Han Bennink & Uri Caine :: Sonic Boom

Met een dominante clown als Han Bennink in huis heb je eigenlijk twee keuzes: je omringt hem met een hoop volk dat wat tegengewicht kan bieden voor al die lawaaierige gekte, of je koppelt hem aan een artiest die hem stap voor stap tegemoet kan treden en al net zo’n gulzige eclecticus is. Uri Caine vervult die rol met verve, waardoor Sonic Boom een exuberante lap spelplezier is met veel variatie, een krachtige dynamiek én toch een relatief lage drempel. Al zijn er als vanouds ook genoeg oneffenheden om over te struikelen.

Met Bennink heeft Caine natuurlijk ook gemeen dat hij een man van vele stijlen is. Hij is dan wel klassiek geschoold en bedreven in die tak, met een aantal albums waarop hij zich vergreep aan het oeuvre van o.m. Beethoven, Bach, Mozart en Mahler op de teller, maar hij verenigt die insteek net zo goed met die van Art Tatum, Bud Powell, Jaki Byard, James Booker of Rubén González. Caine duikt in de rhythm & blues, ragtime en funk, rotzooit met cerebrale pleziertjes en vrijt met kitsch, en dat alles met een soms verbluffende virtuositeit. Een heel andere aanpak dan die van de autodidact Bennink, maar al net zo excentriek.

Vanaf opener “Sonic Boom” wordt het duidelijk dat dit geen doorsnee duo is. Bennink soleert er meteen op los. Geen idee waarop hij precies klopt, maar het zijn niet zomaar de vellen. Net zoals hij soms niet meer nodig heeft dan een snare drum (in het Eric Boeren 4tet), zo kan hij soms ook een half concert drummen zonder z’n drumstel ook maar even op een normale manier te gebruiken. Caine’s insteek is al net zo fris en ongedurig, een melange van insteken en stijlen, die al helemaal ontbolstert in “Grind Of Blue”, met z’n balladeachtige eerste stappen, een hint van meligheid, maar dan ook weer een verschuiving van het meer contemplatieve uiteinde van het spectrum naar het exuberante, als een concertpianist die op de hielen gezeten wordt door een marching band uit New Orleans.

Echt openbarsten doet het album pas in het middenluik. “Hobo” laat het tweetal op z’n best horen: energiek stampend en marcherend met een dartel sprongetje in de pas, nu en dan eens strompelend en struikelend, een danspasje uitvoerend op een vaag bossaritme. Dansmuziek dus, maar dan voor een ongecontroleerde lichaamsoefening. De versie van Monks “‘Round Midnight” die erop volgt, is voorspelbaar onvoorspelbaar, het ene moment bedremmeld pointillistisch in een hoekje, en even later springend tussen hoge en lage uitschieters, van trippelende arpeggio’s naar donderend gebonk. Kers op de taart: “As I Was”; laveren van leep geschuifel en geritsel naar uit z’n voegen barstende vreugde als een slok cola in de neus.

Hier en daar gaat het er wat hoekiger en grilliger aan toe, zoals in “Furious Urious” met z’n korte spurtjes en abrupt gespetter, maar het komt altijd op z’n pootjes – of in dit geval: in een onweerstaanbaar, krom heupwiegende dans – terecht. En zo kletst, ratelt, fleemt en epateert het duo zich een kleine vijftig minuten door een wereld die op losse schroeven staat, maar toch nergens z’n kinderlijke spontaniteit en onnozele goedgeluimdheid verliest. Het duurt tot in “Lockdown” voor Bennink die stokjes in z’n mond stopt, maar voor de rest is dit zoals je ‘m kent. En Caine is de uitgelezen sparringpartner. Het geheel is misschien niet echt meer dan de optelsom van de afzonderlijke delen, maar dat zou bij deze twee kleppers dan ook uitmonden in een ontvlambare cocktail die een ravage zou kunnen aanrichten. Caine en Bennink, a match made in heaven. Vooral als je hemel een circus is.

Caine en Bennink spelen op 26/9 in de Handelsbeurs (Gent). De dag erna verplaatst het feestje zich naar De Roma (Borgerhout).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =