PUKKELPOP 2016 :: Kronkelen als de rook van een uitgeblazen kaars

Niet minder dan tien podia, daar staan we dit jaar voor, waarmee Pukkelpop stilaan de dodentocht onder de festivals is. Maar heb vertrouwen, beste lezer, een team dat de Olympische minima haalde staat hier present om de benen van onder hun — en gemakkelijkheidshalve ook uw — gat te lopen.

Dag Een

De lay-out van het terrein is met die twee extra podia dit jaar wat gewijzigd, dus het kompas heeft enkele tikken nodig om de Club te vinden, dit jaar dubbel zo groot, waar Warhaus de eerste band is die onze radar passeert. Het project van Maarten Devoldere, frontman van Balthazar, klinkt, wel ja, nogal Balthazar. “The Good Lie” is een single van het nog uit te komen We Fucked A Flame Into Being en het enige aanknopingspunt voor het publiek. Het lief Sylvie Kreusch — straks nog met Soldier’s Heart aan de slag — is een visuele steunpilaar en kronkelt als de rook van een uitgeblazen kaars terwijl ze hier en daar de backings voor haar rekening neemt. We onthouden: cabardouchesfeertje met de nodige cool, de dag kon slechter beginnen.

Een van die nieuwe podia is De Lift. Dat is goed nieuws voor wie heimwee heeft naar de Chateau van vroeger, alleen betreft het nu een vierkant model. Nog wel met de zitbankjes langs de zijkanten en nog altijd zeer gezellig. We lopen hier in op Lola Marsh, een Israëlisch popensemble gefront door Yael Shoshana, een kruising tussen Penelope Cruz en Lana Del Rey. En zo klinkt ze ook een beetje. Melodieuze pop waarvan misschien niet alle nummers de vluchtigheid van een festivalgebeuren zullen overleven, maar wel heel leuk gebracht, zoals het door handclaps gedragen “You’re Mine”. We hebben het al door: deze plek is een veilige back-uphaven wanneer er zich gaten in het programma voordoen.

Vervolgens een eerste kop-of-muntmoment. Ry X of Bibi Bourelly. We zakken voor die laatste af naar de Castello, het nieuwe einde van de wereld wegens helemaal verstopt achter de Dance Hall. Ry X is ongetwijfeld mooi, maar zal volgens onze inschatting overstemd worden door het geroezemoes. Bovendien heeft enola een profilingteam en moeten artiesten die Bibi heten sowieso gecheckt worden. “I’m gonna get fucking drunk!” spuugt ze in ons gezicht wanneer we de tent binnen wandelen. Zo klinkt het ook een beetje, als een alternatief voor Rihanna voor wie straks te zat is om het bewust mee te maken. Geen slechte zangeres, die Bourelly, dat niet, maar nu is het onze beurt om een pintje te gaan drinken.

The Tallest Man On Earth gaat ondertussen al een tijdje mee. We herinneren ons nog het concert in de Chateau zes jaar geleden. Toen deed Kristian Matsson het nog alleen, vandaag is TTMOE een vijfkoppige band die al behoorlijk wat kilometers op de teller heeft. Verrassen is er niet meer bij, maar met zes albums op de teller is er wat variatie op de setlist mogelijk. “Fields Of Our Home” wordt ingekleurd met pedal steel en viool en voor “The Wild Hunt” heeft Matsson naar eigen zeggen zijn stiltegitaar meegebracht. “Love Is All” en “The Gardener” worden solo gebracht en “King Of Spain” klinkt gladder dan vroeger. Het avontuur loert nooit om de hoek, maar de man kan een song schrijven. Altijd leuk om op terug te vallen.

Ondertussen nog steeds bezig aan een potige triomftocht waarop ook Pukkelpop niet mocht ontbreken: Bazart. Zijn we hard voor geweest op Werchter, misschien zelfs té, maar nog steeds blijft het dubbel. Muzikaal klinkt die mix van elektronica en pop echt, echt wel oké, maar de presentatie blijft zo glad dat we de groep elk moment definitief de overstap naar de “lieve fans” (hallo, Tourist LeMC) van Radio 2 zien maken. Zelfvertrouwen genoeg anders, te zien aan de swagger waarmee frontman Mathieu Terryn over het podium banjert, en een uit zijn voegen barstende tent –- kom uit die mast, ja ù daar! -– eet gewillig uit zijn hand. “Tunnels” is een opmaat, de hysterie neemt daarna enkel groteskere vormen aan. U zingt, neen: brult de Jeugd Van Tegenwoordigcover “Sterrenstof” mee, vormt hartjes op “Chaos” en “Echo”, en gaat uit uw dak op “Goud”. Wij? Wij stonden erbij, keken ernaar en krabden ons in het haar. Is dit nu niet meer dan Clouseau met een update naar vandaag of zijn wij hier iets aan het missen? En welke hypnose heeft Terryn gebruikt om u te overtuigen dat dit soort rijmelarij een interessant gebruik van het Nederlands is? Leg het ons uit! Kom terug, Frank Vander linden, alles is vergeten en vergeven.

Het was een poging tot mediahetze vorige week die pijnlijk dood viel: mag Eagles Of Death Metal wel op Pukkelpop spelen nadat enkele Franse festivals de groep de deur wezen wegens politiek niet altijd geheel correct? Natuurlijk is Jesse ‘The Devil’ Hughes niet de toffe nonkel die we lang in hem zagen, maar een wapenmaniak met weinig gezonde standpunten. Met een trauma zelfs misschien, maar daar is vandaag weinig van te merken. Strak in het wit kronkelt hij over het podium, schudt hij zijn kont en brengt hij met zijn band het soort pintjesrock waar wij op dit etenstijdmoment niet kwaad om kunnen worden. Er zit overtuiging in deze rock-‘n-roll, of het nu een frisse of niet is, en ook die cover van Bowies “Moonage Daydream” wordt zo degelijk afgeleverd dat we bedenken dat Ziggy Stardust volgende week dringend nog eens moet worden afgestoft. Laten we dus duidelijk zijn: er is maar één reden waarom een act van Pukkelpop zou moeten geweerd worden, en dat is omdat ze muzikaal kut zijn. Maar we hadden Eppo beloofd Rihanna een kans te geven. Enola: fair and balanced als een koe met één te korte poot.

Tijd voor Sylvie Kreusch deel twee, want na haar bijdrage voor Warhaus staat ze hier in de Wablief!? met haar eigen band Soldier’s Heart. Het is een teleurstelling dat Maarten Devoldere hier niet op zijn beurt staat te kronkelen, maar hey, daar zullen wel afspraken over zijn. De winnaar van De Nieuwe Lichting 2013 heeft net hun debuut uit. De nummers klinken nachtelijk, met soms zware beats en dromerig, maar soms ook speels zoals recente single “Randy”. Met gelijktijdige programmeringen van The Kills en Cassius en de ongetwijfeld hete adem van The Last Shadows Puppets in de nek, houdt het vijftal het publiek geboeid met een knap opgebouwd “African Fire” als kers op de taart.

Zo dichtbij, en toch zo ver weg: Alex Turner. Geen idee wat de Arctic Monkeysfrontman heeft gepakt, maar het is maatje Miles Kane die het optreden van Last Shadow Puppets moet dragen. Doet-ie overigens voortreffelijk. Als we even niet goed kijken, horen we bijna niet dat één helft er nauwelijks bij is en de helft van de tijd wat wazig voor zich uit staat te staren. Genoeg volk dan ook in de rug om de boel te vullen: handje strijkers, klassieke rockbezetting, en dus ook die Kane, die er vandaag uitziet als Daniel Radcliffe. Harry Pottermagie zit er dan wel niet in, de schaduwpoppetjes weten toch te begeesteren met een set die bij momenten behoorlijk wat drive kent. In “Used To Be My Girl” slaagt Turner er zelfs in om nét op tijd toch bij de microfoon te zijn voor zijn backings, waarbij hij zich kronkelt in bochten die de betere slangenbezweerder goedkeurend gemonkel zouden ontlokken. Gekronkel? Is dat een ding, vandaag?

En zo vraag je je af: zouden ze dat afspreken? Is het een beurtrol, van “jij mag vandaag apestoned zijn”? Noem het een “Bad Habit”, en omarm dat nummer, want ook die single van laatste plaat Everything You’ve Come To Expect scheurde eerder op dat bedje van strijkers stevig weg. Jammer dus dat het tussen de nummers al eens durft te kabbelen, terwijl Turner nogmaals zijn kluts zoekt. Speelt hij dit, of is dit echt gewoon stom rocksterrengedrag? En maakt het uit zolang songs als een razend gespeeld “The Age Of The Understatement” of “My Mistakes Were Made For You” er niettemin behoorlijk vlekkeloos uitkomen? Wij stellen ons die vraag niet eens, wij zorgen dat we op tijd op de eerste rij staan in de Marquee.

Chvrches heeft daar immers iets goed te maken, nadat hun materiaal het vorig jaar anderhalve song ver in de set volledig begaf. De band weet dat, en frontvrouw Lauren Mayberry stuitert en rent dan ook meteen over het podium alsof haar leven ervan afhangt. De laatste keer dat we Chvrches live zagen was een rare avond, maar ook zonder die emotionele lading krijgen we vandaag een topconcert. Opener “Never Ending Circles” is meteen topzwaar, met beats die de tent op zijn grondvesten doen daveren, en synths die een call to arms zijn. “Here’s to taking what you came for”, raast de kleine zangeres, want ja, een boos meisje is ze nog steeds. Dit zijn geen songs, maar afrekeningen. “De meeste van mijn exen praten niet meer met me”, zei ze ooit over haar songteksten. “En dat is oké.”

Ook in orde: een setlist die all killer is, en geen half dood moment kent of het zou dat ene verplichte nummertje moeten zijn waarop toetsenman Martin Doherty de zang voor zijn rekening neemt. Chvrches put gretig uit tweede album Every Open Eye, een topplaat die zo grossiert in pophooks dat vergelijkingen met Pet Shop Boys Actually niet eens geflatteerd zijn. Telkens opnieuw weet het Schotse trio het perfecte refrein te vinden, de juiste melodie en beats om je ongenadig bij het nekvel te slepen. En het is heavy, oh zo heavy. “Bury It” dreunt, “Clearest Blue” bouwt op tot het alleen nog daverende beat is. Heel even is de Marquee de Boiler Room, maar dan één waarop je net zo goed kunt headbangen. Game, set, match: Chvrches heeft deze avond gewonnen.

Onze eerdere goede ervaring met Lola Marsh lokt ons terug naar De Lift. Voor fans van de video’s van Björk, zo wordt Sevdaliza aangekondigd. De Nederlandse met Iraanse roots is naast artieste ook visual artist, waar Björk al beroep op deed. Die blijkt ook muzikaal haar invloed te hebben op Sevdaliza, net als FKA twigs. “Why do I break / When I bend? / Why do I stay? / Why not stand?” klink het in het etnisch getinte en ingetogen “The Inside”, in fel contrast met de vaak zware beats. Sevdaliza, alleen gesteund door toetsen, drums en een laptop, is een sterke persoonlijkheid wiens naam we nog even in de binnenkant van onze hand laten staan. Helaas roept de plicht en kunnen we het concert niet uitkijken.

Nu ja plicht, zo’n straf is het nu niet om te gaan kijken naar Flying Horseman, een band waar we minstens even fier op mogen zijn als onze medaillewinnaars in Rio. Eigenlijk konden we op voorhand al met gerust hart verslag doen van een gewonnen veldslag — Bert Dockx en co hebben ons al die voorbije concerten nog nooit teleurgesteld — maar het is toch altijd afwachten hoe een festivalpubliek de soms complexe en uitgesponnen nummers verteert. De tent staat niet vol maar er is een mooie opkomst — wie hier staat, heeft niet de ambitie om nog vooraan te geraken bij Rihanna — en we zien hier ook weinig tot geen mensen vertrekken, wat ontdekkingsreizigers op festivals anders in groten getale doen.

Wel er is ook weinig reden om te vertrekken. “Faithfully Yours”, met die spookende synthakkoorden van de zusjes Mahieu, trekt het putdeksel van de nacht en laat iedereen die wil er mee inglijden. In de korte tijd die de band gegeven is (amper 45 minuten) krijgen we logischerwijs nieuw werk uit Night Is Long, zoals “Wild Colours” met die weerbarstige gitaarpartij, maar ook ouder werk als “t.m.l.”. Hoogtepunt is echter een ziedend “Money”, waarmee het zestal solliciteert naar het beste concert van deze eerste dag. Dan mag dit voor de overgrote meerderheid van de aanwezigen hier een anonieme passage geweest zijn, slechts een naam op de affiche, dat is het mooie aan festivals: wie erbij was, weet beter.

Nog zo’n band die z’n zin doet en zich van de rest niet al te veel aantrekt: Battles. Een Amerikaanse band die onder de noemer mathrock opereert en dat vertaalt zich in een instrumentaal trio waarbij het drumstel de skyline domineert: het cimbaal staat zo hoog dat de brandweer het is komen monteren. De gitaren worden door een speeltuin van sequencers getrokken, zodat de mogelijkheden eindeloos zijn en er een voor de band typerende, ritmische en energieke sound ontstaat. Net voor “Atlas” loopt het even fout en laat de techniek hen in de steek, maar dat is dan ook het enige moment dat de vaart er even uitging. Klasseband!

Blijkbaar heeft u met z’n allen vijftig minuten op Rihanna moeten wachten. Enola wacht niet. Wanneer we over de autostrade razen die ons parcours is, horen we een flard “All Of The Lights” van Kanye West van de geluidstorens neerdalen. Oké, ze zingt daar een paar lijnen in, maar gaan we daar echt mee beginnen? Heeft ze niet genoeg nummers die baden in de airplay? Kom, nog snel even naar De Lift, waar de Australische Tkay Maidza voor een handvol mensen staat te rappen, maar er in tegenstelling tot Rihanna wél zin in heeft. “Thank you for dancing”, lacht ze breed. De muziek stelt niet altijd even veel voor maar dit is vertier en meer moet dat op dit moment niet zijn. We stellen ons voor dat Rihanna ook ooit zo begonnen is, jaren voor “Pon De Replay”.

Wie al snel de buik vol heeft van Ri-Ri en haar spoiled-little-brat-behavior, kan in The Shelter terecht bij Neurosis, al dertig jaar meester in het kanaliseren van ieders frustratie en colère. De vaandeldragers van de sludge promoten deze zomer een nieuw album en doen dat als vanouds met strategische aanvalsgolven op uw gehoorhaartjes. “Times of Grace” luidt een gevarieerde setlist in, die ietwat inzoomt op het recentere werk. Geen best of, geen “Locust Star”, Neurosis stond nooit bekend als crowdpleaser en geeft ook op zomerfestivals geen duimbreed toe. Gelukkig grossieren Scott Kelly en co niet alleen in eigengereidheid, maar ook in vakmanschap en leveren ze een loodzware maar scherpe Pukkelpoppassage af.

“Boo indeed, Sir”, is het droge antwoord van Kele Okereke wanneer het gemor over Ri-Ri ook de Marquee bereikt. Neen, als zelfs een band op zijn retour als Bloc Party zichzelf al zwalpend in de top vijf van vandaag weet te spelen, dan weet je dat het geen topdag was. Want de tijd dat Bloc Party een relevante, zeitgeistvattende groep was, ligt ver achter ons. Vandaag bestaat de band voor de helft uit nieuwe rekruten, en over de nieuwe platen kun je op zijn best beleefd geeuwen. En toch. Hoe rommelig het allemaal ook begint, met een moeilijk “Only He Can Heal Me” en de nooit echt in de maat belandende, complexe drums van “Mercury”, je kunt er niet buiten dat Kele Okereke, Russell Lissack en hun nieuwe ritmesectie een set klassiekers onder de arm hebben zitten waar je tot je pensioen op kunt teren.

We zijn halverwege de set wanneer “Song For Clay (Disappear Here)” de vlam in de pijp steekt. Plots is er opnieuw dat strakke Bloc Party van weleer, een machine die dansritmes aan heerlijk in elkaar geweven gitaartjes paarde. Doorbraaksingle “Banquet” wordt er naadloos aan vastgemaakt, zet een tent vol ouder wordende jongens van toen –- is dat echt alweer elf jaar geleden? -– op zijn kop. Het housepianootje van “One More Chance”, met die heerlijk inglijdende baslijn, heeft maar binnen te koppen, en Okereke laat de bal niet meer vallen. “The Love Within”, de single van het matig onthaalde nieuwe Hymns, toont niet te misstaan in deze context, en wanneer het oude “Flux” wordt aangekondigd met “I hope you still remember it” besef je dat Okereke vrede heeft met waar hij en zijn band nu staan. Nu wij nog.

Ook nooit om een decibelletje verlegen, maar met net iets meer tongue in cheeck dan Neurosis: Mastodon. De goestedoeners van de hedendaagse metal toerden de afgelopen twee jaar met hetzelfde werk, dus was het vooraf de vraag of ze nog konden verrassen. Niet echt, zo bleek, al was dit zonder meer hun strakste Belgische passage sinds Brent Hinds een – I kid you not — houten fallus sneed uit een stronk dennenhout. Brann Dailor wordt steeds bedrevener in het combineren van drum en zang, de tandem Hinds-Kelliher klonk nooit meer gerodeerd: Mastodon anno 2016 is een voortdenderend machine. “High Road”, “Oblivion” en het onverwoestbare “Blood And Thunder” zijn lichtpuntjes in een diverse set, maar het is een uitzinnig hard “The Wolf Is Loose” dat met de alles-kapot-prijs van deze eerste Pukkelpopdag gaat lopen. Onze ingewanden protesteren behoorlijk.

Warpaint is een band die ik graag hoor als ik moe ben”, bekent (jp) laat op de avond. Komt dat even goed uit zeg, want raad eens wie de Club afsluit vandaag. Warpaint! Snel, een lottoformulier! De band brengt ons volgende maand een derde album en laat ons al even proeven. “White Out” teert op een sterke groove en het viertal klinkt in het algemeen een stukje vitaler dan we gewoon zijn. Het gaat hun goed af. Ook “New Song” slaat die weg in en flirt met de discosound van de jaren ’80. “Disco//Very” van op Warpaint, met die monotone maar hypnotiserende baslijn, sluit de set dansend af en wijst de richting van de Boiler Room aan voor wie nog wil/kan/mag. Tot morgen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 3 =