Met Isbells door China: Deel 6 :: 88 hoog in de wolken

We trekken naar het station van Hangzhou. Even loopt het mis: we verspreiden ons over twee taxi’s, maar die rijden naar twee verschillende ingangen van het gigantische station. Julie, onze steun en toeverlaat maar ook de enige in het gezelschap die Chinees spreekt, zit in de andere taxi, en probeert ons via de telefoon uit te leggen dat ze aan de ‘main entrance’ staat. Met de beste wil van de wereld: hier lijkt elke toegang op de ‘main entrance’.

 

Korte paniek, hoe gaan we elkaar hier in godsnaam terug vinden. Het krioelt hier van de mensen. De weg vragen in het Engels of de uitsluitend in Chinees opgestelde wegwijzers ontcijferen is niet echt een optie. We hebben echter geluk: we zien haar uiteindelijk van ver staan, samen met Christophe en vriend/fotograaf/filmer Enzo Cloetens (tevens zanger van de groep Soon), die ook meegereisd is.

In de nagelnieuwe en enorme wachtruimte blijkt dat we nog even tijd hebben voor de trein vertrekt. Een ingeving: wat als we midden in die enorme hal, tussen de wachtende Chinezen, eens een liedje zouden spelen? Gitaren en banjo worden bovengehaald, en we beginnen ‘As Long As It Takes’ te spelen. Verbaasde gezichten. Maar: het eerste couplet is nauwelijks gepasseerd of er staan al een veertigtal nieuwsgierige treinreizigers in een kring rondom ons te filmen. Hier zit iets in … To be continued. Nu eerst naar …

Shanghai. Stadsjungle. Manhattan van het Oosten. Hallucinante mengelmoes van ijzeren torens en glazen wolkenkrabbers. Futuristische stad bij uitstek. Bruisende en explosieve megalopolis in de ban van het geld en de economische expansie. Wat een grandeur. We voelen ons klein, nietig, provinciaal. En zo ongelooflijke bofkonten dat we hier kunnen, mogen ten dans spelen. Ik herinner me dat het fantastische Motek hier enkele jaren geleden kwam concerteren, en dat ik toen dacht: lucky bastards. De zon schijnt fel, maar de hitte is draaglijk.

Het concert van vandaag is een afternoon show. De club: Yu Ying Tang, aan de rand van een prachtig en immens park. Duidelijk een tent waar dagelijks gespeeld, gefeest en gedronken wordt. Het podium en het materiaal zien er versleten uit, maar: alles werkt, en: lekker luide Orange-versterkers staan ter onze beschikking. Ik verwacht eigenlijk nauwelijks volk op dit uur, maar iets voor drie stroomt het volk binnen. Vreemd. Fijn vooral. De club zit bomvol. Naast Chinezen ook verschillende buitenlanders, waaronder enkele Belgische erasmustudenten en expats.

Na vijf opeenvolgende shows, zit de set stevig in de vingers. We freewheelen er doorheen. Er werd ons verteld dat de mensen in deze stad nogal koel en afstandelijk zijn. Het publiek vandaag is inderdaad niet van de luidste, en niet erg participatief, maar tegelijk is het erg lief en aandachtig. Gaetan roept, onverwacht, Julie op het podium, die vandaag geen support speelt omwille van het strakke schema van de club (vanavond staat een Mongoolse band op geprogrameerd, hoe cool is dat!), en vraagt haar een eigen song te spelen. Ze is even van haar melk, maar zet haar song ‘Quiet Night’ (‘Jing Mi De Ye’) in, wij volgen en improviseren. Afgesloten wordt met ‘Erase And Detach’, met Julie op guestvocals en gitaar. Het publiek is verrast, en een hartelijk applaus is ons deel. Einde van de Isbells-matinee.

Een oude universiteitsvriend van mij, Aernout Beke, is ook van de partij. Hij woont al jaren in deze stad, en neemt ons mee op sleeptouw. We dineren in een stemmig ingericht restaurant met specialiteiten uit de provincie Yunan. Allemaal heerlijk, maar zo pikant dat we even de indruk hebben dat onze tongen en verhemelten gewoon wegsmelten. We blussen met sloten groene thee, en vragen extra rijst. Ons gezelschap weet ons te zeggen dat dat eigenlijk als eerder onbeleefd wordt ervaren. Wij willen graag respect tonen voor de lokale etiquette, maar staan bijna letterlijk in brand, dus: hier met die rijst!

Daarna gaat het richting de Bund, de wandelstraat aan de linkeroever van de Huangpu-rivier, met zijn bekende skyline. Megalomane grandeur van de bovenste plank. We nemen de ondergrondse ’cable car’ (pure Chinese kitch in Star Trek-stijl, maar o zo leuk) naar ‘Pudong’, de ‘nieuwe’ stad aan de rechteroever. Mindblowing, dit futuristisch oerwoud dat in amper 10 jaar werd neergepoot, en waarvan verteld wordt dat het een verzakking van de aarde met anderhalve centimeter per jaar zou veroorzaken. Aernout neemt ons mee naar de top van de Jinmao-toren, de 4de hoogste ter wereld. We kijken naar benden en onze benen trillen. Vervolgens naar de Flair-bar in een andere toren, waar we op een terras dat ‘maar’ op de 55ste verdieping ligt een Long Island Iced Tea drinken met zicht op de hele stad, de rivier en de Oriental Pearl TV Tower (bepaald fallisch, die toren). Afsluiten doen we in de poepsjieke ‘Le Bar Rouge’. Niet de plaats die we zelf zouden frequenteren, te elitair en te veel leeghoofdige glamour, maar het uitzicht op de rivier en de oude Engelse pakhuizen maken erg veel goed. We voelen ons euforisch.

Er volgt een dolle taxirit doorheen het nachtelijke Shanghai richting hotel. Aernout lijkt verwikkeld in een hevige discussie met de chauffeur, maar ze lijken maar wat met elkaar te dollen, en die toon is hier de normaalste zaak van de wereld. Nog even een paar spicy brochetten en een bakje kruidige noodles met groenten binnenslaan aan een geïmproviseerd kraampje, een warme hug aan gids par excellence Aernout, en dodo.

Eddy knows. Shanghai, amai.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + 9 =