TIPS VOOR 2015: Crossbeat :: ”Hommage aan Lokeren”

De hele maand januari blikt enola.be vooruit op het jaar dat komt. In Tips voor 2015 laten we enkele van de meest belovende artiesten aan het woord. Hou ze in de gaten en onthoud waar u voor het eerst over hen las.

Het prille elektronische trio Crossbeat heeft niet het doorsnee Rock Rally-potentieel, maar klinkt een pak breder en eerder grensoverschrijdend. Dromerige pop en beats uit Gent, gegroeid uit kapot gespeelde platen van Massive Attack en Bonobo, geoogst door de vingers en stembanden van Dries Merre (zang, productie), Frederik Van Melle (gitaar, productie) en Sherien Holail (zang). Het belóóft, met andere woorden.

Frederik Van Melle (gitaar/productie): “Het begon met Dries en ik die elkaar al van in onze tienerjaren kenden. We spraken minstens drie keer per week af, gewoon om samen platen te beluisteren.”
Dries Merre (zang/productie): “Ik speelde toen zelfs nog geen instrument. Pas op mijn achttiende heb ik muzieksoftware ontdekt, en ben ik loeiharde drum-‘n-bass gaan maken, en zelfs darkstep en breakcore. Daaruit heb ik alles geleerd qua productie.”
Van Melle: “Het werd een mooie combinatie: ik maakte downbeat, jazzy dingen op mijn gitaar, eerder akoestisch, en Dries antwoordde daar heel elektronisch op. Die wisselwerking werkte heel goed.”

enola: En toen waren jullie plots een band?
Merre: “Ik kon niet eeuwig in die drum-’n-basswereld blijven dobberen. Die scene blijft precies even oud, pure teen angst is dat: alles moet kapot. En dus kocht ik een micro en begon ik op mezelf wat muziek te maken. Via via heb ik Sherien (Holail) leren kennen en heb ik haar gevraagd om eens te komen zingen. En dat klikte ook vrijwel meteen. Compleet onverwacht werden we gevraagd om op Boomtown te spelen, dus toen moesten we het wel even serieus beginnen nemen.” (lacht)
Van Melle: “Dat was echt de katalysator, omdat we blijkbaar wel door meer mensen gesmaakt werden dan enkel onszelf en de vrienden.”

enola: Waar moet iemand in een platenwinkel om vragen om Crossbeat aangereikt te krijgen?
Van Melle: “‘goeie muziek'” (lacht)
Merre: “Moeilijk. Moderne elektronische muziek met wat popinvloeden, zou ik zeggen.”
Van Melle: “Maar ook: triphop, IDM, Massive Attack, … Zelfs wat drum-‘n-bass-invloeden, maar ook postrockgitaren. Het moet in elk geval toegankelijk blijven. De IDM-scene waar we uitkomen was vrij afgesloten. Nu proberen we dat wat open te trekken en te experimenteren met ritme, beats, melodie of zang. We willen vooral blijven groeien.”
Merre: “Maar nu hebben we nog niet geantwoord. Ik vind onze muziek vooral een mengeling tussen triphop uit de jaren 90, zoals Portishead, Massive Attack en Tricky enerzijds, en eigentijdse, downtempo muziek anderzijds. Soms noemen ze dat ‘indietronica’, maar dat klinkt fout omdat er veel bands zijn die indiemuziek maken en daar vervolgens een synth aan toevoegen. Bij ons is het compleet omgekeerd; wij vertrekken vanuit de elektronica, en dan voegen we zang en indie-achtige elementen toe die het toegankelijker maken.”

enola: Jullie worden inderdaad vaak vergeleken met Massive Attack, maar ook met Bonobo en zelfs The XX. Wat vinden jullie daarvan?
Merre: “Ik begrijp de vergelijking met The XX wel, maar ik vind ‘t wat kort door de bocht. Massive Attack en Bonobo, da’s de muziek waar we zelf naar luisteren. Ik luister tegenwoordig zelfs niet meer naar nieuwe muziek. Maar als één van die twee bands iets uitbrengt, dan speel ik dat kapot. Maar als we de studio instappen, is dat nooit met de gedachte muziek te maken die lijkt op Bonobo of Massive Attack, want dat varieert verschrikkelijk. Wij vertrekken vanuit een geluid dat we superwijs vinden, en van daaruit bouwen we verder aan de structuur.”

enola: Jullie zitten op Voxed Recordings, het label van Gullfisk. Hoe zijn jullie daar terecht gekomen?
Merre: “Ons derde optreden na Boomtown was in Café Video in Gent. Platenbaas Gregory Wuytack van Gullfisk stond in het publiek en was meteen verkocht. Hij vroeg ons die avond nog of we geen plaat wilden uitbrengen.”
Van Melle: “Daar zeiden we natuurlijk geen neen tegen.”
enola: 9160, de titel van jullie EP is de postcode van Lokeren. Wat is het verhaal daarachter?
Merre: “We hebben eigenlijk weinig met Lokeren te maken. (lacht) Ik ben van Gent en ik vind Lokeren dwaas, maar ik heb een aantal maten die gigantische Lokeren-fans zijn en me altijd gesteund hebben. Het nummer “9160” schreef ik toen Lokeren de finale van de voetbalbeker speelde. Het was als werktitel bedoeld, maar het is blijven plakken.”
Van Melle: “De vorige huisgenoot van Dries, Brecht, kookte ook altijd voor ons. Als we repeteerden, stond het eten altijd klaar achteraf. Dat was de max! Hij was van Lokeren. Dus laat het een hommage aan hem zijn.”

enola: Jullie zijn één van onze ‘Tips Voor 2015’. Wie zijn jullie tips?
Merre: “Er gaat ongetwijfeld een hele hoop slechte muziek uitkomen. Maar ‘t is te hopen dat er weer wat Belgische pareltjes naar boven komen. Voor de rest kijk ik altijd naar labels als Warp Records en Ninja Tune, die zijn voor mij wel de maatstaf op vlak van alternatieve elektronische muziek. Je merkt in elk geval dat beats opnieuw meer beginnen te leven. Je had eerst dubstep, dan postdubstep en vervolgens die bit-achtige dingen. Ik voel dat er nu een evolutie is naar meer organische geluiden.”
“Misschien heeft dat iets te maken met Lefto… Wat ik ook merk én heel raar vind: veel bands worden beïnvloed door muzikanten als Bonobo. Oaktree vermeldde dat bijvoorbeeld eens in een interview. Maar Bonobo is totaal niet mainstream. Ik vind het absurd hoeveel muzikanten beïnvloed worden door muziek die totaal niet op de radio gedraaid wordt en volledig naast de mainstream groeit.”
Van Melle: “Lang leve het internet!”

enola: Ook jullie genre blijft in België vrij underground, niet?
Van Melle: “Van mij mag er wel een radiozender bij komen die zo’n muziek draait.”
Merre: “Er is zo’n verschraling in het muzieklandschap op de Vlaamse radio’s, zeker op de FM’s. Gelukkig wordt dat opgevuld door kleine radiozenders online. Scorpio en Urgent hebben ons wel in de playlist opgenomen, dus er is wel een wil, maar de doorstroom naar mainstream is zeer moeilijk, denk ik.”
Van Melle: “Het zou cool zijn mochten we op Studio Brussel gedraaid worden, maar het is niet per se mijn ambitie. Tenzij voor het geld, natuurlijk!” (lacht)
Merre: Gelukkig zijn er nog mensen zoals Lefto en Ayco (Duyster, mj). Eigenlijk hebben we Studio Brussel al opgegeven in onze tienerjaren, maar die nicheprogramma’s als Duyster zijn wel nog geweldig. Die draaien M83, en zelfs muziek van Warp Records en Ninja Tune. Wauw!”
Van Melle: “Hoe meer mensen naar onze muziek luisteren, hoe beter, natuurlijk. Maar als ze ons morgen een contract aanbieden bij EMI, met de voorwaarde om supertoegankelijke muziek te maken, zullen we toch vriendelijk passen.”
Merre: “Dan worden we een tweede Netsky. Die maakte vroeger zo’n coole liquidachtige drum-‘n-bass met een eigen hoek af en gebruikte veel samples uit soulplaten. Dat was supervet. Nu leeft hij de rockstar life, waar ik veel respect voor heb, maar hij heeft sowieso compromissen moeten sluiten.”
Van Melle: “Hoor ons hier: ‘Wij gaan géén compromissen sluiten”. Je weet nooit, natuurlijk.”

Wie de EP 9160 wil beluisteren, surft even naar onderstaande Soundcloud en houdt de ogen best wagenwijd open richting concertagenda’s.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − elf =