Planet Caravan :: 1 + 2 juni 2013, Trix

Sitargetokkel! Vervormde stemmen! Freakfolk! En dat was dan nog maar de muziek die in de bar te horen was. Planet Caravan serveerde ook op het podium een eclectische cocktail van all things psychedelic, en bewees dat die vlag heel wat ladingen te dekken had. Op een affiche die twee avonden vulde was er dan ook voor iedereen wat te trippen.

“Only Sir Alan Bishop is allowed to smoke on stage”. Nuja, iemand met zo’n staat van dienst, die gun je al eens iets. Met zijn groep Sun City Girls releaste Bishop op 30 jaar een enorme catalogus aan materiaal die alle uithoeken van het muzikale universum verkende. Een meer dan passende opener van dit festival, met andere woorden. Bishop zette zich op een stoel op het kleine podium in de bar en werkte zich, enkel gewapend met een akoestische gitaar, door een ‘traditionele’ akoestische singer-songwriterset waar vooral de teksten op de voorgrond kwamen. Zo maakten we onder andere kennis met “The Boy With The Cantalope Brain”, wiens hoofd nogal eens explodeerde. Bishops stem is doordrongen van de sigaretten die hij op het podium mag roken, maar heeft een verrassend groot bereik: dat komt een aantal keer mooi tot zijn recht in een nummer in het, euh, Thais? Maar het is vooral een knap “Wanted Man” dat Bishop tandenknarsend en met nauwelijks ingehouden woede declameert dat blijft hangen. Fijne, ietwat atypische opener van dit festival, al was het maar omdat je niet elke dag met zoveel liefde wordt uitgescholden voor rotte vis. Bedankt, Sir Alan.

Niet atypisch, maar ronduit vreemd zijn de snuiters van Master Musicians Of Bukkake, die aantraden in hun bedoeïenenpakjes (behalve de zanger, die was verkleed als Japans hert) en hun intussen bekende mengelmoes van oriëntaalse muziek en dronerock met een dikke mystieke saus serveerden. MMOB opende sterk met een sfeervol en tegelijkertijd stevig openingskwartier, om daarna wat toegankelijker paden te bewandelen (we konden zelfs bij de zang échte woorden ontwaren). Wanneer Alan Bishop even de microfoon overneemt, wanen we ons zelfs even in een kierewiete tripdisco die ons meer aan Talking Heads dan aan Master Musicians doet denken, wat toch wel héél vreemd aanvoelde. Daarna daalt godzijdank de duisternis terug over de club, en belanden we weer in de dreigende, pompende ethno-drone waar Master Musicians Of Bukkake om bekend is. Het was te snel afgelopen om het publiek helemaal over de streep te trekken (het mindere middenstuk zat daar ook wel voor iets tussen), maar we zien deze mafkezen nog steeds graag.

Het optreden waar wij het meest naar uitkijken, was dat van Wolf People. Hun laatste plaat Fain was een schot in de roos; we waren dus zeker benieuwd naar wat deze Engelsmannen op een podium zouden doen. Maar al meteen vanaf openingsnummer en single “All Returns” dat zich met een kleine, huppelende jam aankondigde, maar al snel in de drive van het nummer zelf settelde. Ook de andere nummers (er werd gekozen voor een evenwicht tussen oud en nieuw materiaal) bleven vrij trouw aan hun originele uitvoeringen. Door de afwezigheid van vooral de gelaagde harmonieën boette het materiaal wel wat in aan folkiness, toch één van de handelsmerken van Wolf People, maar dit werd ruimschoots gecompenseerd door een stevige bluesinjectie, wat dan weer een nieuw aspect van de band aan het licht bracht. Zo kreeg het instrumentale einde van “When The Fire Is Dead In The Grate” een onverwacht swingend kantje en wisselde “Tiny Circle” (zonder dwarsfluit) de Jethro Tull-springerigheid in voor dikke, stroperige Cream-riffs. Sluitstukken van dit optreden waren ongetwijfeld de knappe gitaarpartijen van Joe Hollick en zanger Jack Sharp’s jonge eiken stem. Een knap optreden dus van deze jonge Britten, die het publiek ook moeiteloos op hun hand kregen.

Headliner van deze avond was het pseudo-enigma van Uncle Acid And The Deadbeats, een psychedelisch bluesrockkwartet dat zijn identiteit in een waas van mysterie hult. Nu, verwacht op dat vlak geen grote verrassingen (geen Dave Grohl op drums ofzo), dus eigenlijk zijn we niet helemaal mee waar al dat gedoe voor nodig is, en vinden we dat hele mysterieuze gedoe bijna even belachelijk als de naam van de band zelf. Dit gezegd zijnde moeten we wel erkennen dat dit muzikaal allemaal best stevig in elkaar steekt, en de no-nonsense, rechttoe-rechtaan-aanpak ondertussen al heel wat zieltjes gewonnen heeft. Op het podium van Trix wordt dit eens te meer duidelijk door het hoge spelniveau van de hele band, met ‘Uncle Acid’ (dat-ie zo wil genoemd worden, dat is zìjn probleem) op kop, wanneer hij de ene strakke solo na de andere knappe riff uit zijn gitaar schudt. Want het zijn vooral de zwaardere nummers, die het van het betere slepende gitaarwerk moeten hebben, die bijblijven, zoals “Death’s Door” of “Desert Ceremony”. Wanneer het tempo echter de hoogte in gaat, verzandt de machine al te vaak in monotoon gedreun, en zijn de nummers min of meer onderling inwisselbaar. Toch kunnen we nog een paar memorabele momenten meepikken, zoals het lekker swingende “I’m Here To Kill You”, en vooral “Vampire Circus” van op de allereerste EP dat de avond als een bulderende stoomtrein afsluit. We zullen wel nooit helemaal mee zijn met Uncle Acid And The Deadbeats, maar om van een teleurstelling te spreken zouden deze Britten ons toch wat saaiere kost kunnen serveren hebben.

Op de tweede dag van Planet Caravan kwamen we net één pintje te laat aan voor het begin van de set van Ignatz, het soloproject van de Brusselse striptekenaar Bram Devens. Maar de hyperintimistische, zweverige folk van Devens moet weinig moeite doen om ons mee te slepen in de repetitieve gitaarconstructies en iele, onverstaanbare vocalen die subtiel in je hoofd kruipen. Ook de zwoele freefolk van Head Of Wantastiquet, het project van de in België wonende Amerikaan Paul LaBreqcue. Het trio vult het kleine podium van de bar moeiteloos met brede, hypnotiserende woestijnlandschappen met de constante dreiging van feedbackonweer die uit de versterkers sijpelt. Het gitaargeluid van LaBrecque wordt aangevuld door een warm basgeluid en verrassend stevige drums die een solide, basis geven en het geheel soms een vaag rootsrockerig randje bezorgen. Alleen de nogal vreemde cover van “Heroes” van Bowie doet wenkbrauwen fronsen, maar houdt zich nog net overeind.

Na deze eerste twee sfeervolle, maar wel heel chilled out optredens, hebben we dringend nood aan een stevige adrenaline-injectie. Die krijgen we in de vorm van het Zweedse trio Asteroid. De stevige seventiesrock van de heren kan je nog het best vergelijken met een kruisbestuiving van de psychedelische stoner van Colour Haze en de meer no-nonsense-aanpak van landgenoten Graveyard. Op plaat kon Asteroid ons tot nog toe niet helemaal overtuigen, maar live tekenden de heren wel present. Aftrappen werd er gedaan met het pseudo-akoestische “Water”, gevolgd door het stevig uit de trappers schietende “Lady”. De rest van het optreden vliegen we op onze space hopper tussen de zwierende riffs, zwabberende solo’s met een overdosis wah-wah en knap gezongen dubbele vocalen. Vooral bassist Johannes Nilsson blijkt opvallend goed bij stem te zijn, en beter te zingen dan op plaat. We ontwaren nog sterke uitvoeringen van “Move A Mountain” van de nieuwe, gelijknamige EP, “Sim-Sala-Bim” en afsluiter “Fire”. Asteroid bewijst met deze zeer fijne show dat ze een heel sterke livegroep is, nu alleen die plaat nog.

In de bar wacht Condor Gruppe inmiddels voor een tweede thuismatch na de allereerste passage in Trix tijdens We Are Open waar ze hun debuutconcert gaven. Nu heeft dit Antwerps kwintet al een paar optredens meer onder de gordel, en dat is er aan te horen. We noemden Condor Gruppe in het verleden eens de kleinkinderen van The Shadows, maar moeten nu tot grote vreugde vaststellen dat dit etiket inmiddels overstegen is. De band heeft een geheel eigen sound gecreëerd, waar Surf nog steeds een zeer grote component van is, maar die een zwoeler, meer kosmisch karakter heeft. We horen gekscherend de term ‘Swamp demon surf’ vallen, en vinden dit niet eens zo’n slechte vergelijking. Muzikaal vertaalt dit zich in een stevige ritmesectie, knap samenspel van beide gitaren die bij wijlen een griezelig accurate Ennio Morricone-tandem opzetten, gelardeerd met de synths en andere effecten uit de valies van Kris Delacourt. Dat resulteert in een paar beklijvende momenten, zoals dat van een solo van Milan Warmoeskerken, de stompende drumintro van “Bismantova” en een paar knappe synthpartijen. Hoogtepunten zijn het mysterieuze “Vocazione”, single “Ondt Blood” die vandaag wordt voorgesteld en slotnummer “Nicolai”. Antwerpen heeft er weer een topband bij, daar zijn we nu ondertussen wel zeker van.

Langzaam maar zeker slepen we ons naar het einde van deze Planet Caravan, maar niet voordat Om de kosmische deur achter zich komt dichtrekken. Het duo Cisneros / Amos heeft sinds kort officieel versterking gekregen van versgebakken derde groepslid Robert A.A. Lowe (beter bekend onder zijn alias Lichens) die gitaar, effecten, toetsen en acrobatisch tamboerijnslingeren voor zijn rekening neemt. Om is dan ook al lang niet meer de viscerale oerkracht die het ooit was toen Chris Hakius nog achter de vellen zat. Nu is de rust neergedaald over de band, en wordt er resoluut gekozen voor meditatie en contemplatie. Het optreden heeft dus meer iets weg van een transcendentale ervaring, met lange, bespiegelende composities als “Sinai” en “Meditation Is The Practice Of Death”. Wanneer er dan toch op het gaspedaal getrapt wordt, zoals in “State Of Non-Return”, is het vooral Cisneros’ bas die een hoofdrol opeist en ons middenrif een paar keer stevig doet vibreren. Oud materiaal wordt er nauwelijks gespeeld, tot helemaal op het einde “Bhima’s Theme” een volledige make-over krijgt met een compleet uitgepuurd, intimistisch begin, dat langzaam maar zeker opbouwt naar een donderende finale. Een schitterend einde van een meer dan puik optreden. Indrukwekkend.

Op het begin van dag één verwelkomde Sir Alan Bishop ons op de 35ste editie van Planet Caravan. Zo ver zijn we nog niet, maar als het niveau van deze eerste editie kan aangehouden worden, mogen er van ons zeker nog zoveel komen. Mijn waterpijp staat alvast weer te blinken!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + achttien =