Mark Kozelek & Desertshore :: Mark Kozelek & Desertshore

Desertshore debuteerde als een instrumentale band met o.a. Phil Carney (gitarist bij het door Kozelek opgedoekte Red House Painters). Op dit nieuwe, titelloze album, net zoals op een deel van voorganger Drawing of Threes speelt Mark Kozelek (tegenwoordig van Sun Kil Moon) uitstekend basgitaar en heeft hij alle nummers van tekst en melodie voorzien. Dat is maar goed ook: het resultaat is een van Kozeleks meest gevarieerde platen in jaren.

Mark Kozelek is productief de laatste tijd. Zo bracht hij dit jaar, onder andere, een elektronische (!) samenwerking met Jimmy LaValle van The Album Leaf. Leken op dat album sommige nummers nog iets teveel op elkaar, van monotonie is hier geen sprake. Zo heeft gelukzalige opener “Mariette” een satijnzacht refrein met een sprankelende gitaar en verdient de piano-outro van Chris Connolly een gouden lijst. “You Are Not of My Blood” drijft op het tempo van Red House Painters klassieker “Katy Song”, een dreigend, desolaat niemandsland. “Don’t Ask About My Husband” herinnerde ons met zijn als door Morrissey haastig gezongen strofes en Johnny Marr-gitaren dan weer aan het beste van The Smiths.

Zoals gewoonlijk bij Kozelek zijn de beste nummers die waarop hij het achterste van zijn tong laat zien, zoals op de afsluitende pianoballade “Brothers”. Het nummer is een aangrijpende ode aan zijn ouder wordende vader die één voor één zijn broers ziet sterven terwijl Kozelek zelf, met een messcherpe falset op de achtergrond, vooruitkijkt naar het onvermijdelijke: “And my dad/He’s still around/And I’ll miss him like hell”. Het nummer eindigt abrupt en wij werden er stil van.

Ook over “Sometimes I can’t stop”, nog zo’n naar Red House Painters knipogende sleper, hangt de donkere schaduw van de dood. Het nummer herdenkt, onder andere, de plotse dood van Jason Molina wat Kozelek in het refrein, hulpeloos en verslagen als volgt samenvat: “Another dead and gone”. Zijn falset klinkt eenzaam en hulpeloos, alsof hij op de bodem van een diepe waterbron vastzit. De vorig jaar overleden Tim Mooney, Sun Kil Moon en American Music Club drummer, wordt dan weer herdacht in “Tavoris Cloud”, ondertussen één van vele Kozeleks nummers met de naam van een bokser als titel. Nergens echter slaagt Kozelek erin om zijn verlies precies onder woorden te brengen, maar laat dat nu net het punt zijn.

”Livingstone Bramble”, een andere bokser, is een luchtige tegenhanger van het even slepende, maar tragische “Salvador Sanchez” uit Sun Kil Moons onverwoestbare meesterwerk Ghost Of The Great Highway. De gitaren schuren, knarsen en kraken als Crazy Horse op zijn humeurigst terwijl Kozelek in het refrein tijdens een slapeloze nacht een mentale strijd aangaat met andere bekende gitaristen: “I can play like Fripp or Johnny Marr/And I can play circles ‘round Jay Farrar” en besluit: “I hate Nels Cline”. Achter hem kermt Carney’s gitaar als die van Cline tijdens Wilco’s A Ghost Is Born. Absurd, maar hilarisch.

Een overkoepelend thema is er dan ook niet op dit album, vaak zelfs niet binnen één nummer, of het moet zijn dat het leven onsamenhangend en willekeurig is en dat de tijd onherroepelijk voorbijgaat. Je zou de dagboekteksten, die niet altijd even gemakkelijk op de muziek passen (zoals op “Hey You Bastards I’m Still Here”), ongeïnspireerd of lui kunnen noemen. En toch: zijn teksten, deze keer voorzien van enkele directe en bloedmooie melodieën, slaan bruggen tussen tijd, plaats, doden, levenden, familiegeschiedenis, (verloren) liefdes, vrienden en boksers. Het zijn dingen die niets met elkaar gemeen hebben behalve dat ze elkaar achteloos op dit album ontmoeten.

Kozeleks insulaire verhalen zonder rode draad, ontknoping of catharsis worden steeds prominenter (zie ook al Sun Kil Moons “Glenn Tipton” of “Lucky Man”). Hoe frustrerend een deel van zijn publiek dat ook mag vinden, wij vinden het vooral doorbloed en levensecht. De loner Kozelek observeert, ondergaat en beschrijft het leven rondom hem en besluit dat hij het ook allemaal niet weet: “At the age of 46, I’m still one fucked up little kid”, zo zingt hij met een ruwe stem in “Tavoris Cloud”. Om het met de woorden van een van zijn helden te zeggen: Long may you run.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 6 =