Nordmann :: ‘’Jazzrock was een keurslijf geworden’’

Wie uitzwermt komt altijd wel eens terug, maar niets zal ooit hetzelfde zijn. Drie jaar en ettelijke zijprojecten verder is Nordmann op In Velvet een nieuwe band geworden. Eentje die de jazzrock verruilt voor filmische soundscapes die drijven op sfeer. ‘We wilden onszelf heruitvinden’, benadrukken saxofonist Mattias De Craene en bassist Dries Geusens.

enola: Wanneer was duidelijk dat In Velvet niet meer van hetzelfde zou zijn?

Dries Geusens: “Dat was duidelijk zodra we aan nieuwe nummers begonnen. We hadden erg veel aanzetten tot nummers, maar de jazzrockstukken waren altijd degene die vrij snel werden opzij geschoven.”

Mattias De Craene: “We moesten af van die jazzrock, die ons keurslijf was geworden. Dat verhaal was verteld, en dus hebben we de keuze gemaakt om op een heel andere manier te werk te gaan. We wilden onszelf opnieuw uitvinden, misschien zelfs opnieuw debuteren. Daarom heeft het ook wat langer geduurd. Deze keer zouden we een echte studioplaat maken, met een ander soort arrangementen en melodieën, waarbij we ons niet zouden laten beperken door wie we zijn. We hoorden dingen die we met onze instrumenten misschien niet konden bereiken, maar dat mocht geen rol spelen Zo konden er ook wat meer synths, piano en drumcomputer insluipen. Als het al oude Nordmann is, dan wel met nieuwe ingrediënten dus. En dan zouden we wel zien hoe we dat live oplosten.”

enola: Maar In Velvet moest dus een echte studioplaat worden, en dat vroeg tijd?

Geusens: “Zeker omdat Jasper Maekelberg, onze producer, had gevraagd om veel tijd te besteden aan de preproductie. Dat hadden we nog nooit gedaan, want onze vorige twee platen hebben we zo goed als live ingespeeld. Nu hebben alles al eens opgenomen voor we de studio ingingen, zodat we goed wisten wat we wilden doen.”

De Craene: “We hadden al met Jasper, die toen nog maar net afgestudeerd was, gewerkt voor ons debuut. Toen trokken we de studio in om alles in te spelen, nu was hij er van in het begin bij om hier en daar bij te sturen. We wisten waar we naar toe wilden, en hij was de geknipte kerel om ons te helpen dat te bereiken. Soms was zijn inbreng minimaal, soms groter, maar hij wist wat we moesten doen.”

Geusens: “Van sommige van zijn keuzes waren wij aanvankelijk niet honderd procent overtuigd, maar hij was overtuigend. Hij heeft inhoudelijk dus een veel grotere rol gespeeld.”

De Craene: “Dat konden we ook gebruiken, want er is een gebrek aan leiderschap binnen Nordmann. We zijn echt een democratische band. Dat is heel erg fijn, maar maakt het af en toe ook moeilijk. Het was goed dat iemand keuzes kon maken.”

enola: Jullie hebben dan ook besloten niet langer unanimiteit te zoeken, las ik.

De Craene: “Er zal altijd een minimum zijn waar je het niet mee eens bent. Dat moet je aanvaarden, of je gaat nooit met elkaar overeenkomen. Natuurlijk zijn er discussies geweest, maar in welke band niet? Er is vooral veel op voorhand gebakkeleid, want we hadden zoveel nummers dat er harde keuzes moesten worden gemaakt welke op plaat zouden belanden. Eenmaal dat we dat hadden gevonden was er al veel minder discussie. Toen wisten we waar we naartoe wilden, en ging het eerder over minimale meningsverschillen. De grootste zoektocht zat hem in hoe de plaat moest klinken.”

Geusens: “Zo’n week studio is ook intens hé. Dan krijg je weleens discussies over wat goed is en wat niet. En op andere momenten is het net de tijd van je leven omdat het supergoed werkt. Die dynamiek hebben we altijd al gehad. Er is niet één leider die zegt hoe het zal zijn, en daarin zijn we als band nu wel gegroeid. Het zorgt er wel voor dat het niet snel gaat.” (Verontschuldigend lachje)

enola: Jullie zijn bij uitstek een liveband. Voelde het niet tegennatuurlijk om dat in de studio dan uit elkaar te trekken, en elk apart je partijen in te spelen?

Geusens: “Het was een nieuwe manier van werken, dat in elk geval. We hebben daar bijzonder veel uit geleerd, want net omdat dat nieuw was, ga je ook andere dingen proberen waar je anders niet aan dacht. Als je iets fout speelde, heb je immers niet heel de take verpest, maar kun je gewoon rustig iets opnieuw spelen, of eens iets anders testen. Dat gaf meer ruimte voor experiment. Mattias kon bijvoorbeeld een bepaalde melodie gerust tien keer proberen tot het voor hem juist voelde.”

De Craene: “Het vraagt een andere manier van denken, maar het gaf ook veel controle. Het idee dat je tijd hebt, daar hou ik wel van. Veel nummers hebben we nog nooit volledig samen gespeeld. Soms waren we maar met twee aan het werken in het repetitiehok, kwam een derde erbij wat dingen inspelen. En de vierde passeerde dan wat later, want die moest bijvoorbeeld pas de dag nadien zijn partijen inspelen. Zo werd het een wijs collageverhaal, met veel knippen en plakken.”

enola: Als ik de plaat filmisch noem, wil dat zeggen dat je ook bij het spelen beelden voor je ziet?

De Craene: “Absoluut. Bij “Jade” zag ik bijvoorbeeld bossige beelden, bij “Blue Rose Case” ook. En het laatste nummer, “Maine Cocoon”, zie ik een ijspiste baden in van dat typische blauw licht uit de jaren tachtig.”

Geusens: (Zit ondertussen met De Craene te lachen) “Ik heb dat minder, maar soms spreken we wel in kleuren als het over muziek gaat, al was het maar in termen van ‘donker’, ‘licht’, of ‘contrast’. En dat werkt wel voor me, meer dan concrete beelden. Zoiets kan me richting geven.”

enola: En dan kom je bij een titel als In Velvet?

De Craene: “Eigenlijk zou het ‘Jade Velvet’ zijn, maar uiteindelijk hebben we ‘Jade’ voor een nummer gehouden, en werd ‘In Velvet’ de albumtitel. En dat klopt. ‘t Is immers wat zachter of gepolijster, een beetje fluweliger dan de meer bolsterige vorige platen. Je kunt het ook zien als een zeer subtiele knipoog naar David Lynch. Het was nooit echt de bedoeling, maar met de blauwe hoes kunnen we de verwijzing naar ‘Blue Velvet’ ook niet echt ontkennen.”

enola: Kun je de vingerafdrukken van al jullie zijprojecten van de laatste jaren, zoals MDCIII en Molten Penguin, op het nieuwe Nordmann zien?

Geusens: “Het grote nieuwe is, denk ik, dat Mattias de elektronische effecten die hij bij MDCIII en in zijn soloproject op zijn instrument zet, nu ook bij Nordmann is gaan gebruiken. En dat had dan weer zijn impact op hoe zijn rol als lead saxofonist zijn gaan zien. Tegenwoordig kan hij net zo goed meer op de achtergrond met effecten een tapijtje leggen in plaats van de hoofdmelodie te spelen, waar het vroeger eerder Edmund was die dat met zijn gitaar deed. Nu wisselen ze elkaar al eens af daarin.”

De Craene: “De functies zijn ruimer geworden. En ik denk dat die andere projecten op een bepaalde manier ook net niét hun invloed hebben gehad. Het is namelijk veel duidelijker geworden wat voor muziek bij Nordmann hoort en wat bij een ander project. En natuurlijk neem je dingen mee van het ene naar het ander, maar tegelijk is het ook helder dat Nordmann een aparte plaats heeft. Ik zou niet met de muziek van MDCIII bij hen kunnen aankomen. Het is net daarom dat ik al die projecten doe, om verschillende dingen te kunnen doen die niet bij elkaar passen.”

Geusens: “Zoals wat ik bij Molten Penguin doe ook niet kwijt kan bij Nordmann, maar wel kwijt moet kunnen. En dat gaat ook op voor Elias, onze drummer, die ook bij Hypochristmutreefuzz speelt. Hij moet af en toe luid en zwaar kunnen drummen ook.”

enola: Is er ook een hiërarchie – Nordmann aan de top en de rest opzij – of staat alles op gelijke hoogte?

De Craene: “Ik denk wel dat Nordmann prioritair is. We hebben allemaal wel eens een optreden moeten afzeggen omdat Nordmann voorging. Met die band staan we al het verste, dus dat lijkt me logisch. Maar als het daarmee goed gaat, dan is dat alleen maar positief voor de andere projecten ook. Het versterkt elkaar.”

Geusens: “We plannen alles rond Nordmann, maar we geven de andere bands ook genoeg ruimte. Maar als we bepalen dat het Nordmanntijd is, dan moet alles wijken.”

enola: En nu is de democratie nog uitgebreid. Om alles live te kunnen brengen haalden jullie met Thijs Troch een vijfde lid aan boord.

De Craene: “Er zit door zijn komst een frisse, nieuwe dynamiek in de band. Het is tof om na jaren samen spelen ook eens een andere mening te horen.”

Geusens: “Als hij er niet bij kwam, zouden we tapes moeten laten meelopen, en dat willen we niet, of toch zo weinig mogelijk. We wilden deze plaat maken zonder restricties, maar de consequentie is dan ook dat we iemand extra nodig hadden op toetsen en gitaar. Zo zijn we behoorlijk snel bij Thijs uitgekomen, die al met Elias in hypo speelde. We kenden hem allemaal, en hij ligt goed in de band. We zijn op dit moment nog aan het zoeken hoe het live gaan doen. Ik ben heel hard op nog extra’s aan het broeden. Een synthje meer laten meelopen hier, de drumcomputer aan mijn sporen linken daar,.. zodat het nog veel meer evolueert.”

enola: En dus horen we straks niets meer van jullie eerste platen?

De Craene: “Toch wel, want dat wordt verwacht. Als het alléén van ons afhing, dan zou dat zo zijn. Maar we begrijpen dat de mensen al een idee van ons hebben, en nummers kennen die ze willen horen. Het is nu de uitdaging om die in het nieuwe geluid te verwerken.”

Geusens: “Het is niet gemakkelijk, want op een bepaalde manier slaat die oude stijl bij de nieuwe als een tang op een varken.”

enola: De vorige keren hadden we het nog met een zekere verbazing over de terugkeer van de jazz. Bij het voorbereiden van dit gesprek merkte ik op dat die sfeer weg is. Het is opnieuw normaal geworden dat jazz deel van het muzikale landschap is.

Geusens: “Je voelt dat jazz inderdaad opnieuw een bank vooruit is geschoven in de mainstreamblik. Veel labels die dat vroeger nooit zouden hebben gedaan tekenen bands als ons, het zou in de jaren negentig ondenkbaar zijn geweest dat wij op Pukkelpop stonden, wat wij al twee keer – en als alles goed was gelopen zelfs drie keer – mochten doen. Dat is fantastisch.”

De Craene: “Jazz heeft zijn relevantie dan ook opnieuw herwonnen. Kijk naar Anderson.Paak of Kendrick Lamar. Ik denk dat we dus ook gewoon iets relevants aanbieden aan de jazzmarkt.”

enola: Jazz heeft zichzelf uit – of in het geval van Kendrick – in het ghetto gevochten?

Geusens: “Zoiets.” (lacht)

enola: En dat is onder andere te danken aan jullie, de elder statesmen van de scene.

Geusens: “De elder statesmen van de scene? (Blaast:) Dat klinkt wreed.”

De Craene: “Maar het klopt wel dat we bij de eerste garde zijn geweest van die New Wave Of Belgian Jazz. En ik denk dat ook wel wat dingen hebben gedaan die wel hun waarde en relevantie hebben gehad, en ik denk dat ook deze plaat dat heeft. Wat ik nu wel merk is dat de hele UK Jazz ondertussen ook is opgekomen. Ik hoop dat die ons wel niet gaat overschaduwen want de Belgische scene is echt wel heel rijk en verdienstelijk.”

Geusens: “Buy local!”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + veertien =