Dedicated to the art of moving butts :: Hoe A Tribe Called Quest een nieuwe wind door de hiphop joeg

Het einde van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig staat in hiphopkringen genoegzaam bekend als een golden age. Van alle kanten werden in die periode vernieuwende geluiden aangevoerd die het aangezicht van het genre fundamenteel zouden bepalen. Een van de meest opmerkelijke bewegingen uit die periode was de zogenaamde Native Tongues.

Het los collectief, bestaande uit Jungle Brothers, De La Soul, A Tribe Called Quest, Black Sheep, Queen Latifah en een resem spiritueel verwante artiesten, was niet zozeer een groep die samen platen opnam om dan te versplinteren zoals bijvoorbeeld de Wu-Tang Clan, maar een bonte verzameling artiesten die doorheen uiteenlopende afzonderlijke releases een opvallende continuïteit vertoonden op vlak van muzikale en tekstuele nadruk. Voorbijgaand aan de breakbeats en braggadocio van populaire groepen als Run DMC of titanen als LL Cool J, verkozen deze jongelingen om hun platen te doorspekken met jazzsamples en komisch-positieve rijmsels, een jeugdige levensstijl uitdragend waarin kleurrijke humor en positief Afrocentrisme domineerden.

Officieus begin van de Native Tongues is de debuutplaat van de Jungle Brothers Straight Out The Jungle (1988). Een echte doorbraak kwam er echter pas een jaar later met het gigantische succes dat De La Soul’s debuut 3 Feet High And Rising (1989) (en dan vooral de grijsgedraaide single “Me, Myself & I”) te beurt viel. Hoewel beide platen natuurlijk in de eerste plaats groepsplaten zijn waarin de specifieke eigen sound van de Jungle Brothers (ophitsende funk) en De La Soul (hilarisch eclecticisme) werd benadrukt, bevatten ze beide posse cuts waarop andere Native Tongues leden een zegje kwamen doen. Meest legendarisch daarvan is wellicht “Buddy” uit 3 Feet High And Rising waarin de maatjes van de Jungle Brothers en ook de op dat moment nog eerder onbekende Q-Tip en Phife Dawg mochten komen opdraven.

Can I Kick It?: A Tribe Called Quest verovert zijn plaats

Nog onbekend inderdaad, want A Tribe Called Quest, de groep van Q-Tip en Phife Dawg had voorlopig slechts een demo opgenomen. Dat zou een jaar later veranderen met de release van People’s Instinctive Travels And The Paths Of Rhythm (1990). Hoewel er wat voor te zeggen valt dat de groep beter zou presteren op de twee volgende platen (The Low End Theory(1991) en Midnight Marauders (1993)), wisten Q-Tip, Phife Dawg, Ali Shaheed Muhammad en Jarobi met dit debuut toch de Native Tongues sound te consolideren. Nochtans bevat de plaat geen echte posse cut met andere Native Tonguesleden. De sound was echter duidelijk verwant aan die van de voorgangers, en bevestigde dat het succes van De La Soul geen toevalstreffer was geweest. De alleenheerschappij van James Brown in hiphopsamples en stoerdoenerij in teksten was afgelopen en zou vanaf nu een opmerkelijke speels-positieve en melodieuze insteek naast zich moeten dulden.

Het is op die vlakken immers dat People’s Instinctive Travels zich het duidelijkst profileert. De klankvorming is, hoewel niet zo geniaal eclectisch en geschift als die van De La Soul (Prince Paul moet zowat de meest onderschatte producer van zijn generatie zijn), inderdaad opvallend melodisch, hoofdzakelijk gebaseerd op smooth jazzsamples uit de jaren zeventig. Op die manier werd de beat meer dan een beukend vehikel waarboven teksten alle aandacht kregen, en wist het muzikale luik van een hiphopplaat zich op gelijke hoogte te stellen als de teksten. Sterker nog, erg vaak in het werk van A Tribe Called Quest, en zeker op deze plaat, is het net die productie die absoluut de show steelt. Luister maar naar een track als “Can I Kick It?” dat aangedreven wordt door een sample van Lou Reed’s “Walk On The Wild Side” (wat ATCQ blijkbaar nog een fikse duit heeft gekost). Ondertussen is het een van de meest herkenbare hiphopbeats ooit gemaakt.

In 1990 waren de leden van A Tribe Called Quest om en bij de twintig jaar oud en dat toont zich op tekstueel vlak: People’s Instinctive Travels gaat over vier jonge kerels die gewoon plezier willen maken. Geen odes aan het gangsterleven, maar wel aan het schone geslacht (vooral dan in het drieluik “I Left My Wallet In El Segundo”, “Pubic Enemy” en “Bonita Applebum”), aan het plezier van het rappen (“Push It Along”, “Youthful Expression” en natuurlijk “Can I Kick It?”) en zelfs aan voedsel (het hilarisch onnozele “Ham ‘n’ Eggs”). Diepgang of zelfs doorgedreven tekstuele finesse? Die hoeft u hier nog niet te zoeken, maar de ophitsende beats en het aanstekelijke enthousiasme van vooral Q-Tip en in mindere mate Phife Dawg zorgen voor een ongeëvenaarde chemie die de plaat tot een van de aangenaamst wegluisterende albums uit deze periode maakt. Bovenal wou het viertal gewoon de luisteraars aan het feesten krijgen, perfect gevat in de slagzin “dedicated to the art of moving butts” (de ondertitel van de song “Rhythm”).

Youthful Expression: kleine jongens worden groot

Al is op dit prille debuut ook meteen het grootste zwaktepunt van A Tribe Called Quest, en bij uitbreiding de Native Tongues als geheel, hoorbaar. De Tribe was een kwartet (al hield vierde lid Jarobi het na deze plaat alweer voor bekeken), maar wie met een half oor en zonder voorkennis luistert naar People’s Instinctive Travels zou even goed kunnen stellen dat dit een soloplaat van Q-Tip is, waar geregeld een aantal maatjes langslopen; hij is het die zich vanaf het begin profileerde als de creatieve spil waarrond deze groep draait, en — hoewel dat op volgende platen zou beteren — bleef Phife Dawg altijd in de schaduw staan van zijn tekstueel meer begaafde kompaan; een situatie die uiteindelijk zou bijdragen tot de split na de minder geslaagde platen Beats, Rhymes & Life (1996) en The Love Movement (1998), en die klaarblijkelijk nog steeds een langdurige reünie in de weg staat. Aan het einde van de boeiende documentaire Beats, Rhymes & Life: The Travels Of A Tribe Called Quest uit 2011 zie je hoe de twee ego’s bij hun reunie uit 2006 volledig botsen, terwijl een hulpeloze Ali Shaheed Muhammad probeert een ankerpunt in de groep te zijn.

Ook de Native Tongues als collectief zou uiteindelijk langzaam uit elkaar vallen, opnieuw door de te sterke onafhankelijkheidszin van de leden. De La Soul ging na drie platen met Prince Paul achter de knoppen verder als kerntrio, Jungle Brothers en Black Sheep raakten in vergetelheid en Queen Latifah belandde uiteindelijk in Hollywood waar ze nog steeds in allerlei belegen komedies speelt. A Tribe Called Quest ging er nog even mee door, maar na de split wist enkel Q-Tip een min of meer succesvolle solocarrière uit te bouwen. Met de leeftijd kwamen overduidelijk andere prioriteiten, en de hedonistische, kleurrijke levensstijl die door de Native Tongues gepropageerd werd, kwam uiteindelijk onder druk te staan door allerhande carrière-overwegingen. De Native Tongues blijkt uiteindelijk vooral een “Youthful Expression” geweest te zijn, en haalde de maturiteit slechts met grote moeite.

Dat doet echter weinig af aan de torenhoge kwaliteit van de resem Native Tongues klassiekers, niet in het minst People’s Instinctive Travels. Kanye West, Mos Def, Talib Kweli, Lupe Fiasco, The Roots, het zijn slechts enkele ronkende namen die de invloed van A Tribe Called Quest en de Native Tongues als geheel hoog in het vaandel dragen, en ook in de nieuwste generatie rappers zijn er een aantal figuren die duidelijk door de beweging beïnvloed zijn, zoals Chance The Rapper of zelfs Kendrick Lamar. Klassiekerstatus moeiteloos verdiend dus. U zal bovendien maar weinig andere hiphopplaten tegenkomen die er zo goed in slagen uw kont aan het bewegen te krijgen.

People’s Instinctive Travels And The Paths Of Rhythm werd recent heruitgebracht in een jubileumeditie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 8 =