C. Spencer Yeh, Okkyung Lee & Lasse Marhaug :: Wake Up Awesome

Mafketelmuziek voor een generatie van allesvreters. Niks meer, maar ook niks minder. Na de samenwerking tussen Tim Hecker en Daniel Lopatin komt het label van die laatste opnieuw op de proppen met het resultaat van een samenwerking. Dat het met deze drie een excentrieke bedoening ging worden, was te voorspellen, maar zo’n uitbundige, haast lichtvoetige chaos hadden velen waarschijnlijk niet zien aankomen.

Al mogen we ook niet overdrijven: dit is geen popplaat of verzetje voor een breed publiek. Deze artiesten blijven stuk voor stuk figuren die vooral bekend staan om hun weerbarstige muziek die moeilijk te labelen valt. Zeker Marhaug, met z’n zwak voor witheet kabaal en het molesteren van draaitafels, houdt zich op in verschillende regionen: die van de brute noise, de vrije improvisatie en zowat alle mogelijke gradaties ertussen. Hij speelde echter ook een belangrijke rol in de totstandkoming van Lee’s recent verschenen fantastische Ghil, door niet enkel voor de directe sound van de soloplaat te tekenen, maar ook het laatste woord te krijgen over het eindresultaat.

Hier is Marhaugs invloed al even doorslaggevend, omdat Wake Up Awesome niet enkel het verhaal is van de studio-opnames, maar ook van de postproductiestrategieën die erna volgden. Zo is het goed mogelijk dat Lee heel wat stukken op haar eentje improviseerde — hier en daar zijn er ook een aantal momenten zo behouden — maar werd er achteraf onverbiddelijk de schaar in gezet of werd haar bijdrage bedolven onder effecten, gecontrasteerd met andere elementen of gewoonweg uit elkaar gereten met stotende, scheurende en knetterende noise-erupties.

Kortom: het blijft niet beperkt tot viool, cello en de verenneweerde platendraaiers van Marhaug. Zowat alles wordt hier op z’n kop gezet, waardoor je het ene moment lijkt te luisteren naar een stukje kamermuziek (“Ophelia Gimme Shelter”), en dan gestaag overmand wordt door opduikende blieps, foute synths en allerhande kosmische/psychedelische troep. “The Mermaids Of Extended Technique” lijkt zo Ghil te koppelen aan Throbbing Gristle, en het is slechts een voorbeeld uit een lange rij van ontregelde experimenten vol heliumstemmen, subsonisch gerommel, zeurend geschraap en muzikale schizofrenie. In “Anise Tongue And Durian Wet Dream” komt er zelfs even een buffetpiano aan te pas.

Het is alsof de cut-uptechnieken van Brion Gysin en William Burroughs omgezet worden in een muzikale carnaval, met even rommelige als rebelse en ook grappige resultaten die zichzelf vooral niet te serieus willen nemen. Dat de meerderheid van de stukken ruim onder de grens van de drie minuten blijft, maakt het allemaal ook wat lichtvoetiger en makkelijker verteerbaar, terwijl de humoristische songtitels al net zozeer het potentiële serieux van de plaat ondergraven. Het is, kortom, wat de avant-garde gerust wel wat vaker kan gebruiken: zelfrelativering.

Enerzijds is dit dus een eclectische luistertrip door een halve eeuw experimentele muziek — de drie voeren je werkelijk door een wereld die verwant is aan die van uiteenlopende namen als Negativland, Zorn, Parmegiani, Merzbow, Silver Apples, Drumm, Varèse en Throbbing Gristle — die wordt samengevat in veertig minuten zapgekte, maar anderzijds blijf je natuurlijk ook achter met het besef dat het niet de opgenomen muziek is die centraal staat (traditioneel een vanzelfsprekendheid), maar het proces dat achteraf gehanteerd werd om alles op losse schroeven te zetten. Geinig, dat wel, maar kan je er ook mee verder? Misschien een irrelevante vraag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 4 =