The Portuguese Connection (2015), Pt. 4 :: RED Trio + Casa Futuro

Het was geen crush van de laat-alles-halsoverkop-vallen-soort, maar een natuurlijke sympathie die overging in een comfortabele vertrouwdheid en gestaag uitgroeide tot een steeds dieper genestelde liefde. Ja, de moderne Portugese freejazz en vrije improvisatie heeft intussen ons hart gestolen. Dat, gecombineerd met het feit dat de voorbije maanden een schier eindeloze stroom goede tot geweldige platen opleverden, leidde ertoe dat we er meteen een weekevenement van gemaakt hebben. Inderdaad: vijf dagen lang leiden we u langs een uitgebreide selectie Portugees moois. Vandaag: het RED Trio en Casa Futuro, een ander trio met drummer Gabriel Ferrandini.

Weinig Portugese ensembles uit de zone van de vrije improvisatie hebben de voorbije jaren op zo’n unaniem positieve reacties uit het buitenland mogen rekenen als het RED Trio. Was de titelloze debuutplaat (2010) al een visitekaartje van formaat, dan waren het vooral de erop volgende collaboraties met John Butcher (No Business) en Nate Wooley (Clean Feed) die het trio definitief een zitje bij de internationale top bezorgden. Het geluid van deze drie is dan ook bijzonder. Hoewel bassist Hernani Faustino en drummer Gabriel Ferrandini ook voor het nodige freejazzspektakel kunnen zorgen (zoals op het album met Luís Lopes en Elliott Levin, bijvoorbeeld), spelen ze in combinatie met pianist Rodrigo Pinheiro een heel ander soort muziek. Nog altijd compleet geïmproviseerd, maar dan verder verwijderd van de jazz, meer op het terrein van de Europese traditie van vrije improvisatie, met regelmatig een flair die doet denken aan de Engelse school en een complexiteit en focus die herinnert aan hedendaagse klassiek. Het voorbije jaar verschenen van het trio drie releases in drie verschillende formaten, uitgekomen bij labels uit Litouwen, de Verenigde Staten en Polen. Ook dat vertelt iets over het status van de band. Of de internationale versplintering van de scene, natuurlijk.

RED Trio & Mattias Ståhl – North And The Red Stream (NoBusiness Records)

Na Rebento van het naakte trio, was het natuurlijk weer uitkijken naar de nieuwste gast, en dat was vibrafonist Mattias Ståhl, een Zweed die er ook al een behoorlijk parcours op heeft zitten en in deze contreien vooral opviel met Angles 9. Snel blijkt alleszins dat hij het trio als gegoten zit. De sound is daarbij misschien iets minder excentriek dan met opvallende blazers als Butcher en Wooley, maar de volstrekt unieke stijl van RED Trio staat fier overeind en Ståhl weet die in deze opname uit 2013 boeiend aan te vullen, al is het maar omdat hij een soort van overgangsfiguur is tussen Pinheiro en Ferrandini, zowel in de weer met het melodische en harmonische component, als met het ritmische. Dat zorgt er dan ook voor dat de samenhang soms nog nadrukkelijker in de verf gezet wordt.

En samenhang is waar het om draait bij het RED Trio. Hun improvisatie is soms erg grillig, met een brede dynamiek en behoorlijk sterke extremen, maar recensenten en liefhebbers prijzen de band steeds opnieuw omwille van zijn democratische insteek. Dit is werkelijk een band zonder echte leider, waarbij er eigenlijk amper sprake is van solo’s in de klassieke zin van het woord, en waarbij de communicatie eigenlijk nooit ophoudt. Dat maakt van concerten en albums veeleisende ondernemingen, al is het maar omdat de communicatie zich soms afspeelt op abstract niveau. Zo’n Ferrandini doet dan ook meer dan ritme bepalen. Zoals hij zelf steeds aangeeft, speelt hij vanuit de vraag wat zijn kompanen nodig hebben om een verhaal te kunnen vertellen, waardoor zijn spel voortdurend van wisselt van gedaante, tempo, volume en densiteit. Of het nu gaat om rustige of uitbundige passages: Ferrandini’s spel is zo beweeglijk, steekt zo vol met details, nuances, verschuivende puls en textuurverschuivingen, dat je albums zou kunnen opleggen om vervolgens enkel naar hem te luisteren.

Dat neemt niet weg dat ook hier erg mooie resultaten te vallen zijn. Opener “North” is misschien nog het meest ‘traditioneel’, met meteen een broederlijke verhouding van piano en vibrafoon en een interactie die de band laat opschuiven als een hecht blok. Aanvankelijk aftastend, later steeds assertiever. Pinheiro schakelt ook nu weer moeiteloos over van repetitief, bijna autistisch detailspel naar een meer percussieve of zelfs breedvoerige stijl, terwijl Faustino daar steeds op inspeelt, spiegelt, of de link legt met Ferrandini, die de ruimte én de tijd krijgt om zijn immense controle uit de doeken te doen. Zijn solomoment in het wat abstractere “Red” is vrij van bombast of goedkope effecten, en vooral een manier om de continuïteit in het stuk te houden, alsof er werd gewerkt met een telepathisch gedeelde blauwdruk in de achterhoofden van vier muzikanten. Afsluiter “Stream” zet al helemaal in op het microscopische vermogen van de band, met zinderende metaalklanken die de nadruk op pure klank leggen en pas halverwege het stuk baan ruimen voor een openbarstende weldadigheid die lang tegen het kookpunt aanschurkt.

RED Trio – Live In Munich (Astral Spirits/Monofonus Press)

De eerste van twee releases met opnames uit april 2014. Deze cassette is intussen out of print bij het label, maar kan wel nog digitaal aangeschaft worden, of via sites als Discogs. De cassette, ingedeeld in “Munich 1” en “Munich 2”, elke goed voor een kant van ca. 20 minuten, maakt meteen duidelijk waarom “pulsating textures and energy” de centrale leuze is op hun website. Ook deze opname, die de piano iets verder naar achter duwt en het drumwerk wat meer naar voor haalt, stelt het voortdurend wisselende temperament van de band centraal, die zich een kronkelende weg baant via zones die het ene moment verwelkomend klinken, maar iets later uithalen met een donkere, wringende energie of zelfs claustrofobische effecten. De rol van Faustino, wiens soepele spel een beetje lijdt onder de wat doffe sound, is hier iets minder duidelijk, maar de contrasten tussen Pinheiro en Ferrandini, staan dan weer volop in de kijker.

Vooral de combinatie van Pinheiro’s repetitieve, dromerige passages, die wat herinneren aan die van Chris Abrahams bij The Necks, contrasteren knap met het steeds in beweging blijvende van de drummer, die ervoor zorgt dat de muziek blijft rollen en roteren en verpakt wordt in resonerend metaal. Een duik in de buik van de piano leidt in de tweede helft van “Munich 1” tot een magistrale climax met een zwaarmoedige elegantie en een hypnotiserende impact. “Munich 2” laat daarop een compleet ontbeend geluid horen in de aanloop, met gedempt gepluk van Faustino en zacht geritsel van Ferrandini, tot Pinheiro z’n intrede maakt en de bewegingen en klanken abrupter worden. Het leidt even tot een krachtige, bijna gewelddadige eruptie, maar toch valt ook dat weer stil, plooit het Trio helemaal terug in zichzelf en een aanhoudende bijna-stilte om te eindigen met een vloeiende, eensgezinde stroom. Een knappe, naar RED Trio-normen zelfs toegankelijke performance.

RED Trio + Gerard Lebik + Piotr Damasiewicz – Mineral (Bocian Records)

Na het concert in Munchen trok het trio ook nog naar Polen, om er een paar concerten te spelen met lokale vertegenwoordigers Gerard Lebik (sax) en Piotr Damasiewicz (trompet), muzikanten op wiens albums Ferrandini meermaals opdook. Dit jaar verscheen het resultaat daarvan bij het Poolse Bocian Records en al snel wordt duidelijk waarom de Portugezen zo enthousiast waren over de samenwerking en begin 2015 prompt terug gingen naar Polen voor een aantal concerten met deze bezetting. Deze compacte vinylrelease, eigenlijk een EP met 2 stukken die samen goed zijn voor amper 22 minuten, heeft dus een beperkte duur, maar bevat een uitbundige hoeveelheid ideeën en energie. In de opener, opgenomen in Krakow, wordt de toon meteen gezet door een scheurende trompet. Vervolgens is de band vertrokken voor een intense performance die de spanning hoog houdt.

De band sluit iets nauwer aan bij de explosieve freejazztraditie dan gewoonlijk, maar blijft vooral een imposante democratie, weerbarstig en spelend met een kolkende energie. Vooral wanneer Lebik zich erbij voegt en Pinheiro percussief hamerend uitvalt, krijgt de muziek een enorme boost en voel je dat befaamde evenwicht van vrijheid en cohesie, hier uitgewerkt in een even abstracte als bevlogen beweging van een onstuitbaar vijfkoppig beest. Het tweede stuk, daags erna opgenomen in Wrocław, ruilt de woeste kracht in voor een even geagiteerde, maar grilliger aanpak, met vooral springerige piano-intervallen en een stuiterende ritmesectie die Lebik even het hoogste woord laten voeren. Zodra de energie even afneemt, gaat het stokje naar Damasiewicz, die in een levendige dialoog gaat met Faustino, waarna de band zich terugtrekt in een minimalistische en hypnotiserende onheilszone die een mooi en (vooral) opvallend contrast vormt met het uitbundige detailwerk van de eerste helft. Opnieuw een release die erg de moeite is. Beelden van de recente tour doen hopen dat er daar ook opnames van gemaakt werden.

Pedro Sousa, Johan Berthling & Gabriel Ferrandini – Casa Futuro (Clean Feed)

Als deze ontmoeting uit 2012 daadwerkelijk de eerste keer was dat deze drie kerels met elkaar speelden, zoals beweerd wordt, dan willen we er niet aan denken wat dat een resem concerten later kan opleveren. Casa Futuro staat immers als een huis, ook al is het dan niet weggelegd voor de minder geduldige (of meer gevoelige) luisteraars. Het laat drumvirtuoos Ferrandini horen in het bijzijn van de Zweed Johan Berthling, de voorman van Tape en het basanker van o.m. Angles, Fire! (Orchstra) en het Arashi trio met Paal Nilssen-Love en Akira Sakata. Daarbij komt dan saxofonist Pedro Sousa, een saxofonist die in onze contreien nog niet zo bekend is, maar daar zou wel eens verandering in kunnen komen, want hij maakte behoorlijk wat indruk toen we hem zagen als gast bij het Motion Trio in Lissabon en viel recent ook te horen op een live album met Ferrandini en Thurston Moore vorig jaar. Samen met Ferrandini was hij onlangs ook nog actief binnen het theater, maar hij vormde eerder ook al een duo met Faustino (Falaise) en stond ook al solo in de kijker met een drone-georiënteerd project.

Het vrije verkeer op Casa Futuro zal vermoedelijk wel beter bij de liefhebbers van de vrije impro dan die van de klassieke freejazz ingaan, want Ferrandini is hier voortdurend in kleurmodus, terwijl Sousa veel minder sterk die banden heeft met de jazztraditie als, pakweg, Amado. De muziek is wel knap gedoseerd, met Ferrandini die in de weer is met resonerend metaal en gymnastisch gekletter op de cimbalen, terwijl Sousa vaak uithaalt met wat we voor het gemak een ‘gehavende’ sound willen noemen. Die is niet mooi of lyrisch, vertoont voortdurend rafelige randen, slaat over in multiphonics of een wringend register, terwijl je ‘m niet van melodieën of terugkerende riffjes kan verdenken. Het is zeuren, jammeren, huilen en gepijnigd piepen, maar de drie voelen elkaar wel erg goed aan.

Mooist van al is dat te horen in “Utility”, met Sousa die op baritonsax wat doet denken aan een combinatie van Martin Küchen bij het Trespass Trio en Gustafsson bij Tarfala: broeierig huilend en jankend op een roterende ondergrond van hypnotiserend gerammel en gestreken bas. Even zou je willen dat die spanning tien-twintig minuten zou aanhouden, maar wat je ervoor in de plaats krijgt is ontbeende, van gedaante wisselende impro die niet moet inboeten aan drama. Afsluiter “Beauty” begint al net zo weerspannig, maar transformeert al snel in een tergend trage climax die inzet op brommende snaren en het geluidsonderzoek van Ferrandini dat nooit helemaal ten einde is. Het maakt van Casa Futuro een plaat die hier en daar klinkt als een muzikale stuiptrekking, maar die focus ook weet te bewaren met een minimum aan middelen. En daar heb je klasbakken voor nodig.

Ferrandini speelt op 2/10 met het Rodrigo Amado’s Motion Trio in De Singer (Rijkevorsel)./p>

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − twee =