We Are Open :: 12 + 13 februari 2016, Trix

De examens zijn gedaan, de eendenleverpaté van de laatste familiefeesten uitgezweet (wat duurt dat nieuwjaren lang met zo’n grote familie), de eerste trits grote releases van het nieuwe jaar al besproken. We Are Open voor het nieuwe jaar, en zo ook Trix, dat zich traditioneel weer op gang trekt met een verzamelkast inlands lekkers.

Vrijdag 12 februari

Ha, zware metalen op de affiche. Tijd om (lh) nog eens uit de stal te rollen, of neen: we doen dat eens anders, en laten (mvs) los op dit zootje ongeregeld. Resultaat? Een nek stijf van het headbangen, een paar bont en blauwe plekken van het rondhossen, een kater om u tegen te zeggen. Hoe dat ging? Ongeveer zo:

Met een rustige aanloop, bijvoorbeeld. Want Arquettes, dat staat ook met een grondig verbouwde line-up en een tweede plaat op release nog steeds voor indiepop van jaren negentigsnit. Maakt daarbij een goeie indruk: de springerige single “I Don’t Need It” en het naar oude Blur neigende slotnummer. Voorts geen klachten, maar ook geen opzienbarend enthousiasme van onze kant: het is onmogelijk kwaad te zijn op dit soort propere muziekjes, maar je raakt er de landsgrenzen nu ook weer niet mee over. Beetje vrijblijvend.

Dat gaat alvast niet op voor Onmens, een tweetal ongeregeld dat zichzelf met een mondvol aankondigt als “Belgium’s most explicit electronic music group”, en vooral expliciet moéilijk is. We horen de militaristische dreun van Front 242, de dreiging van Death Grips, maar dan zonder de agressie van die opgedraaide spierbundel; het gaat er hier lijziger aan toe, wat meteen ook zorgt voor een set die eenvormig en monotoon voortdreunt en een verslaggever die er stiekem van onder muist. Naar waar? Naar onder, tiens, want daar blijkt nog een podium te zijn.

Nog een goeie, zelfbedachte reclameslogan overigens: “insane pop-noise is a thing”. Bedenkers: Crowd Of Chairs,en ze zijn iets op het spoor. Het beter gooi- en smijtwerk, bijvoorbeeld, waarmee ze het publiek in het kleine café beneden in een houdgreep hebben. Dit is noisepunk van een goed jaar, dat al eens aan Metz of zelfs Fugazi doet denken; een energiebom. Even overwegen we een “ALLES KAPOT” richting podium te brullen, maar dat zou zonde zijn voor al het goeds dat nog moet volgen. Halverwege verruilt Mitch Van Laecke de gitaar voor de bas, maar dat verandert niets aan het resultaat: brutaal geweld. “I am swimming in a pool full of cowards” krijst de frontman-brulboei. We zouden er ook lastig van worden; lastig baantjes trekken zo.

“The night time is the right time”, bromt Bert Dockx, en de zusjes Mahieu achter hem beamen het. En toch heeft Flying Horseman het aanvankelijk moeilijk, met een weerbarstige geluidsmix die voortdurend stokken in de wielen steekt. Niettemin krijgt dat “Faithfully Yours” een zinderende finale. “Put your hands on the wheel” gaat het even later in een verhaal dat aan elkaar hangt van de doem, en waarin de Mahieus klinken als dramatische schikgodinnen. Een solo die van Mark Ribot had kunnen zijn volgt.

Meteen wordt ook het euvel van dit optreden echter ook duidelijk. Hoeveel sfeer de groep weet te creëren met spannend opgebouwde nummers als “Wild Colours” of een “Bitter Storm” dat de geladenheid van Mark Lanegan oproept, na elke slotnoot valt het dood, en moet de groep opnieuw beginnen van nul. Dockx slaagt er nergens in om je van het ene nummer het andere in te trekken, en dat is jammer. Flying Horseman is nog steeds een prachtgroep, maar dit was niet het beste concert dat ze konden geven.

And now for something completely different: afropop die nu al doet dromen van een zomer to come. Het Brusselse Teme Tan grossiert in aangenaam zwoele ritmes en staccato gitaartjes die mikken op de heupen. Het wiegende “Amethys” noopt met zijn “nananana”-refrein tot een zangfestijn, “Champion” is als charmante meezinger de kers op de taart. Dat het ingetogen “Matiti”, een eerbetoon aan frontman Tanguy Haesevoets’ Congolese roots, een ongelukkige keuze is om deze zonnige set mee af te sluiten is dan ook snel vergeven. Riep er iemand daarnet van “zomerfestivals”? Deze Franstalige vrienden mogen in de valies dan.

Terug naar de essentie van vanavond, echter: lawaai. Van bij de eerste noten is Steak Number Eight immers alweer die viscerale oerkracht die als puberende broekies al een volledige lichting Rock Rally oprolde en in zijn binnenzak stak. “Your Soul Deserves To Die Twice” slaat met roffelende drumsalvo’s en een verzengende riff. “Gravity Giants” is een sludgemonster dat voor het eerste echte pogoën zorgt vanavond. En dan moet de bom “Dickhead” nog ontploffen; een onstuitbare pletwals met de kracht van een olifantenstampede. Pandemonium voor en op het podium. “Banana! Banana!” krijst een volledige zaal; een what the fuckmoment dat kan tellen. En dan is het alweer gedaan, met een laatste song die aan Jelle, de vorig weekend verongelukte Miavadrummer, wordt opgedragen. Veel te kort optreden, maar die status van beste Belgische metalband is in elk geval nog maar eens bevestigd.

Even een dubbeltje nostalgie van mensen die beter zouden moeten weten dan de muzikale jeugd van hun ouders opnieuw op te roepen. Want fuck die kleffe jaren zeventigvibe die You Raskal You oproept zeg. We horen spiegelbol-plakmomenten vol samenzang die het beeld van veel te veel baarden en snorren onder lange haren oproepen. En waarom Double Veterans zo nodig de psychedelische jaren quasi-letterlijk willen overdoen is ons ook niet helemaal duidelijk. Flinke vingeroefeningen hoor, en Lee Swinnen is een goeie zanger, maar doet “Cocktail” niet wel héél hard aan “That’s What I Like About You” van The Romantics denken? Soit, prettig is het allemaal wel, een beetje zoals Back To The Future ook lachen met de preutse fifties was.

Zomaar gehoord tijdens de afsluitende set van Cocaine Piss: “die zijn hun Orange versterkers niet waard!” Vanuit muzikaal oogpunt is er misschien iets voor te zeggen. De punk van dit Luikse viertal is echter zo rommelig en slecht dat het meteen geweldig wordt, en dat ligt vooral aan Duracellkonijn/ongeleid projectiel Aurélie Poppins. Die overtuiging! Die drive! Die schrille muizenstem! We voelen de fundamenten van Trix trillen, en het is goed zo: dit is Punk zoals god het bedoeld heeft; als brol met overtuiging en “Alles kapot!” als motto — dan toch nog. Missie volbracht: wat overblijft is een slagveld van gebroken botten en platgetrapte bekertjes. Een klein dansfeestje volgt, maar dan gaan de lichten aan terwijl de muziek ons pleit te blijven. Oh Trix, je zendt ons mixed messages!


Zaterdag 13 februari

Dag twee van We Are Open iets rustiger? Niets van aan! De noise-gitaren scheurden er weer duchtig op los en menig toeschouwer zocht de oordoppen in zijn zakken. De hoogtepunten kwamen echter van een wel heel eclectische folkband en een meeslepende psych/kraut-popband.

Winterslag, dat is er rustig in komen zoals dat dan heet. Wat ooit begon als een soloproject van Rolf Verressen bestaat vandaag uit muzikanten van Yuko, Marble Sounds en zangeres Renée Sys die u ook kent zonder haar familienaam. De band heeft duidelijk al zijn stijl gevonden, één die aanleunt bij de Notwists en Death Cab For Cuties van deze wereld; sfeervolle indiepop om bij weg te dromen — of moeten we zeggen het zware avondeten te laten zakken? Sympathiek, maar het mag altijd iets meer dan dat zijn.

De psychedelica van Tin Fingers kan daarentegen zelfs nauwelijks sympathie opwekken. De folk/synthpop van het gezelschap rond Felix Machtelinckx doet meteen denken aan Connan Mockasin, Jeff Buckley en zelfs Father John Misty, maar mist ondanks die leuke referenties vooral bezieling. Zelfs al zit er in de afsluiter eindelijk wat meer schwung, een geeuw kunnen we toch nauwelijks onderdrukken. Wij voelen het (nog) niet.

Aan enthousiasme bij het Limburgse zootje ongeregeld El Yunque dan weer geen gebrek. Wat een energie! De vier piepjonge muzikanten komen vooral nummers van hun aanstormend debuut Baskenland voorstellen en zo te horen zijn ze niet vies van een stevige portie Sonic Youth (die chaotische gitaren!), Swans (die alles verpulverende opbouw), Lightning Bolt (explosieve drums, check) en The Birthday Party (tegendraadsheid, check). Dat we na allerminst hapklare brokken als “Kaaiman” en het meer dan een kwartier durende “Kabeldraad”, waarin de muzikale lijn heel even zoek is, staan te trillen op onze benen, zegt al genoeg. Kijk dus uit als de groep plots in de buurt geprogrammeerd staat, want u kan plots aangevallen worden door een drummer-vocalist — ook dat is El Yunque live.

Ook het Luiks-Gentse The K. slaat een fikse homerun. Sterker nog: dit moet een van de beste optredens zijn die we van dit wild rockende en trommelvliesverscheurende gezelschap al zagen. Van opener “Intrusive Behavior” tot afsluiter “Streaks In The Sky”: elk nummer slaat aan in de foyer van Trix. Wat onderscheidt The K. van honderden andere lawaairockbands? Er zijn de uitermate groovy drums, verschrikkelijk sterke vocalen — Sébastien von Landau wisselt zonder problemen tussen schreeuwen en normale zang — en uiterst krachtige bassen. Welke doping heeft die genomen? De moshpit op het einde van de set is het beste bewijs van de geweldige interactie. Hopelijk is deze show het startpunt van wat The K. nu verdient: meer over die verdomde taalgrens spelen.

Ook energiek, maar dan op een andere manier: King Dalton, dat bestaat uit vijf eigenzinnige muzikanten die heer en meester zijn over hun instrumenten. Een van de hoogtepunten van een zinderende set is “Shepherd Shadow”, waarmee Jonas De Meester op bouzouki en zijn broer Pieter op sax ons naar warmere oorden brengen. Ook de dubbelzang tussen Jorunn Bauweraerts en Pieter De Meester mag er zijn. In andere nummers horen we zowel Afrikaanse blues, de jazzrock van Morphine, pure folk en psychedelica. Maar King Dalton blijft organisch, ruw en heerlijk funky klinken. Met het dansbare en zwoele “Sudden Deafness” wordt nog een ouder nummer van onder het stof gehaald. Opnieuw is het een schot in de roos. King Dalton is een band om te blijven koesteren.

“From the industrial buzzsaw sounds of distorted drum-machines to the sounds of sonar and the twangy guitars of an obscure B-movie soundtrack from the 70’s.” De vier heren en vrouw van Raveyards hebben zelf moeite om hun muziek in een hokje te duwen. Wij ook. Hoe moeten we dit omschrijven, vragen we ons af? Zelfs de bandleden herkennen is moeilijk, maar met wat geduld zien we toch Brent Vanneste en Joris Casier (Steak Number Eight), Stefanie Mannaerts (Brutus), Stefan Bracke (The Subs, Foxylane, Disko Drunkards) en François Demeyer (ook Disko Drunkards) in de vijfhoekige projectieruimte. Raveyards is keihard, ultradonker en sfeervol. Nine Inch Nails komt al eens voorbij zweven in nummers als “Chicago” en “Lank”. Daarin worden dikke lagen ambient/elektronica gekoppeld aan pompende drums, beats en scheurende gitaren. En toch: Raveyards enkel in termen van muziek omschrijven, is misplaatst. Dit is een verpletterende totaalervaring van visuals, licht en geluid, vooral geslaagd tijdens afsluiter “Skydive”. Nieuw materiaal komt uit op 25 maart, maar geloof ons: dit moet u vooral live ondergaan.

Sonic Youth! At The Drive-In! Fugazi! En zo kunnen we nog even doorgaan. Dat het Luikse It It Anita nog een rijzende ster aan het Belgische noise-firmament is, bewees dit meedogenloze viertal al in januari op Eurosonic. Vooral met het gloednieuwe “Ginger”, opgedragen aan de overleden Dominique D’Onofrio, is een bommetje om u tegen te zeggen. Nog een band dus waarbij de gedachte aan nieuw werk ons al doet watertanden.

Genoeg lawaai! De gedroomde afsluiter van We Are Open 2016 moet gewoon STADT zijn en het viertal lost de hoge verwachtingen volledig in. Eerst een lang opbouwende intro om de juiste sfeer te bekomen, daarna nemen Fulco Ottervanger, Frederik Segers, Joris Cool en Simon Segers ons mee op een fascinerende muzikale trip, die versterkt wordt door projecties van het collectief CIRCLE Ø STRIPE. Noem Stadt ook niet zomaar een psychedelische band, want in de band zit véél meer dan dat — kraut, jazz, (post-)rock, elektronica… you name it. En of het nu “Catch Or Fall”, “Be Aware” of “Aching Not Call” is: alles klinkt live nog veel interessanter. Topniveau dus, alweer. Waarlijk, wat een hoeveelheid kwaliteit van eigen bodem op zo weinig tijd. We Are Open, u blijft een topconcept.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =