Caribou :: 9 oktober 2014, Botanique

Wij kwamen voor elektronica vol rode bloedvaten, maar Dan Snaith had goesting in zóveel meer.

Our Love, de nagelnieuwe — en verbluffende — plaat van Caribou is nog geen week oud, en Snaith had zich er dus makkelijk van af kunnen maken met een set waarin bijna uitsluitend nieuwe nummers de revue passeerden, plichtsgetrouw dicht bij de studioversie gebleven, af en toe afgewisseld met een hit vanop Swim, Andorra, The Milk Of Human Kindness of het vorig jaar onder zijn Daphni-alias uitgebrachte Jiaolong. Iedereen was tevreden geweest. Maar Snaith had een beter idee: hij gooide het beste uit Our Love en Swim door elkaar, en bouwde anderhalf uur lang een dancerockfestijn dat we niet meer gezien hebben sinds LCD Soundsystem er de stekker uit trok.

Het begint bij de titeltrack vanop die recentste plaat. “Our Love” gedijt aanvankelijk op warme, gloedvolle neo-house, maar na dik twee minuten begint Snaiths liveband zich te roeren. De bassbeats ronken, de drumcomputer draait overuren, en het nummer verandert in een clubtrack waarin elk geluid de Caribou-signatuur draagt. De outro wordt op scherp gezet met gierende electroclash, en dan weet iedereen meteen hoe laat het is.

Kletsende drums en eclatante dancepunk zullen de lakens blijven uitdelen, maar dat wil niet zeggen dat Caribou zijn hart verliest. “Silver” mikt evenveel op je emoties als op je benen en het duistere “Found Out” kraakt van het liefdesverdriet. Zijn elektronica wordt nooit gratuit: onder de dansbare oppervlakte krioelt een hoop vertwijfeling. Straf om die twee gezichten ook live evenwaardig in de verf te kunnen zetten.

Hoe langer Caribou op het podium staat, hoe bezwerender hij wordt. De exotiek van Swim neemt steeds vaker de bovenhand; zie “Mars”, een IDM-kanon waar de stampende drummetronoom bekvecht met oosterse synthgeluiden en vocale loops. Of “Bowls”, waarin een glockenspielbeat je bloeddruk kaapt. Even tempert Snaith: hij kijkt drie seconden lang het publiek in de ogen, ziet dat het goed is, zet zich schrap en begint samen met zijn band aan een Factory Floor-trip van basale beats, thrashy elektronica en tribaal houtslagwerk.

Het enige minpunt van de avond komt op naam van Jessy Lanza, wiens frêle stem te vaak door het ijs zakte in een voor de rest puik “Second Chance”. Gemiste kans: wij kunnen Lanza ook als soloartieste best pruimen, maar haar soortelijk gewicht blijkt (ook tijdens het door haar verzorgde voorprogramma) live toch aan de lage kant te liggen. Dan moeten we ons maar tevreden stellen met het compleet eigenzinnige ecosysteem van “Odessa”, dat klinkt alsof John Talabot op een zwoele nacht in Marrakech met vlagen funk begint te foefelen. Lanza is al lang vergeten.

De reguliere set eindigt met een stomend “Your Love Will Set You Free” — tranendal vol breakbeats — en de stevig vertimmerde toptrack “Can’t Do Without You”. Het echte hoogtepunt moet dan nog komen: als Snaith het podium weer opkomt, kan hij een lach niet onderdrukken. Iedereen weet dat hij “Sun” achter de hand gehouden heeft, maar niemand beseft hoe dat gaat klinken. Bij deze: een exotische mengelmoes vol dwarse techno en loopende elektronica waarin testosteronbeats je steeds dichter bij een K.O. brengen. De variatie voltrekt zich langzaam, maar na enkele minuten denk je dat Liars achter de backdrop staat mee te spelen. Uit de synths en drumcomputers wordt harde sequencerrock en elektronische punk gestanst, krautrock die erop uit is om iedereen te vierendelen.

”Caribou was weergaloos.” Zo kort had deze tekst eigenlijk kunnen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =