DOUR 2013: Watsky :: zondag 21 juli, Boombox

Zes jaar lang speelde George Watsky voor publieken van soms maar een tiental mensen in de Verenigde Staten, maar sinds kort wordt zijn poëtische hiphop breder opgepikt waardoor hij ook langs Dour mocht komen voor een optreden in de Boombox.

“I don’t care if there’s twelve people or twelve thousand at my show” laat een duidelijk dankbare Watsky vallen aan het einde van zijn set. De paar honderd man die zijn show actief volgt in de snikhete tent zijn al een overwinning voor de Californische jongeman en elke extra fan die hij kan raken met zijn in funky muziek gegoten poëtisch-filosofische beslommeringen over het dagelijkse leven (hier en daar misschien wat stroperig, maar wel steeds oprecht) is een welkome aanwinst. Het is gelukkig ook niet moeilijk om fan te worden, want de man is de sympathie zelve, doet aan spontane en grappige bindteksten, speelt met een bal die door het publiek op het podium wordt gekatapulteerd, en doet in de afsluiter zelfs wat acrobatie door de stellingen op het podium in te kruipen.

Muzikaal ligt Watsky’s territorium zo ergens tussen Aesop Rock (op zijn minst cryptische momenten) en Blackalicious, met funky beats en teksten die in de eerste plaats een positieve attitude voorop plaatsen. Zo bijvoorbeeld “Sloppy Seconds” een liefdeslied dat er zowaar in slaagt betrekkelijk origineel te zijn. Live bloeit de poppy track, uit zijn recente tweede album Cardboard Castles, ook helemaal open tot een bescheiden anthem. De stevig spelende backing band zit daar ongetwijfeld voor iets tussen, met een drummer die vooral erg goed kan doorrammen en zo elk nummer tot een powertrack maakt. Beste muzikant in de band is de gitarist die aan het begin van “Tiny Glowing Screens, Pt. 2” komt aanzetten met een bijzonder smaakvolle solo (die dan weliswaar ietwat de vernieling wordt ingespeeld door de dominante drummer).

Maar de echte ster van de show is natuurlik Watsky zelf, een punt waar zelfs Kate Nash (die enkele uren later een, naar we horen schabouwelijke, show speelde in de Jupiler X Marquee) niets aan kan veranderen wanneer ze het catchy “Hey Asshole” komt meezingen. Absoluut hoogtepunt van de show was “Tiny Glowing Screens, Pt. 2” waarin hij met absoluut minimale muzikale begeleiding een gedicht voordraagt over de nietigheid van de mens, met zulke mooie gedachten als (we parafraseren): “de smog in Los Angeles is er enkel zodat we het universum niet zouden kunnen zien, want anders zouden we ons klein en nietig voelen en zeker niet meer in een McDonald’s reclame willen spelen. En waar zouden we dan staan?”

Een bijzonder aangename ontdekking dus, die Watsky. Hoewel het festival zichzelf qua hiphopline-up dit jaar overtrof met talrijke legendes, waarvan sommige ook effectief uitstekende shows gaven (IAM, Apollo Brown & Guilty Simpson, Jurassic 5, Oddisee) werd de meest sympathieke hiphopshow gegeven door dit jong aanstormend talent uit Californië. Nu nog een iets meer subtiel spelende backing band en het plaatje is helemaal af.

Watsky speelt op 6 november in Trix.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 11 =