je hebt zelf al eens gezegd dat het je missie is om die muziek een aantrekkelijker imago te bezorgen.
Bourgeus: “Aantrekkelijker is zelfs wat moeilijk gezegd, want ik heb klassieke muziek altijd superaantrekkelijk gevonden. Het raakt gewoon niet tot bij sommige mensen en dat is jammer, want het is een prachtige traditie.”
enola: Waar Rosalía eerder grijpt naar de Italiaanse barokmuziek, grijp jij naar de erfenis van Monteverdi. Vanwaar je liefde voor die renaissancecomponist?
Bourgeus: “Geen idee. Mijn moeder organiseerde ooit een concert met zijn muziek in een kerk: dertig man die zijn muziek zongen en dat maakte enorm veel indruk. Ik heb ooit ook Collegium Vocale zijn werk zien brengen in een Italiaanse kerk: één noot, en ik begon te huilen dat het geen naam meer had. Eindelijk. Ik wilde al een week huilen, maar het ging niet. Tot dat moment. Monteverdi snijdt mijn hart in duizend stukken. Ik hou van de ornamentaties in zijn zangstukken, van zijn strijkers. Die overgang van renaissance naar barok is op dat vlak een heel mooie periode.”
enola: Elk groot interview dat jij geeft, krijgt zijn eigen uitgebreide fotoshoot mee. Dat visuele blijft een belangrijk aspect van Tsar B?
Bourgeus: “Absoluut. Ik heb het al vaker gezegd, dat ik mezelf niet per se zie als muzikant, maar meer als multidisciplinair kunstenaar. En ik kan dan zelf geen prachtige foto’s maken, ik vind de art direction daarvan wel te belangrijk om niet zelf te doen. Het visuele moet kloppen met wat ik hoor, want ik zie mijn ideeën bij mijn muziek. Noem het een soort van synesthesie. Daarom ben ik ook zo blij dat ik zoveel mag componeren voor film en televisie. Als ik een verhaal lees, hoor ik al bijna de soundtrack. Ik moet zelfs geen beelden zien. En omgekeerd werkt het dus ook zo dat ik beelden zie bij muziek. Ik zou het maar saai vinden als een fotoshoot gewoon mijn gezicht was. Dat is nooit mijn doel geweest. Ik wil die foto’s gebruiken om een deel van mijn wereld te tonen. Daarom heb ik de eerste twee jaar als Tsar B zelfs mijn gezicht niet getoond op foto’s. Dat bleek helaas niet houdbaar.
enola: Die shoots lijken steevast een soort verkleedfeest.
Bourgeus: “Zoals de themafeesten die Dalí en zijn geliefde Gala gaven. Je moet altijd iets vinden om het een surrealistisch kantje te geven.”
enola: Je maakt ondertussen inderdaad soundtrack na soundtrack. Ik krijg het gevoel dat jij het meest in je sas bent in een studio en optredens en andere promotie er maar bij neemt als noodzakelijk kwaad.
Bourgeus: “Ik doe die dingen op zich nochtans graag, maar ze zijn minder mijn grote doel. Ik ben inderdaad meer een studiorat, maar ik ben nu toch weer aan het zoeken naar nieuwe invalshoeken voor mijn concerten. Ik wil ontdekken hoe ik het zelf leuk vind en van daaruit vertrekken. Dat zal misschien anders zijn dan wat mensen verwachten, maar het geeft mij wel voldoening. Ik wil deze keer heel klein en persoonlijk beginnen, dicht bij het publiek.”
enola: Eigenlijk neem jij een best vreemde positie in het Belgische muzieklandschap in. Jij bent aanwezig en afwezig tegelijk, speelt nauwelijks het spel mee van de tweejaarlijkse albumcyclus.
Bourgeus: “Ik loop gewoon een ander parcours, waardoor ik inderdaad meer overal en nergens ben en soms ergens stiekem. Ik vind het heerlijk om in de filmwereld te werken. Dat is meer achter de schermen, maar eigenlijk heel intens. Dat ligt me meer dan toeren. Dat zal nooit mijn levensdoel worden. Ik wil liever veel soundtracks en platen maken. Op een podium staan is fijn, maar ik heb meer afwisseling nodig. Ik wil niet elke dag hetzelfde doen, dat gaat niet.”
enola: Zullen we er maar ADHD op plakken?
Bourgeus: “Ik denk het wel.”



