Peter Evans + Nate Wooley :: Instrumentals vol. 1

In de zomer van 2011 spraken we over High Society, de eerste echte gezamenlijke release van trompettisten Evans en Wooley, nog in termen van “een hoogmis voor klankterroristen”, met een nadruk op de soms stugge, maar altijd intens fysieke muziek die gepresenteerd werd. Wie er toen maar geen genoeg van kreeg, die kan nu terecht bij dit collector’s item, dat opnieuw uitpakt met vijfendertig confronterende minuten.

Het grote verschil is echter dat het hier gaat over soloperformances, want Peter Evans kreeg de A-kant toegewezen en Wooley de B-kant. Natuurlijk was het ook maar een kwestie van tijd voor deze twee kleppers opnieuw samen zouden belanden, want sinds hun entree in het midden van het vorige decennium zijn beide muzikanten uitgegroeid tot cultfiguren met een enorme productiviteit en drang tot creatieve expressie. Beiden bewegen ze zich vaak in avant-garde vaarwateren (Evans bijvoorbeeld regelmatig aan de zijde van Evan Parker, Wooley bij Paul Lytton), maar ze zijn ook niet vies van een knik richting traditie. Liet Wooley met z’n Quintet horen ook in staat te zijn tot het maken van erg knappe moderne jazz, dan zijn Evans’ capriolen met het geschifte jazzkwartet Mostly Other People Do The Killing al langer dan vandaag bekend.

Evans is technisch gezien ongetwijfeld de meest onderlegde muzikant. Hij is degene die zowel klassieke solorecitals aankan als pure jazzhommages waarin tics van zowat alle vooraanstaande trompettisten verwerkt worden. Z’n instrumentbeheersing, vingervlugheid, bagage en bereik zijn gewoonweg overrompelend. Bij Wooley lijkt dat aanvankelijk wat nauwer, wat er dan weer voor zorgt dat zijn discografie waarschijnlijk iets coherenter is en meer gericht op het uitpuren van een eigen stijl, waarbij heel vaak de nadruk ligt op het spelen met textuur, volume en minimalistische ideeën. Solosets leiden zo bvb. vaak tot compacte droneperformances die afgewerkt worden met een indrukwekkende concentratie en zenachtige controle.

Daarom is het misschien een beetje verrassend dat het niet Evans is die hier zorgt voor de meest excentrieke bijdrage, al heeft die zich ook nergens ingehouden. Zijn “Natural Light” is dan ook een fantastische luisterervaring, waarbij hij het hele register van experimentele speelmogelijkheden lijkt af te lopen, met de circulaire ademhaling op kop. Grote happen van zijn bijdrage worden dan ook in ononderbroken golvende bewegingen gespeeld, met toe- en afnemende trillingen en druk, het opduiken van dubbelklanken, manipulaties die lijken aan te sluiten bij elektronische vervorming en een haast hallucinante densiteit krijgen in gegier als Antarctische winden en hypnotiserende vuile randen die het hysterische schetterregister opzij schuiven om uiteindelijk te belanden bij agressieve herhaalde luchtstoten.

Wooleys “An Hour Of Continuous Music For Walter Marchetti”, dat je opzadelt met de verwachting nog meer ononderbroken muziek te krijgen, is een beproeving die korte brokken muziek voortdurend afwisselt met stille passages tot soms bijna dertig seconden lang. Het vreemde is dat je steeds in het midden van een nieuwe performance lijkt terecht te komen, waardoor je het gevoel krijgt te maken te hebben met stukken die aan elkaar geplakt werden met veel ruimte ertussen, ofwel muziek die bewust niet helemaal vrijgegeven is, alsof het de bedoeling is dat je maar goed de helft te horen kreeg en de rest erbij dient te verzinnen. De lange rustpauzes hebben alleszins een dubbel effect: enerzijds, en dat kan je als voordeel zien, bezorgt het je elke keer een nieuwe start, kan je elk stuk beschouwen als een nieuw avontuur, nadat je hebt kunnen proeven van het voorgaande. Anderzijds stelt z’n eigen continuïteit op losse schroeven en heb je nergens het trance-effect dat Evans wel kan creëren.

De variatie in deze stukken is niet alleen opmerkelijk door Wooleys imposante palet aan mogelijkheden – van onherkenbare plofgeluidjes en krakende effecten tot texturen die doen denken aan rietblazers -, maar wordt voor een groot stuk ook bepaald door externe ingrepen, waardoor hij in dialoog kan gaan met teruggekaatste fragmenten van zichzelf, wat leidt tot soms bombastische muziek vol schurend gekwetter, borrelend gepruttel en spacey psych-werelden die plots de deur openen. Een mindfuck van jewelste, maar door die lange stiltes wip je wel steeds omhoog van je stoel om te kijken of je lp geen nodeloze rondjes aan het draaien is. Dat alleen al zorgt ervoor dat je je niet kan onderdompelen zoals in het stuk van Evans. Niettemin is Instrumentals Vol. 1 opnieuw een aanrader voor wie ook maar de vinger aan de pols van de hedendaagse geïmproviseerde muziek wil houden.

… en enige haast is geboden. Het album verscheen voorlopig enkel in een oplage van 150 exemplaren (wit vinyl) en wordt in België uitsluitend verdeeld door Instant Jazz (www.instantjazz.com). Nate Wooley speelt binnenkort drie concerten met Malus (Hugo Antunes, Chris Corsano, Wooley) in België: op 26/5 tijdens het Citadelic Festival in Gent (met Giovanni di Domenico), op 27/5 tijdens het Moving Sounds Festival in Les Ateliers Claus in Brussel (met di Domenico en Daniele Martini), en op 30/5 in De Singer in Rijkevorsel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − acht =