DIT WAS 2013: Tunng :: ”We zijn nooit meer een echte band geweest dan nu”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2013. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of van wie de plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Met Turbines maakte Tunng het afgelopen jaar weinig rimpelingen. Folktronica — of “Acid Folk” zoals de band het liever noemt — is al lang niet meer hip. Toch was ook de vijfde plaat van de Britse band goed genoeg om aan de borst te drukken. Geen slecht idee dus om eens met opper-Tunnger Mike Lindsay terug te blikken op hoe de plaat tot stand kwam.

enola: Ik las ergens dat het oorspronkelijke plan was om terug te keren naar de experimentele begindagen?
Lindsay: “Ja, dat heb ik in de aanloop naar de opnames eens in een gesprek met iemand laten vallen. We weten immers dat we ons om het even wat kunnen veroorloven en dat we toch geen miljoenen platen zullen verkopen, dus zowel Phil (Winter, elektronicaman, mvs) als ik speelden met het idee om er een abstracter album van te maken. Het had niets te maken met ons debuut — dat voor mij nu gedateerd aanvoelt — maar we wilden op eenzelfde ongedwongen manier muziek maken, zonder regels die in steen gebeiteld stonden.”
“Het is echter niet gebeurd. Toen we met de band muziek begonnen te maken, eindigden we met die popriffjes. Dat is goed, want dat is waar muziekmaken om draait: je speelt met een groep mensen, je hebt geen idee wat er zal uitkomen, maar je moet het volgen.”

enola: Vreemd genoeg was het de eerste keer dat jullie echt als groep samen aan een album schreven.

Lindsay: “Inderdaad. Het was de eerste keer dat we samen in een studio verbleven en in dezelfde kamer schreven. Voor andere bands is dat de normaalste zaak van de wereld, maar voor ons was dat een heel andere manier van werken. In het verleden kwam iedereen langs om zijn deeltje bij te dragen aan wat Sam (Genders, die Tunng mee oprichtte, maar verliet in 2009, mvs) en ik hadden geschreven. Nu konden we in feite niet anders dan het gezamenlijk aanpakken, aangezien iedereen de laatste jaren over de wereld is uitgezaaid. Zo woon ik zelf al twee jaar in IJsland, anderen wonen niet langer in Londen en hebben kinderen gekregen. Dus het leek ons het meest eenvoudig om ergens op het platteland een plek te huren, daar samen te schrijven en te werken aan wat een sci-fi popplaat zou worden”

enola: Dat las ik in de biografie, kun je dat nog eens uitleggen?
Lindsay: “Moeilijk om uit te leggen. Het was iets dat tijdens het schrijven van de songs vanzelf ontstond, vanuit de werktitels — vaak titels van films — die ze kregen, futuristische geluiden zoals John Carpenter-achtige synthklanken. Het voelde als een plaat die zich in de toekomst afspeelde, maar dan een zoals die in de jaren vijftig werd bedacht. We hebben een maand lang rondgehangen in een museum voor synthesizers in Londen; een nieuwe wereld voor ons, en het resultaat is een ander soort Tunngalbum dan we gewoon waren: minder elektronica, maar meer synths, en ook minder prominente akoestische gitaren.”
“Die titel Turbines was iets dat zich zo aandiende. Het komt uit een song waarin elke zin een ander personage uit hetzelfde dorp leek te omschrijven — een beetje zoals de beginscène van een film waarin iedereen wordt geïntroduceerd — en daar klopte dat woord wel bij: iets dat doordraait, het leven gaat door. Snap je?”

enola: Hoogstens vaag, maar goed. Wat waren die futuristische werktitels van de nummers dan?
Lindsay: “Een was “Snake Plissken”, naar een personage uit Escape From New York, omdat er een synthlijn in het nummer zat die ons elke keer aan die film deed denken. Een ander nummer stond lang bekend als “Barrels Full” omdat we ons er ontelbare mensen bij voorstelden die in tonnen van de Niagarawatervallen gingen. (lacht) Gewoon omdat er op een bepaald moment naar gerefereerd werd in de tekst, maar dat is nog gewijzigd.”

enola: Ondanks die futuristische, sci-fikanten, klinkt de plaat toch organisch.
Lindsay: “Dat hangt ervan af wat je daarmee bedoelt. Ik vind dat onze oude platen meer organische tonen en texturen hadden, met zeeschelpen en glitchy elektronica gemengd met organische percussie. Op Turbines was vooral onze manier van werken natuurlijker, denk ik.”
enola: Dat bedoel ik: je hoort dat er een band speelt.
Lindsay: “Ja! Deze keer zijn we begonnen door samen te (fluistert het bijna) jammen. Dat hadden we voordien nog nooit gedaan. (lachje) Enfin, Becky (Jacobs, zangeres, mvs) deed niet mee, die haat het idee alleen al. Maar zo zijn we dus begonnen, met de gitaren die werden bovengehaald en het samenspel met een drummer. Dat hadden we ook nog nooit gehad, een drummer. Dus ja, ’het was bandachtiger dan we ooit zijn geweest.”
“Eigenlijk was ik van plan om alle opnames mee te nemen, en ze opnieuw te mixen voor de plaat, maar uiteindelijk leek dat niet echt nodig. Het klonk ook zo vol genoeg, dat het bijna zonde leek. Al blijft het een aantrekkelijk idee om het toch nog te doen, als een soort alternatieve versie van de plaat. Er zitten immers veel lagen in. Elk nummer heeft wel zeven melodieën of zo, dat blijkt als je het terugbrengt tot enkel de elektronica en de percussie en de beats. Turbines is nu een geweldige plaat, maar we hadden met hetzelfde materiaal ook een heel andere, even boeiende, versie kunnen maken. Is dat eigenlijk ooit al gebeurd, dat een band zijn plaat herwerkt?”
enola: Dat noemt men meestal een remixalbum, dat wordt uitbesteed aan vrienden en bekende knoppendraaiers.
Lindsay: “Oké, dat wel. We hebben wel wat remixes besteld, en ik ben benieuwd wat die opleveren. Weet je dat we ooit het idee hadden om onze hele eerste plaat opnieuw op te nemen in een metalkleedje? Gewoon om te lachen, als een bisnummer. Het maakt uiteindelijk niet zoveel uit, mensen kopen toch geen platen meer. Maar deze nieuwe betekent wel degelijk veel voor de band, aangezien ze er zoveel aan hebben bijgedragen. Het leverde ook wat meer discussies op bij het mixen en opstellen van de teksten. Ik mocht dan wel zoals gewoonlijk de productie doen, het was de eerste keer dat ik ook rekening moest houden met de mening van de anderen.”

enola: Was het moeilijk om die controle los te laten?
Lindsay: (denkt na) “Neen. Het was eigenlijk verfrissend. Los van een plaat die ik in IJsland opnam, was dit de eerste keer dat ik een plaat maakte buiten onze gewoonlijke studio in een Londense kelder, waar ik over al mijn gereedschap beschikte. Het was fijn om naar een plek te trekken waar het er anders aan toeging, en de rest van de band ook aanwezig was,… Maar ik had nog altijd het stuur in handen hoor. (lachje) Er was een verstandhouding dat ik de knoppen bediende, maar tegelijk was het fijn om me eens open te stellen voor die mensen met wie ik nu toch al sinds 2005 een band vorm. Al was het maar omdat we allemaal een andere muzikale achtergrond hebben, zodat je veel verschillende visies had op de boel.”

enola: Hoe is de dynamiek van de band veranderd nu jullie met een drummer spelen?
Lindsay: “Het werd vooral luider. (lacht) Simon is best een goede drummer voor ons; hij speelt graag klokvast in de maat met een clicktrack. We wilden een soort van seventies-drumsound bereiken, dus ik heb zijn cimbalen tijdens de opnames wel een paar keer verstopt. Geen idee of we daarin geslaagd zijn. Ik heb graag wat meer percussie. Daarnaast staan er best wel wat nummers op de plaat waarop bijna een klassieke poprockdrum te horen is; doodnormaal voor ongeveer elke band die je kent, maar niet voor ons.”

enola: Ik vind dat Tunng stukje bij beetje van nachtband een groep is geworden die je ook overdag kunt opzetten.
Lindsay: “Ja. Of nog beter: een postpartyband, die je opzet als je terug thuis bent, eenmaal het voorzichtig begint te ochtendgloren. Het is een vreemde evolutie, ja. Als je Mother’s Daughter And Other Songs, onze eerste, naast Turbines legt, lijken ze wel door twee verschillende bands opgenomen, maar als je al onze platen in chronologische volgorde oplegt — wat ik recent eens gedaan heb — dan voel je de verschuiving. Ik vermoed dat het veel te maken heeft met onze optredens. Zelfs in het begin waren onze concerten een pak steviger, met veel plezier. Dat heeft zijn weg gevonden naar onze platen. Zeker … And Then We Saw Land, onze vorige plaat, was een puur pretpark. Turbines is opnieuw wat donkerder. Gezelliger zou ik zelfs durven zeggen. Een kameraad van me deed er lang over om me te laten weten wat hij van de plaat vond, maar toen hij het eindelijk wist, vertelde hij me dat onze vorige albums hem altijd deden denken aan de geilheid voor seks, en deze aan de ontspanning nadien. (lacht) Ik vond dat wel een fijn idee.”
enola: Ik heb nooit seks in Tunng gehoord…
Lindsay: “Ik ook niet! Ik ga ervan uit dat die maat op een andere manier naar muziek luistert dan wij.” (schatert)

enola: Turbines is jullie vijfde plaat alweer. Is het moeilijk om uit de herkenbare Tunng-sound te breken als je aan het schrijven bent?
Lindsay: “Dat is niet gemakkelijk, neen. We zijn Tunng, ik ben wie ik ben; het neigt altijd naar dezelfde texturen en geluiden. De enige manier waarop we daar misschien uit kunnen stappen, is door een plaat op te nemen onder een andere naam. Dat mogen dezelfde muzikanten zijn, ja. Ik speel zelfs met het idee om opnieuw een plaat met Sam op te nemen, in 2015 als ons debuut tien jaar oud is, maar ik zal het niet onder de naam Tunng doen.”
enola: Was het vertrek van Sam nodig om Tunng een echte band te laten worden?
Lindsay: “Ja en neen. Tunng was absoluut al een band: we hadden jaren samen getourd, op elkaars lip geleefd, opgetreden,… Maar het is waar; doordat hij uit de band stapte, kwam er ruimte voor de anderen om meer bij te dragen aan het schrijfproces.”

enola: Tot slot: op … And Then We Saw Land hoorden we Becky meer naar de voorgrond treden. Ze lijkt opnieuw een stap terug te hebben gezet op Turbines?
Lindsay: “Oh, maar ze is heel erg aanwezig hoor. Dat ze minder het voortouw neemt met haar zang, komt omdat ze in het begin een paar sessies heeft gemist. Dus hebben we Ashley dan maar laten zingen; hij heeft een erg coole tovenaarachtige stem. We hebben meer gewerkt met de samenzang tussen ons drie. Zelf heb ik ook meer vertrouwen gekregen als zanger, nu ik in IJsland zelf een plaat gemaakt heb als Cheek Mountain Thief. Eigenlijk was dat bedoeld als een klein project waar ik een paar maand aan werkte, maar uiteindelijk speelde er heel wat volk uit mijn dorpje daar mee, een voltallig koor, en nog wat volk uit Reykjavik. Dat is immers het bijzondere aan dat land: de muziekscene is er heel erg groot en beangstigend goed. Het deed me beseffen dat je niet altijd een grote studio nodig hebt, maar dat je elkaar gewoon kunt helpen zonder dat het uitmaakt waar je precies bent. Zolang je maar ideeën deelt.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =