Zaterdagnamiddag, en we duimen dat er vandaag geen zieken te betreuren vallen. En zie, dat duimen, dat heeft geholpen!
Wie alvast springlevend oogde, was Sylvie Kreusch. Dat kan ook niet anders, want ze is aan een echt boerenjaar bezig. En dat ze live ook een madam is om rekening mee te houden, toonde ze eerder al op Werchter Classic.
Het is net half 2 maar het talrijk opgekomen publiek is er helemaal klaar voor: hete zon of niet, jong en oud was niet van voor het podium weg te branden. Met haar oversized bruin broekpak, zwarte zonnebril en zwarte handschoenen was Kreusch de perfecte diva. Ze schreed, zweefde en maakte van het podium haar thuis: ze smeet zich 200 procent en sleurde en passant het voltallige publiek mee in haar muzikale bubbel. “Let It All Burn” was een snedige binnenkomer en “Wild Love” klonk een stuk venijniger dan op plaat. Zou haar gebroken hart dan eindelijk aan de beterhand zijn?
Dat Kreusch prachtige songs uit haar mouw weet te schudden, is overduidelijk op Montbray en ook live konden deze stuk voor stuk overtuigen, met hier en daar wat schichtige Oosterse ritmes en scheurende gitaren. De zomerhit van 2022 is wat ons betreft “Walk Walk”, al is dat confetti-gestrooi toch niet meer dan een leuke gimmick.
“All Of Me”? Inderdaad, Sylvie Kreusch liet zichzelf helemaal gaan, en het Brugse publiek bedankte haar met verve. De zomer van 2022 is tot nu toe al een schot in de roos voor deze jongedame, benieuwd wat de maanden juli en augustus nog gaan brengen.
Voor heel wat dertigers ging het feestje daarna nog even verder, want de olijke Nederlanders van De Jeugd van Tegenwoordig kwamen het Minnewaterpark onveilig maken. Of deden toch een poging, want behalve hier en daar wat schunnigheden, bleef het vooral toch een leuke party. Een beachparty, maar dan zonder strand. Het publiek liet zich gewillig leiden, toonde vlijtig de handen tijdens “Tante Lien” en ook “Watskeburt?!”, toch hun grootste hit in onze contreien, moest eraan geloven. Nog nooit zoveel oeverloos heen en weer gezwaai van witte armen gezien, we werden er zowaar zeeziek van.
Ook al probeerden ze even het publiek tot een ouderwetse moshpit te bewegen met, jawel, “Ik Kwam Haar Tegen In De Moshpit”, toch kwam er pas een beetje inhoudelijke fut in met “Manon” en een massaal meegezongen “Sterrenstof”. Ongein, zo kon je deze set nog het best beschrijven. Of zoals de net gearriveerde (hd) zich liet ontvallen: muziek als een opblaasbare flamingo: fijn voor even, maar uiteindelijk drijft het ook maar wat heen en weer.
Na al dat hiphopgeweld van de noorderburen keerden we terug binnen de eigen landsgrenzen: Coely betrad de arena. Het gemoedelijk stekende namiddagzonnetje, het feit dat ze moeder geworden is, de overwonnen depressie, noem maar op: er waren redenen genoeg om te vermoeden dat de Antwerpse het hier lekker easy and breezy ging houden. Nou. Niet is minder waar. De zangeres en de begeleidende band – joepie, live hiphop! – verschenen in een soort metal-halloween outfits, grepen micro en instrumenten vast, en vuurden een steenlawine op ons af. Energie, levensvreugde, we mogen weer, dames en heren! Het droop van elke noot.
De setlist bevatte alle hoogtepunten uit haar laatste album Different Waters, net als het bekendste ouder werk. Met open mond stonden wij te kijken hoe deze straffe madam en haar rondspringende podiumkompaan Dvtch Norris hun longen in een gordiaanse knoop leggen bij “Don’t Care”, “Run It Up” of “Ain’t Chasing Pavements”. Soms misschien wat te veel Amerikaans aanvoelend, maar over het algemeen toch een aangenaam uur gevuld met bouncen, en ja, zelfs headbangen. Zo vertaal je dus een plaat naar de dampende Vlaamse festivalweides, kinderen.White Lies had er alvast zin in, en het publiek eveneens. Dat ze begonnen met een strak gespeeld “Farewell To The Fairground” zat daar ook wel voor iets tussen. Sinds To Lose My Life uit 2009 is de Britse band een gekende naam in het indie/postpunk circuit, mede dankzij de herkenbare stem van McVeigh. En het moet gezegd, ook in Brugge kwam ’s mans stem ruim voldoende boven de ronkende en gierende gitaren uit, maar wat begon met vonken, doofde spijtig genoeg al na enige tijd uit. Uit het debuutalbum kregen we ook nog de titelsong te horen, maar tegen dan was het kalf al half verdronken: het applaus deemsterde vroeger en vroeger weg, al zorgde een goed gebracht “Death”, met vertraagde en versnelde passage, toch nog even voor soelaas.
Jammer genoeg was het uitstel van executie: het merendeel van het publiek droop druppelsgewijs af, ook topschijf “Bigger Than Us” kon niet verhinderen dat dit al bij al een redelijk kabbelende show was.
De eters waren op tijd en massaal terug op post toen Ben Harper & The Innocent Criminals het podium opkwamen. Gelukkig maar, want anders hadden ze een van hoogtepunten van de dag gemist.
Harper heeft al eens de neiging om te prekerig over te komen tijdens optredens, maar daar was in Brugge niks van te merken: hij was gekomen om ons te entertainen en een geweten te schoppen. Tegelijkertijd, en liefst allebei even hard en duidelijk. De Amerikaan voelt zich thuis in vele muzikale genres, en daar liet hij ons van meegenieten. Het begon al met een quasi a capella “Below Sealevel”, waarin ’s mans hoge stem loepzuiver doorkwam.
Het ging van bluesy licks naar reggae, naar rock en soul, en terug. En allemaal op hetzelfde hoogstaand niveau. Want voor minder komt Ben Harper zijn bed niet uit. Een lang uitgesponnen “Jah Work” deed alvast het publiek smachten naar meer, en dat kregen ze ook met een minutenlange solo op lapsteel. “Steal My Kisses” blijft ook na al die jaren nog een steengoede popsong en met “Diamonds On The Inside” ging Harper de intiemere toer op.
“We Need To Talk About It” is de voorbode van het nieuwe album dat later deze maand verschijnt en daarin toonde Harper zich scherp voor zijn eigen vaderland (“Slavery, We need to talk about it, I say Black Lives Matter, ‘Cause history says we don’t, You’re either a Christian or a racist, You can’t be both”). Het doet alvast vermoeden dat er nog geen sleet op Harpers activisme zit, en dat kunnen we alleen maar toejuichen. Spijtig dat het er na iets meer dan een uur al opzat, wat ons betreft had het gerust wat langer mogen duren.
Als afsluiter van de tweede festivaldag was het weer tijd voor wat Schots klank- en beeldmateriaal, en nog niet van de minste: Franz Ferdinand. Na hun geslaagde passage in het Koninklijk Circus eerder dit jaar was de tijd gekomen om in het Minnewaterpark alles wat nog uitstak boven het Brugse maaiveld neer te maaien. En niemand die hen daarbij ook maar een strobreed in de weg legde. Al van bij de aankondiging door een wild enthousiaste Kirsten Lemaire was het duidelijk: dit was waar het overgrote deel van de massa op stond te wachten.
En de Schotten – de enkeltjes van Glasgow naar Brussel waren duidelijk uitzonderlijk goedkoop dit weekend – gingen niet hoogdravend doen met obscure medleys of een hoop nieuw werk. Al van bij opener “No You Girls” denderde de hitexpress van de ene meezinger naar de andere. De met Brugse Zot gesmeerde kelen schreeuwden zich schor op “Dark Of The Matinee”, “Take Me Out” of “Do You Wanna”. Zanger Alex Kapranos zette het als vanouds op een heerlijk slungelig dansen en wierp het publiek wulpse blikken toe op een manier die we enkel maar kunnen omschrijven als “een soort Schotse Austin Powers”. We waren ook zeer te spreken over zijn complimenten aan ons: “Cactus festival, you are the most beautiful bunch of succulents I have ever seen”. Geen idee wat een Schot in godsnaam kent van woestijnplanten, maar we kregen het er warm van.
Soms kwam het gevoel bovendrijven dat het vijftal een coverband van zichzelf geworden is, maar gelukkig maakte de setlist en het entertainend talent van Kapranos veel goed: er werd gedanst, met lege potjes bier gegooid, we waren heel eventjes weer zestien jaar en terug op die scoutsfuif. Na de bisronde en een pompend “This Fire” weten we het wel: die brandende voetjes morgenvroeg zullen niet opwegen tegen de de kamerbrede glimlach, zo’n meter vijfenzeventig hoger.



