Marieke Lucas Rijneveld :: Mijn lieve gunsteling

De literaire bulletins konden de voorbije maanden en jaren onmogelijk om Marieke Lucas Rijneveld heen. Anno 2018 zette ze zichzelf wereldwijd op de kaart met De avond is ongemak, een boek dat in een mum van tijd in bijna veertig talen werd uitgegeven en stante pede met het label ‘klassieker’ werd bekroond. De Nederlandse sleepte met dat debuut ook nog eens de International Booker Prize in de wacht en werd daarmee de jongste winnares ooit. Mijn lieve gunsteling, haar tweede roman, kaapte eind vorig jaar zowat alle eindejaarslijstjes in Nederlandstalige dag- en weekbladen. Zelfs toen Rijneveld ruim een maand geleden de opdracht voor het vertalen van de poëzie van Amanda Gorman moest teruggeven na zowel etnisch als vertaalkundig gekleurde commotie, kreeg haar reputatie geen deuk. Een twintiger op een piëdestal, kortom?

Net als De avond is ongemak speelt Mijn lieve gunsteling in een kleine dorpsgemeenschap. De roman is opgevat als een langgerekte apologie van een aan pedofilie schuldig bevonden veearts, die aan een amper veertien jarige nimfijn een geile zomer ontfutselt. Niet toevallig leent Rijneveld het woord ‘nimfijn’ van Vladimir Nabokov, wiens Lolita bijna zeven decennia terug heel wat stof deed opwaaien. Tot op vandaag is diens meesterwerk een ontregelende roman, en wel omdat protagonist Humbert Humbert intellectueel zodanig ontwikkeld in het leven staat, dat het moeilijk is hem als een pervert te zien, als een crimineel die zonder meer strafbare feiten pleegt. Hoewel zijn moraal niet waterdicht is, plaatst Nabokov tegenover de ethische lacune uitzonderlijk verfijnde taal, extravagante culturele bagage en de nodige zelfspot en milde humor – alles bij elkaar een mix die de dader haast lijkt vrij te pleiten van zijn daden.

Waarom datzelfde verhaal nog eens overdoen? Allicht is dat een overbodige vraag. Cultuur betekent nu eenmaal per definitie dat een eindige hoeveelheid thema’s steeds binnen het spectrum van een nieuwe tegenwoordigheid en een gealterneerde moderniteit worden hertaald. Toch kan de lezer die in Mijn lieve gunsteling onderduikt niet om Lolita heen. Verrassend, althans gezien de lof die Rijneveld met haar tweede boek oogstte, is dat haar boek de vergelijking absoluut niet weet te doorstaan. Eerst en vooral omwille van de stijl. Die is bij Rijneveld vooral vlot behapbaar, zij het niet zonder dichterlijke charme. Niettemin streeft de schrijfster vooral naar een genadeloos ritme, naar een metrum dat de lezer in het boek zuigt en ruim driehonderdvijftig bladzijden niet loslaat. Dat lukt haar aardig, met ellenlange zinnen die de koorts verraden waarmee de veearts zijn verweerschrift opstelt. Hij is, zelfs al blikt hij terug, nog steeds in de ban van zijn lieve gunsteling, nog steeds dol op dat kind op de drempel der volwassenheid. Precies in de verschroeiende, smekende, opgewonden toon schuilt de kracht van deze roman.

Meer dan op elegantie zet Rijneveld in op wat effect ressorteert: haar taal is wulps, loops, sensueel tot op het bot. De wijze waarop de leefwereld van de veearts en zijn kennis omtrent de dierengeneeskunde in de taal sluipt, verraadt alleszins vakmanschap. Tegelijk is het een doorzichtige kunstgreep, die de lezer niet nader tot het personage van de veearts brengt. Zijn karakter blijft met andere woorden vlak – hoe anders dan Humbert Humbert, die de Europese civilisatie incarneert! – en ziekelijk, zelfs al tracht Rijneveld zijn beweegredenen nogal Freudiaans toe te lichten. Dat is behoorlijk doorzichtig, te uitleggerig en quasi banaal. Als pedofilie te herleiden zou zijn tot een gefnuikte ontwikkeling als adolescent, wat scheelde er dan precies met de hele Griekse beschaving? Ook de psychologie van de gunsteling, het voorwerp van de nimmer aflatende begeerte van de veearts, komt onvoldoende uit de verf. Rijneveld laat zien hoe zij balanceert tussen het imaginaire universum van het onschuldige kind en de pronkerige wereldwijsheid van de ontluikende adolescent, maar al te vaak spreekt en schrijft zij te verstandig voor haar leeftijd. Voor de lezer bestaat zij niet uit een stuk, maar als een collage, een voor de roman gefabriceerd spinsel. Een artistiek product, terwijl net zij van vlees en bloed zou moeten zijn opdat het publiek met haar zou kunnen meevoelen.

Hoe weet Mijn lieve gunsteling dan zo een breed publiek te bereiken? Misschien omdat Rijneveld zonder schroom de 21ste eeuw in haar boek stopt, met gekende songteksten als commentaar bij de handeling? Voor lezers die zich niet of nauwelijks voor de traditie interesseren, zijn dergelijke referaten dankbaar, terwijl diegenen met meer literatuur achter de kiezen deze integratie van de populaire cultuur vooral oninteressant en zelfs goedkoop kunnen vinden. Waar Lolita een feest van intertekstualiteit is en blijft, een banket van ravissante taal en erudiete grootspraak, is Mijn lieve gunsteling veeleer een pronkstuk van een auteur die weet hoe ze een publiek bij het nekvel kan grijpen. Dat is verdienstelijk voor wie literatuur vooral escapistisch begrijpt, maar meer ook niet. Wordt de ziel moraalfilosofisch of esthetisch rijker van Mijn lieve gunsteling? In geen geval. Rijneveld moet haar piëdestal kortom nog zien te verdienen …

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =