Disappears, 31 maart 2012, KC België

Het gaat snel voor Disappears; in nauwelijks twee jaar tijd bracht het kwartet drie platen uit. En werd op Pre Language het door krautrock geïnfecteerde lofi- postpunkgeluid van Lux en Guider ingeruild voor melodieuzere en beter uitgewerkte indierock. Die lijn trokken Brian Case en co. ook op het podium door met een beresterk concert.

Maar eerst was het de beurt aan Bitchin Bajas. Over gammele ritmes spinde het duo met zijn vintage synths garen van melodieuze drones die in elkaar geweven werden tot mellow klanktapijten waar op gepaste momenten overheen werd gesoleerd. Wanneer de ritmes te tribaal klonken, durfden we de aandacht wel eens verliezen. Maar ondanks dat minpuntje slaagden de Amerikanen erin ons mee te nemen op een boeiende en in sepiatinten gedrenkte trip over de Golden Gate Bridge.

De laidback minimal music van het voorprogramma was als een welgekomen massage van onze slapen want toegegeven: we waren nogal gespannen voor wat komen zou. Met Steve Shelley in de rangen, uitstekende albums op zijn conto en een ijzersterke prestatie de avond ervoor in Ateliers Claus, schiep Disappears immers torenhoge verwachtingen. Maar in tegenstelling tot in Brussel was het optreden in het KC België lang niet uitverkocht. En dit ondanks de buzz die rond de band wordt gecreëerd.

Dat de hype terecht is en dat thuisblijvers ongelijk hadden, bewees Disappears zaterdagavond ten overvloede. “ Is it real or is it replicate? “ vroeg Case zich tijdens “Replicate” af en we kunnen hem geruststellen; zijn band is wel degelijk for real. Vanaf de eerste noten van opener “Marigold” zat het er immers boenk op. Geconcentreerd en tegelijkertijd ontspannen, zette de groep met een naar The Psychedelic Furs refererende gitaarlick het nummer in waarna een Velvet Underground- achtig ritme een trein op gang trok die gedurende een dik uur met man en macht niet viel te stoppen. Dat er met heel veel goesting en overgave gespeeld werd, bewees ook “Minor Patterns” dat een pak vuiger en noisier klonk dan op plaat. Het geheim daarachter gaf zich prijs in de pauzes tussen de nummers; in gitaarversterkers weerklonk immers een non-stop rondkolkend en dol makend delay-effect.

Maar pas tijdens het door Can-geïnspireerde, sublieme én met veel vuur in de vingers gespeelde “Joa” werd echt duidelijk wat de grote troef van deze groep is; namelijk de ritmesectie. Drummer en bassist bleken perfect op elkaar ingespeeld, het ritme mokerde erop los en vuurde de gitaristen Case en Van Herik voortdurend aan.

Gelukkig maar want het publiek, dat heel wat tammer was dan het Brusselse, liet dat veel te vaak na. Het leek ook alsof dat invloed had op het spel van de bandleden. In de hoofdstad opgejut door een ruiger, ten dele uit noiseniks bestaande publiek, klonk Disappears daar gejaagd, punky, strak. In Hasselt ging het er misschien nèt iets speelser en gezapiger aan toe, wat dan weer het voordeel had dat er meer ruimte voor improvisatie was.

Bref ; Case en zijn partners in crime speelden ook in Hasselt een set waar nagenoeg niets op af te dingen viel en zijn wat ons betreft alles wat een indieband anno 2012 hoort te zijn: oprecht, zelfzeker, relaxt maar bovenal muzikaal één en al excitement. En voor wie is thuisgebleven; er zijn nog steeds de Pukkelpop lijstjes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 15 =