Slim Cessna’s Auto Club :: 8 juni 2012, JOC Wijland (Puurs)

Searching For The Wrong-Eyed Jesus, The Apostle en Jesus Camp. Winter’s Bone en Deliverance ook. En Southern Comfort. De boeken van Harry Crews, Harper Lee en Flannery O’Connor. Het Oude Testament én High Chaparral. Dat is zo’n beetje de setting van Slim Cessna’s Auto Club, een sextet dat elke Vlaamse concertzaal, zelfs die in de schaduw van brouwerij Moortgat, ombouwt tot een krakkemikkige houten kerk waarin de gebrulde ‘Hallelujahs’ niet te stuiten zijn.

In het geschiedenislesje van Slim en de zijnen word je teruggevoerd tot de zeventiende eeuw, toen Roger Williams de ‘First Baptist Church Of America’ oprichtte, en daarmee krijg je al een aardig overzicht, maar ook opener The Marvelous Barrels ging verder terug in de tijd dan de meeste rootsbands dezer dagen. Het eerste waar je aan dacht was the Great Depression, het tweede Deadwood (ook al klopt dat chronologisch niet). Ragtime, country en blues, met barrelhouse piano, banjogerammel, viool en allerhande attributen die erbij gesleept werden, van trompet en trombone tot trommels en komieke bolhoedjes. Zat het aanvankelijk wat rommelig in elkaar, dan ging de mix van theatrale humor en Hee Haw daarna beter werken, zodat je kon spreken van een geinig half uurtje tijdreizen langs Scott Joplin, Jelly Roll Morton, Jimmie Rodgers, Meade Lux Lewis en illegale liquor stores.

Bij vorige passages bewees Slim Cessna’s Auto Club een onvermoeibare livemachine te zijn en ook nu werd er niet geaarzeld om die reputatie kracht bij te zetten. Vanaf “Boom Magalina Hagalina Boom” werd immers koortsig en met religieuze furie gepredikt en gezalfd en het duurde ook maar een paar minuten voor het duo Slim Cessna en Munly Munly zijn weg naar het publiek vond, om van daaruit te zingen, te dansen en dirigeren. Opnieuw kreeg je ook die waanzinnige cocktail over je heen van gesuikerde smartlappen, bezeten hoempapa, uit volle borst gezongen gospel, duistere Southern gothic en gierende countrypunk, vrolijk denderend in “Children Of The Lord”, springerig in “No Doubt About It” en in onvervalste Americana-traditie met “This Is How We Do Things In The Country” (je kan je daar meteen van alles bij voorstellen), “Cranston” en bandklassieker “Americadio”

Er volgde een gulle greep uit de recente(re) albums Cipher (2008) en Unentitled (2011), maar nu en dan dook de band ook dieper z’n verleden in. Niet dat het allemaal zo’n verschil maakt, want de wereld van Slim Cessna is er een van doorgedreven consistentie. Zo werden “Hold My Head” en “Jesus Is In My Body – My Body Has Let Me Down” afgewerkt met eenzelfde onheilspellende intensiteit. Die is voor een groot stuk ook te danken aan de uitstekende, gerodeerde band die de twee frontmannen achter zich hebben staan, met een heftig rockende ritmesectie en een gitarist, Reverend Dwight Pentacost, die de helft van zo’n concert verrassend heftig in de weer is met feedback, clawhammer style banjowerk en een double neck-gitaar met een Maria/Jezus-hologram. Te gek om los te lopen.

De verrassing bij al die carnavaleske gekte, de handopleggingen en het soms homo-erotische acteerwerk van Cessna en Munly, is er af als je ze een paar keer gezien hebt, maar de energie, de strakheid en het vuur van zulke concerten blijven imponeren. Voor een verrassend talrijk opgekomen publiek bewees SCAC nog steeds heer en meester zijn in zijn wereldje, wat nog eens onderstreept werd door een machtige bisronde met fantastische versies van “Do You Know Thee Enemy?” en “He, Roger Williams”. De charme van de roots, de begeestering van heftige religie, de energie van de punk. Er staat voorlopig nog geen maat op deze kanonnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + negentien =