Atelier Vera Vermeersch: Tapijtkunst voor wand en vloer :: Cultureel Centrum Hasselt

Eeuwenlang was Vlaanderen een baken van tapijtweefkunst. Vlaamse manufacturen produceerden talloze werken die we nu terugvinden in bekende musea. De twintigste eeuw zorgde voor een trendbreuk en in de jaren tachtig leek deze kunsttak verleden tijd. Het Cultureel Centrum Hasselt biedt een forum aan één van de laatste beoefenaars.

Bij het binnengaan van de exporuimte op de benedenverdieping is er niet onmiddellijk veel indicatie over de bijzondere wereld die zich daar opent. Onvermijdelijk doemt een groot tapijt op van de hand van de Limburgse kunstenaar Koen Vanmechelen, ”Tabula Rasa”. Niet moeilijk om te herkennen van wiens hand het zou kunnen zijn: een opgezette haan voor het object en de typische rode bloedkleur op het object van een gigantische grootte verraden de hand van de bekende kippenkunstenaar. Of toch niet? Inderdaad, het wandtapijt blijkt eigenlijk enkel maar op basis van zijn instructies en met wat medewerking van zijn kant vervaardigd te zijn, de eigenlijke persoon die er bijzonder veel tijd ingestoken heeft om het af te werken, is Vera Vermeersch. Het wandtapijt dient als blikvanger en er zijn zelfs kleine plaquettes van te verkrijgen.

De naam Vera Vermeersch doet bij de echte kunstliefhebber ongetwijfeld een belletje rinkelen, maar dan in de eerste plaats door associatie. Inderdaad, zij is de dochter van de bekende kunstenaar José Vermeersch (1922-1997) wiens bronzen en plastic sculpturen een uithangbord vormden voor deze kunstvorm in Vlaanderen. En ze is de zus van Rik Vermeersch, een andere beeldend kunstenaar. Maar Vera Vermeersch als dusdanig catalogeren is haar onrecht aandoen, want zij is meester gebleken over haar eigen reputatie sinds ze eind jaren tachtig haar eigen atelier stichtte.

De ontdekking daarvan gebeurt echter pas als men zich naar het hart van de tentoonstelling begeeft nadat men zich langs een aantal nauwelijks verwante wandtapijten gewurmd heeft. Een dvd samengebracht door Design Vlaanderen geeft gestandaardiseerde uitleg over de kunstenares. Net op het moment dat in Vlaanderen de nobele wandtapijtkunst helemaal leek te verdwijnen en er een einde zou komen aan eeuwen expertise, opende zij haar atelier, maar de tapijtkunst bestond bij haar niet uit het weven van tapijten maar uit het tuften van tapijten. Een tuftmachine duwt bollen garen in een ophangend wanddoek waarna men ze aan de achterkant kan egaliseren. Op deze manier spaart men vele uren werk uit en kan men ook moderne kleurencombinaties inbrengen. De kunstenares en haar atelier werken bestaande schilderwerken op doek en in groter formaat uit tot volwaardige tapijten.

Pas na het bekijken van de dvd wordt duidelijk wat het concept is van de tentoonstelling. Helemaal achteraan in de zaal kom je een klein tableautje van Roger Raveel tegen: Raveel zelf met de pet op en met een rood gezicht, tegen een gele achtergrond en met een blauwe vrouw half in beeld. En aan het andere eind van de zaal staat het hierop gebaseerde monumentale wandtapijt.

Van Pjeroo Roobjee hangt er een klein schilderijtje “Landschap met iets dat je eraan herinnert Belg te zijn“, aan de bovenkant een prikkeldraad van links naar rechts, wat Belgische vlaggen her en der en dan een aantal vormeloze lichamen die slachtoffer werden van de prikkeldraad. Vijftien meter verderop hangt het wandtapijt, zes keer groter. Of een schilderij van Fred Bervoets “Fanfare geel rood” met vier havenloze grijze figuren met veel te lange armen en enkele instrumenten in de handen. En een paar hoeken verder het corresponderende wandtapijt.

Ook vader José en broer Rik mogen niet ontbreken, evenmin als goede kennis Raoul De Keyser. Het vakmanschap van de kunstenares spat zo van de doeken, het kleurenspel is fascinerend, tot in de kleinste hoekjes is de afwerking verzorgd. Maar het is aan de bezoeker zelf om in de zaal op zoek te gaan naar de relaties want op geen enkele plaats staan voorbeeld en corresponderend wandtapijt naast elkaar. Het is een hele zoektocht door de ruimte om alles aan elkaar te kunnen koppelen.

Vermoedelijk maakt deze zoektocht deel uit van het samenspel tussen samensteller en bezoeker, maar een origineel van Raveel of van De Keyser weghangen in een donker hoekje heeft zo zijn eigen risico’s. Gelukkig is er het kleurenspektakel van de wandtapijten dat veel goed maakt. Als de eindbedoeling was om de bezoekers ervan te overtuigen dat wandtapijtkunst anno 2013 nog bestaat in Vlaanderen, dan is het opzet geslaagd. Deze tentoonstelling werd daarvoor immers ook al opgezet in Oudenaarde, herkomststad van de kunstenares, en in Gent. Maar de kritische noot is natuurlijk wel dat het vechten om te overleven is, gezien het vereiste vakmanschap en de arbeidskosten eraan verbonden, gecombineerd met het feit dat tuftapijten niet echt meer het equivalent zijn van wat we thans in bijvoorbeeld het Louvre of het PSK zien hangen als uitingen van een kunsttak waar de Vlaming eeuwen aan een stuk bekendheid mee verwierf in de hele toenmalige wereld.

Nog tot 20 april in Cultureel Centrum Hasselt. Dinsdag tot en met vrijdag van 10 uur tot 17 uur, zaterdag en zondag van 13 uur tot 17 uur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + zeventien =