Citadelic@S.M.A.K.: The Claudia Quintet + Laurens Smet & Hugo Antunes :: dinsdag 15 maart, S.M.A.K.

Nog tot begin juni kan men in het S.M.A.K. in Gent terecht voor een fel bejubelde solotentoonstellling van de jonge Belgische kunstenaar Rinus Van de Velde. Toch was het een iets bescheidener event in datzelfde museum dat ons op een dinsdagavond inderhaast op de trein richting Arteveldestad deed stappen, eentje met een zekere Claudia in de hoofdrol.

Al geruime tijd wordt de inkomhal van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst op regelmatige basis ingepalmd door dezelfde krachten die verantwoordelijk zijn voor het El Negocito-label en het jaarlijkse Citadelic festival. Onder de noemer Citadelic@S.M.A.K. presenteert de organisatie er concerten met toppers uit zowel het nationale als het internationale jazz- en improvisatiecircuit. Met The Claudia Quintet uit New York – geleid door drummer en componist John Hollenbeck – had het een van de meest herkenbare en boeiende ensembles van het afgelopen decennium op bezoek, dat in Gent een voorsmaakje bracht van haar achtste langspeler die in de loop van het voorjaar verschijnt.

In haar eigenwijze programmatie – die ook afstraalt op de rijk geschakeerde discografie van het El Negocito-label – maakt de organisatie er een zaak van jonge, beloftevolle muzikanten van eigen bodem kansen te geven. Zo werd het concert van The Claudia Quintet voorafgegaan door een gebalde set van twee bassisten: de Antwerpenaar Laurens Smet en de Portugees Hugo Antunes, die na een jarenlang verblijf in België recent terugkeerde naar zijn thuisbasis in Lissabon. Het duo speelde iets meer dan een jaar geleden in cc Berchem een beklijvend improvisatieconcert als opener voor Daniel Levin & Mat Maneri, en mocht het publiek in Gent net als toen opwarmen voor een Amerikaanse main course.

Een herhaling van hun vorige ontmoeting – die in onze herinnering staat gegrift als een pittig contrabasduet – werd het echter niet. Smet koos deze keer namelijk uitsluitend voor de basgitaar, terwijl Antunes zich ontfermde over het grote, rechtopstaande en in dit geval onversterkte broertje daarvan. De dialoog leek daardoor wat intiemer en meer genuanceerd, men moest er al bijna met de neus opzitten om goed te kunnen volgen. De twee bakenden vervolgens ook nog eens een erg klein muzikaal terrein af. Vooral Smet – die opviel met een kurkdroog basgeluid zonder enige franje – leek gebrand op slechts enkele korte frasen en figuren, telkens weer herhaald, al dan niet met de nodige variaties. Antunes leek alles wat meer op zich af te laten komen, als een bokser die eerst wat rekent en incasseert om vervolgens zelf doelgericht te kunnen toeslaan. Zijn palet was iets diverser, fragmentarischer ook, hoewel dat wonderwel leek te passen met het bijna minimalistische werk van zijn Belgische kompaan.

Pas in het tweede stuk trok Antunes het register wat verder open en wist hij een kolkende stroom op te wekken met de strijkstok, verrijkt met bijklanken en boventonen. Voor de toehoorders was de balans tussen beide muzikanten hier wel even zoek, maar die werd al snel hersteld in de volgende passage, waarin wasknijpers op de contrabassnaren werden geklemd en het concert alweer een heel nieuwe, luchtigere wending kreeg.

De leden van The Claudia Quintet waren toen al even achter het gordijn komen gluren, benieuwd naar wat die Europeanen daar allemaal aan het fabriceren waren. De muziek van de vijf New Yorkers is dan ook helemaal anders, veel meer op compositie en structuur gericht in plaats van op improvisatie. Onder de strakke leiding van John Hollenbeck zweeft de groep ergens in het diffuse gebied tussen jazz, hedendaagse klassieke muziek en pop, zonder ergens echt voor anker te gaan. De aanvoerder kiest naar eigen zeggen resoluut voor genreloze muziek, waarmee hij de afgelopen vijftien jaar al vele successen boekte op het Amerikaanse Cuneiform label.

Maar hoe zit het dan eigenlijk met die Claudia? Dat wilde de presentatrice voor de start van het concert toch nog even weten, waarna Hollenbeck kort toelichtte – duidelijk al voor de zoveelste keer – dat de groepsnaam verwijst naar een overenthousiaste, altijd afwezige pseudo-fan genaamd Claudia. Hij leek meer zin te hebben om muziek te spelen dan om vragen te beantwoorden. Dat werd al snel duidelijk toen het kwintet “A-list” inzette en de machine voor het eerst ging draaien, met de verschillende, scherp afgelijnde partijen die tot een prachtig geheel werden gesmeed door een enthousiast kletsende Hollenbeck. Het daaropvolgende “Nightbreak” (net zoals “A-list” een nieuw stuk) was gebaseerd op een fragment uit een legendarisch solo van Charlie Parker in “Night In Tunisia”, waarbij de altsaxofonist in vier opeenvolgende maten een waanzinnig aantal noten perste. Het kwintet leek het fragment te vertragen en uit te vergroten, waardoor het een eigenaardige puzzel werd vol onverwachte intervallen van de vibrafoon (Matt Moran).

Ondertussen had de groep (met naast Hollenbeck en Moran ook nog accordeonist Red Wierenga, bassist Chris Tordini en rietblazer Jeremy Viner) ook de ideale geluidsbalans gevonden – wat niet evident is in de akoestisch weinig meewerkende inkomhal van het museum – en werd “Be Happy” ingezet, een compositie afkomstig van het album For uit 2007. Hier kon Viner (die Chris Speed verving) zich voor het eerst uitleven op tenorsax, te beginnen met het thema, dat afwisselend een octaaf lager en hoger wordt gespeeld binnen een opzwepende, polyritmische omgeving. Het bleek het startsein van een iets vrijere passage, waarin de groep voor het eerst (en meteen ook voor het laatst) brutaal aan het rommelen mocht slaan, tot een motief werd opgepikt en het gezelschap op bewonderenswaardige wijze unisono afrondde.

Een drumsolo leidde het laatste deel in, maar hoewel die aanvankelijk vooral geïmproviseerd leek, werd met het invallen van Moran duidelijk dat het allemaal gecomponeerd was. Alweer zo’n voorbeeld van hoe Hollenbeck de vakjesfetisjisten voortdurend op de zenuwen werkt. De aanwezigen kregen er echter niet genoeg van, wat het kwintet inspireerde om in een ruk door te stomen naar zinderende finale, waarin opvallend percussieve bijdragen van alle muzikanten voor een wel erg apart spektakel zorgden. Na afloop drongen de superlatieven zich onvermijdelijk op. Van ijzersterk en intrigerend tot beklijvend en magistraal, The Claudia Quintet maakte er een ware triomftocht van, weliswaar in intieme kring. En Claudia? Die stuurde haar kat, alweer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + 10 =