Wunderhorse :: Midas

De buzz rond Wunderhorse zoemt harder dan de horzel die Io in de mythe achtervolgt. Met debuut Cub zweefde de band al richting grote doorbraak. Wordt het een toepasselijke gouden plaat voor opvolger Midas?

We hoeven het cliché van moeilijke tweede in dit geval niet eens boven te halen. Frontman Jacob Slater, drummer Jamie Staples, bassist Peter Woodin en gitarist Harry Fowler beschouwen Midas namelijk als hun échte debuut. Tijdens het toeren met die officiële eerste worp, die nog voornamelijk door Slater was geschreven, werd de chemie tussen het viertal zodanig onontkoombaar dat het soloproject Wunderhorse een volbloed band werd. Voor Midas staken ze op elk niveau de koppen samen. Consensus: Cub was cookie cutter, te proper voor een band met een livereputatie zo gruizig als het gemiddelde studentenkot tegen juni. Met die mindset trokken de muzikanten naar dezelfde legendarische Pachyderm Studios waar Nirvana indertijd het rauwe In Utero vereeuwigde.

Cobain en de zijnen konden wijlen Steve Albini voor de kar spannen, Wunderhorse vond een mentor in Craig Silvey, die met het motto “fuck de fouten” de grungegeest van de studio hielp te vatten. Zijn trucs tilden de nummers naar een hoger niveau – voor de albumopener/titeltrack “Midas” misleidde hij iedereen door stiekem een nonchalante oefendoorloop op te nemen. Die bleek in al zijn ruwheid exact waar het heen moest, en zette de toon voor een plaat die moest klinken “alsof je als luisteraar tegen de versterker geplakt bent”. Vier simpele akkoorden rammelen het hele nummer op hetzelfde elan door en creëren zo ruimte voor Slater om op z’n Bob Dylans echt leven te blazen in zijn geanimeerd omschreven titelkarakter. Denk Dylan-esque vocals à la “Subterranean Homesick Blues”, gekneed tot de wrok van “Ballad of a Thin Man”. De oude bard had de mysterieuze Mr. Jones, Wunderhorse roept Midas op om in al zijn incarnaties de onwetende luisteraar stevig bij de kraag te grijpen.

De dreiging houdt aan op het onheilspellende “Rain”, een indierockanthem in wording. Staples’ ongedurige drums lijken je op de hielen te zitten, de sissende regen doet verdacht denken aan de ratelslangen uit “Midas”: “Did it crawl up on your shoulders / Did it coil around your name / Did it slowly snatch the sunlight out of every waking day?” Als er een award allitereren bestaat, we weten wie ze toebehoort. De morsige feedback die het einde van het nummer inluidt, houdt het live-effect proper in stand. Ook op het waanzinnige “Silver” vinden we een dergelijk knipoogje: daar maakt Slater zijn allerlaatste zin niet af, maar stottert stuntelig “I’m sorry, I’m s-” Dat gehakkel zoals The Who het hun leerde, kapt clever een hoogtepunt op de plaat af. Het nummer brengt de zelfhaat van de betere 90s grunge naar het nu en schreeuwt “instant klassieker”. In diezelfde categorie passeren ook het intense “Emily” en “Cathedrals” waarin het viertal niet voor de laatste keer laat horen dat het goed heeft opgelet in de masterclassen opbouwen- en ontploffen van pakweg Neil Young of PJ Harvey.

Na een rustig kabbelend “Arizona” botsen we op een twistappel. “Superman” is live een fan favourite, wij zijn niet helemaal om. De wanhoop spat uit de speakers, opnieuw een vinkje voor indrukwekkende climax, maar een scheutje te veel pathos. “July” is een gelijkaardig geval. Eens Wunderhorse die cirkelzaag in levenden lijve door je botten heeft gejaagd, kan je geen genoegen meer nemen met gelijk welke opname. Een zoeter “Girl” verlicht de pijn met z’n lieflijk ge-“lalala”, maar strooit met slotzin “I feel so cold” in extremis extra zout in de wonde. Onvervalste verlossing komt pas met “Aeroplane”, de epische hekkensluiter die het zalvendste van Nick Drake en Elliott Smith tankte. Fowler rondt af met een ongepolijste gitaarsolo die alle goeie kanten op gaat en doet zo het zwaard van Damocles dat dreigend boven de rest van Midas hangt even vergeten.

De stal van Wunderhorse staat vol onheilspellend briesende songs die rechttoe rechtaan op plaat geplakt zijn. De band refereert aan alle juiste rockiconen en kleit er een eigen, tijdloos geheel van. Tenzij wij Midas-oren hebben, wordt dit album er eentje om lang te koesteren.

8.5
Release:
30-08-2024
Communion Records
Beeld:
Press

verwant

Pukkelpop 2026 :: Tongstruikelen over countryhobbels

32 minuten: zoveel tijd had Pukkelpop dit jaar nodig...

Werchter 2025 :: Het telefoonboek als rauwe tragedie

Zomer, zand, zon! Yup, op Werchter hebben ze het...

aanraders

Gilla Band :: Pugnello

De nieuwe Gilla Band in drie woorden? Beste. Lawaai....

Westside Cowboy :: It Goes On

Stel je je meest zorgeloze zomer voor, zo eentje...

Gurriers :: Nobody’s Coming To Save You

Wie deze zomer hun puike passage op Pukkelpop meepikte,...

Kristin Hersh :: Sugar On Blackstone

Van indieband Throwing Muses over punkgroep 50 Foot Wave...

Keo :: Put A Smile On For Me

Het borrelt en broebelt al een tijdje, de revival...

recent

Wu Lyf

Als een vage herinnering stond Wu Ly donderdagavond in...

Triggerfinger :: ”Van mij moet er niet op elke Triggerfingersong een gitaar staan”

Er is veel gebeurd, in Triggerfingerland, en dus duurde...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in