Carl Barât and the Jackals :: Let It Reign

Het zou wel eens boerenjaar kunnen worden voor Carl Barât: hij werd net voor de tweede maal vader, vertolkte zijn eerste hoofdrol in een langspeelfilm, pendelt samen met zijn maatje Pete Doherty tussen Londen en Thailand om een nieuwe Libertinesplaat te schrijven én heeft met zijn nieuwe band The Jackals een knaller van een soloplaat gemaakt. James, champagne!

Net als Doherty heeft hij eindelijk een groep rond zich weten te scharen die hem als gegoten zit. Natuurlijk bereiken Barât en zijn nieuwe kompanen niet helemaal de quasi volmaakte chemie en de o zo vruchtbare creatieve spanning die The Libertines op zijn muzikale hoogtepunt zo boven de rest deed uittorenen. Maar hij komt wel verdomd dicht in de buurt: Let It Reign kent nagenoeg geen mindere momenten.

Barât schreef een ferme zak songs bij mekaar samen met producer Joby Ford van The Bronx en lanceerde pas daarna een oproep via Facebook om muzikanten te vinden. Duizenden reageerden, slechts negentig mochten hun kunstjes voor hem vertonen en daarvan koos hij er uiteindelijk drie uit. Dat trio mocht daarop de plaat mee inblikken. Misschien een wat ongewone methode maar Barât is naar eigen zeggen meer dan tevreden over de band die hem momenteel omringt.

Niet onterecht, want Let It Reign pakt je vanaf het eerste akkoord bij de lurven. Toegegeven: hier en daar verslapt de greep een weinig maar echt lossen doen Barât en co pas na zesendertig minuten – als de plaat erop zit. En dat is een pak van ons hart. Let It Reign werd immers aangekondigd als “geïnspireerd door de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.” Hier en daar maakte men zelfs gewag van een conceptplaat – een woord dat we doorgaans uitspuwen zoals een kat een haarbal. Gelukkig bleek onze vrees ongegrond. Want Let It Reign is eerst en vooral een verzameling catchy punkpopsongs die hun wortels hebben in de Britse poptraditie van de laatste vijftig jaar. Vaak zijn het zelfs enkel de titels die verraden dat er zo’n zwaarbeladen thema wordt aangesneden.

Zo doet het aan de 306 gedeserteerde en gefusilleerde Engelse soldaten uit WO I opgedragen “Glory Days” meteen aan “The Guns of Brixton” van The Clash denken. Reggae dus, maar dan wel van het soort waar puristen spontaan van beginnen tegenpruttelen. Een gitaar in tegentijd, een op zijn Joe Strummers half geroepen zangpartij… Barât sleepte zelfs timbales aan om de coda van het lied wat op te fleuren. Enkel een baslijn van iconisch kaliber zoals Paul Simonon er een uit zijn mouw schudde ontbreekt. In het opgefokte “Victory Gin” – een referentie naar George Orwell’s 1984 – maakt Barât kenbaar dat hij weer vol energie zit en op en top strijdlustig is. “We are not afraid of anyone/I defy anyone to tell me I am wrong”, declameert hij in het refrein.

In “Summer In The Trenches” wisselt Barât af tussen opgefokte punkpop in de strofes en een wat meer zomerse feel in de refreinen. Ertussenin duiken de timbales uit “Glory Days” weer op. “A Storm Is Coming” is klassieke britrock met een wat jengelend refrein. Barât zingt gelouterd en filosofisch: “I don’t mind/ I know a storm is coming/ Things won’t ever be the same again/ I won’t run this time/ It has to be now or never/ Sooner or later it has to end.” In het nostalgische “Beginning To See” mag een strijkkwartet zijn opwachting maken terwijl Barât zichzelf op akoestische gitaar begeleidt. Tekstueel hanteert hij religieuze metaforen: “I don’t believe in people walking on water/I don’t believe in heaven/I don’t agree with hell.” En even later: “I don’t mind people changing water to wine/I do that all the time/Seems fine to me.” En wij maar denken dat Pete Doherty degene was met het messiascomplex. Ach, als het maar goede songs oplevert, zeker?

Het fantastische “March Of The Idle” begint wat naïef met een danig overstuurde ritmegitaar om dan stapsgewijs op te bouwen naar een refrein waarin Barât en zijn bandgenoten beurtelings heen en weer roepen. Ook de tegenstelling tussen de staccato gespeelde strofes en de melodische joligheid in de refreinen van “We Want More” werkt aanstekelijk. “War Of The Roses” – alweer een knipoog naar de Engelse geschiedenis – doet wat aan de logge powerchords van Oasis denken. Tel daar nog de blazers die hier en daar de boel komen opfleuren en het epische uitwaaierende einde van de song bij en je komt al helemaal bij de Callaghers terecht. Punkpoppareltje “The Gears” explodeert daarop als ware het een Buzzcocksnummer en spat met hele scheuten adrenaline en testosteron tegelijk uit de speakers. Afsluiter “Let It Rain” laat een ingehouden Carl Barât horen. Je zou het – mits wat goede wil – zelfs een ballad kunnen noemen.

Het is een mooi orgelpunt van een geslaagde plaat. Het moge duidelijk wezen: voor Carl Barât is er leven na The Libertines. Hij zet zichzelf met “Let It Reign” definitief bij in het rijtje van grote Britse popmuzikanten. En nu maar hoopvol aftellen tot de nieuwe worp van The Libertines onze contreien bereikt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 8 =