PUKKELPOP 2012 :: Foo Fighters: zaterdag 18 augustus, Main Stage

Onnodig te zeggen dat de passage van de Foo Fighters doorheen de Hasseltse velden een van de meeste geanticipeerde momenten van deze editie was. Vorig jaar al waren er hordes en hordes fans die louter omwille van Dave en co. afzakten naar Pukkelpop — en zoals bekend — van een kale reis terugkeerden, hoewel de meesten ongetwijfeld blij waren nog in één stuk te zijn. Een jaar is lang, zelfs voor een rockgod als Dave Grohl. Een mens vraagt zich af waar de man aan denkt als hij zich — opnieuw op 18 augustus — richting Kiewit laat voeren.

Prompt op tijd schoppen de heren Foo het spel in gang met opener “White Limo” ( Yes! We hadden het voorspeld!). Qua stembanden smeren kan dit tellen, en de weide explodeert min of meer. Het is moeilijk om niet meegesleurd te worden in het wij-gevoel dat deze gasten in zowat drie vierde van een seconde weten te scheppen. Tachtigduizend halfnaakte lijven die op en neer pogoën — het moet nogal een zicht zijn vanuit die luchtballonnen die vredig langsdrijven.

De kop is eraf, en klepper na klepper blaast vervolgens door de P.A., telkens woordelijk meegezongen/-gebruld door het equivalent van de bevolking van Liechtenstein. Bij “Rope”, doorspekt met goed getimede breaks en snelle ritmeveranderingen, kunnen we niet anders dan in volle bewondering staan voor de strakke nonchalance waarmee deze bende van ondertussen middelbare leeftijd voor de dag komt. Als je er dan nog eens in slaagt om, achttien jaar en vijfentwintig tattoos later, even fris en spontaan te klinken als op de scheppingsdag… “Dit was mijn eerste festival ooit, éénentwintig jaar geleden, op de middag”, vertelt Dave. “Er stond hier tweehonderd man en ze waren stuk voor stuk dronken.” Wie denkt er niet aan de betreurde Nirvana-frontman als “My Hero” uit tachtigduizend kelen klinkt?

Een heerlijk extraatje krijgen we in de vorm van Sugar-zanger Bob Mould, idool en semi-vaderfiguur van Dave Grohl, die — net als op de plaat — komt meezingen op “Dear Rosemary”. We hadden het ergens wel gehoopt en vermoed, aangezien de man diezelfde dag zijn volledige Copper Blue mocht brengen in de Marquee. Als toetje mag meneer Mould nog meefeesten met “Learn To Fly”, dat zeker te horen is tot over de grens, alvorens met zijn blauwe Strat in de coulissen te verdwijnen.

Wasting Light, uit 2011, is nadrukkelijk aanwezig op de setlist met maar liefst zes nummers. Daarvoor keerde ook oudgediende Pat Smear terug als ritmegitarist, in harmonieuze samenwerking met zijn tijdelijke vervanger Shiflett die aan boord bleef. De drie gitaristen blijven echter op miraculeuze wijze uit elkaars vaarwater, en elk lijkt goed te weten wat zijn terrein is. Te midden van al dat gitaargeweld steelt drummer Taylor Hawkins overigens geheel ongewild de show, met zijn seffens-nog-een-potje-basketten uiterlijk, nooit te lange drumsolootjes en lang niet slechte stem. Hij mag er zelfs eentje zingen van de opperFoo: “Cold Days In The Sun”.

Een eerste hoogtepunt komt er met “Walk”: emotioneel, maar niet kleffig, en massaal gesmaakt door de intussen dolle weide. Crowdsurfen en tegelijk zingen: een showman mag Grohl zich ondertussen met recht en reden noemen. Het publiek eet uit zijn ferm getatoeëerde hand als hij fluks over de scène huppelt, zijn trademark Pelham Blue Gibson ingewisseld voor een draadloze Explorer. Ook bij de introductie van “These Days” toont de voormalige drummer zich een frontman pur sang : hij slaagt erin het mooie nummer op te dragen aan de slachtoffers van PP 2011, zonder melig te worden. En so what dat het publiek rode hartjesballonnen lost — het mag allemaal. We zijn niet rap gepakt van dit soort Hollywood-shit, maar zingen toch een stuk ingetogener mee: “One of these days/ the clocks will stop/ and time won’t mean a thing” .

Na dit moment van bezinning wordt de massa weer tot leven gepord: “Monkey Wrench”, “Hey Johnny Park” en een voortreffelijke cover van Pink Floyds “In The Flesh”. Nog even meebrullen met “Best Of You” voor de scène zwart wordt. No way dat dit het einde is natuurlijk, en jawel: na een minuut of vijf oorverdovend kabaal verschijnen Grohl en Hawkins, backstage gefilmd, op de schermen. De twee krijgen de wei plat met wat onnozel gefrats — ze zijn niet voor niks dikke maten met de kabouters van Tenacious D. Uiteindelijk krijgen we nog vier bisnummers, met “Everlong” als finaal orgelpunt.

We zouden kunnen gaan mierenneuken en zeggen dat de Foo Fighters eigenlijk een half uur meer beloofd hadden dan de twee uur die ze ons gaven, maar eerlijk gezegd zijn we zelf stikkapot en méér dan tevreden met wat we hier op ons rijkelijk gevulde bord kregen. Niemand lijkt te kunnen verteren dat het écht was; we hebben ze écht gezien en gehoord. Er is geen haast om–– onder het knallen van vuurwerk en op de tonen van Faithless’ “Insomnia” — de weide te verlaten. Wie er was, wéét het: hier hebben we iets beleefd dat je niet elk jaar kan smaken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =