Five Corners Quintet :: The Helsinki Sessions

Robuuste, zweterige, zelfs opzwepende muziek uit Finland, het is iets dat je je niet meteen kan voorstellen. Net zoals Arvo Pärt-achtige muziek uit Oeganda en fanfaremuziek uit Thailand. Dat het toch mogelijk is, bewijst dit Finse kwintet met zijn derde album, het eerste dat puur akoestische jazz bevat.

De vorige twee albums — Chasin’ The Jazz Gone By (2005) en Hot Corner (2008) — volgden immers een eerder beproefd recept: dat van het combineren van akoestisch en digitaal, van samples, beats en live uitvoering. Die twee albums waren behoorlijk succesvol, want naar verluidt zou de band een van de succesvolste Finse exportproducten zijn, al zou het wel eens kunnen dat die hippe platen niet zo’n lange houdbaarheidsdatum hebben, ondanks de aanwezigheid van gelauwerd jazzvocalist Mark Murphy.

Met The Helsinki Sessions wordt er teruggekeerd naar de roots door de elektronica en zang overboord te gooien en te gaan voor een klassieke concertopname. Op basis van deze plaat stond de keet zowat in de fik. Het album opent en sluit af met bijzonder enthousiast applaus, dat ook doorheen de nummers te horen valt. Gezien de wanstaltig hoge alcoholprijzen moet dat wel betekenen dat de band het vuur aan de lont stak, die avond in 2010 in Helsinki. Hier is het heilige vuur van de Blue Note-platen van de late jaren vijftig en vroege jaren zestig te horen.

Wie een zwak heeft voor het werk van Art Blakey en Horace Silver, de Koningen van de Hardbop — vet swingende jazz met korrelige blueslicks, sexy schwung en onderbuikgevoel — die is aan het juiste adres bij The Helsinki Sessions. De band heeft het immers allemaal in huis: het zwierige samenspel van de blazers (trompettist Jukka Eskola en tenorsaxofonist Timo Lassy), de opjuttende accenten van pianist Mikael Jakobsson, die nu en dan wat doet denken aan het funky spel van Bobby Timmons, en een ritmesectie (bassist Antti Lötjönen en drummer Teppo Mäkynen) die begrepen hebben dat in elkaar haken en vervolgens niet meer loslaten het beste recept is om de handen te doen klappen, de vingers te doen knippen en de konten te doen draaien.

Van de zonnige opener "Trading Eights" tot de uit z’n voegen barstende afsluiter "Shake It" krijg je hier een fusillade van catchy thema’s en bruisende solo’s, waardoor vier van de zeven stukken over de grens van tien minuten schieten en de band zelfs tijdens de meest ingetogen momenten ("Midnight In Trieste" en ballroomplakker "Three Corners") speelt met een genereuze warmte en aanstekelijkheid. Maar het is dus vooral feel good-muziek, met vaak eenvoudige exotische ritmes, knetterende blazersolo’s en een overschot aan momenten waarmee gescoord kan worden. Deze knapen weten perfect hoe ze een publiek kunnen bespelen en opjutten, iets wat dit album tot een levend document maakt.

Dan rest enkel nog de vraag wat een plaat die klinkt alsof ze opgenomen werd in 1961 nog te betekenen heeft in 2011. Wel, dat hangt natuurlijk volledig van de luisteraar af. Wie wil ontdekken waar jazz momenteel staat, die kan deze kelk gerust aan zich voorbij laten gaan. Dit is, ook al wil het kwintet zich profileren als een voorwaarts denkende band, een door en door traditionele plaat. Anderzijds is een succesformule die met kennis van zaken, overtuiging en energie uitgevoerd wordt ook steeds goed voor op z’n minst een guilty pleasure, al zou het een beetje flauw zijn om het tot dat te reduceren. The Helsinki Sessions is gewoonweg steengoeie retrojazz van een paar bleekscheten die vermoedelijk beseffen dat ze amper moeten onderdoen voor de kanonnen van een halve eeuw geleden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + zeven =