Voordat Tótem in onze zalen kwam, had de film reeds een uitgebreid parcours afgelegd en passeerde zodoende langs ettelijke internationale festivals, waar de prent al meermaals in de prijzen viel. Dat de vele lofbetuigingen aan het adres van de film bepaalde verwachtingen met zich meebrengen, spreekt voor zich. Toch weet de tweede langspeler van Lila Avilés (die debuteerde met de ingetogen karakterstudie La Camarista) die niet over de hele lijn waar te maken.
In dit bescheiden gezinsdrama brengt de Mexicaanse cineaste een hectische dag in kaart uit het leven van de zevenjarige Sol (ontwapenend vertolkt door Naíma Senties). Het meisje en de andere leden van de familie hebben zich verzameld in het huis van haar opa om de voorbereidingen te treffen van een verjaardagsfeest, alhoewel er eigenlijk weinig reden tot vieren is. De jarige in kwestie is immers de terminaal zieke vader van Sol, een schilder die vecht tegen kanker en zijn einde naderbij ziet komen.
In de eerste helft van de film blijft Sols bedlegerige pa (rol van Mateo Garcia Elizondo) volledig buiten beeld, omdat de man in feite geen bezoek wenst te ontvangen en evenmin gedoe aan zijn hoofd wil. Terzelfdertijd zijn de overige volwassenen echter druk in de weer, botsen ego’s met elkaar en rennen de kinderen in het rond. Er wordt intussen taart gebakken en in de badkamer maakt men zich op om er piekfijn uit te zien. Het is een zorgvuldig georchestreerde chaos waaruit de kleine Sol zich terugtrekt en zich afzondert in haar eigen wereldje.
Op die manier komt het in gedachten verzonken kind langzaam tot het besef dat het leven met ups en downs gepaard gaat. Sol is bovendien de enige die het verdriet om haar vader ook echt toelaat. Recensente Amber Wilkinson omschrijft het mooi wanneer ze verwoordt dat Tótem de discrepantie laat zien tussen wat volwassenen willen dat kinderen weten en wat die laatste uit ontmoetingen meenemen. En dat zelfs wanneer kinderen een bepaalde situatie niet volledig begrijpen, ze wel in staat zijn er zich emotioneel op af te stemmen.
Tótem houdt ergens het midden tussen het met de Gouden Beer bekroonde Alcarràs, het meer diepzinnige Alma Viva en de recente coming of age-film 20.000 Especies de Abejas. Een echte plot ontbreekt, maar dat voelt niet als een hinderpaal. Regisseur Lila Avilés – die sterk beïnvloed werd door het werk van John Cassavetes – hanteert een naturalistische stijl die eigen is aan de Europese arthouse-cinema, maar gaat ook instinctief te werk. Ze benadrukt soms kleine onbenullige dingen om een sfeer van sereniteit op te roepen die haaks staat op het tumult waar we eveneens getuige van zijn. 
Director of photography Diego Tenorio gebruikt veelal natuurlijk licht en maakt overwegend opnames die in lijn liggen met het gezichtspunt van het centrale personage. Terwijl we alles volgen door de ogen van Sol, brengt de filmmaakster ook secuur de onderlinge verhoudingen binnen de familie in beeld, en schetst hoe hun gezamenlijke liefde voor de jarige hen finaal weer dichter tot elkaar brengt. Verder is dit intieme portret evenwel nog een maatje te klein om te kunnen uitgroeien tot een echt memorabele kijkervaring.



