Tides From Nebula :: Earthshine

Mystic Productions, 2011
Bertus

Het lijkt wel alsof iedere postrockgroep ter wereld de laatste
paar weken een nieuw album voorschotelt aan zijn gretig publiek.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat ondergetekende zich steeds
meer vragen begint te stellen over hoe men dat nu eigenlijk voor
elkaar speelt, een album van dergelijk allooi ten volste vatten.
Een kennis uit Wales plaatste onlangs volgende tip op zijn
teerbeminde Facebook voor het bekomen van een optimale
luisterervaring van de meest diepgegronde postrockgeluiden. Het was
zijn advies om rond een uur of vijf ‘s nachts nog steeds in je tuin
te vertoeven, bij voorkeur in het gezelschap van een frisse pint en
een fonkelende sterrenhemel, maar verder met slechts een
koptelefoon op je hoofd in het niets te turen, just to make
sense of it.

Als je er eenmaal over begint na te denken, is het beschrijven
en becommentariëren van een postrockplaat uiteindelijk allesbehalve
een makkelijke klus om te klaren. Kritiek kunnen we alvast niet
geven op de tekst, want deze is vaak onbestaande. Een coherente
opbouw is eveneens ver zoek, aangezien postrock er naar streeft om
de logistieke grenzen van een nummer te overschrijden. Het enige
wat men als recensent kan doen, is het innerlijke gevoel
beschrijven dat in je opkomt bij het luisteren naar dergelijke
nummers; de beelden die op je netvlies priemen wanneer je de ogen
sluit. Zo kom je al snel aan een heel arsenaal vergezochte
metaforen. Wegdromen is steevast de boodschap, om dan op tijd en
stond opgehitst te worden door allerhande verbazingwekkende
crescendo’s, zoals bijvoorbeeld op ‘Earthshine’, het nieuwste
spervuur dat Tides From Nebula op zijn luisteraars loslaat.

Stapsgewijs komt ‘Earthshine’ op gang met het bloedmooie ‘These
Days, Glory Days’. Hierin staat de piano centraal, vooral wanneer
het nummer zich keer op keer weet her op te bouwen, tot op de
laatste noten toe. Zacht drumgeroffel staat het klavier bij, tot
het geheel losbarst in een vleug van gitaargeweld. Het nazinderen
van een steen die vakkundig in een willekeurig idyllisch meer
geworpen werd is er niets bij. Het enerverende ‘The Fall of
Leviathan’ is robuuster dan zijn voorganger. Het nummer zoekt
fellere contrasten op maar blijft desondanks in cirkeltjes draaien.
‘Waiting for the World to Turn Back’ is stukken korter dan de
overige nummers op de plaat (uitgezonderd het sferische
‘Hypothermia’), maar laat toch een aanzienlijke indruk na doordat
het lied gehuld gaat in een pikzwarte waas aan melancholie.

Net zoals bij de openingstrack worden wij ook tijdens ‘Caravans’
volledig in vervoering gebracht. Waan jezelf geheel afgezonderd in
een anders kleurrijk bruisend zigeunerdorp, zak diep weg in je
stoel en geniet. In hoeverre wij een postrocktrack als ‘zomers’
kunnen bestempelen, baadt het eerste deel van ‘White Gardens’ in de
krochten van ieders favoriete seizoen. Volkomen ontsteld waren we
dan ook toen plots, geheel uit het niets, je reinste metalgeluiden
uit de cd-boxen knalden. Een coherent geheel is ‘White Gardens’
alvast niet. ‘Siberia’ is amper een sneeuwtapijt te noemen, maar
drijft evenwel weg in meanderende schoonheid, die zonder al te veel
omslachtige slagen of stoten (zoals bij zijn voorganger) tot stand
komt en uitdeint in het strelen van de pianotoetsen. Ook ‘Cemetry
of Frozen Ships’ zindert, met de uitzondering van wat speels
gitaargetokkel, eenvoudigweg na en vormt aldus een weinig
verrassende, maar uiterst toepasselijke slotnoot.

Tides From Nebula brengt lang niet de meest vernieuwende
postrock teweeg, maar laat je hier niet aan vangen; verbluffen doet
‘Earthshine’ zeker. Acht nummers lang bezorgt de Poolse formatie
ons kippenvel in zijn zuiverste, meest ongedwongen vorm. De
productie zit daar zeker en vast voor iets tussen. Deze werd
verzorgd door Zbigniew Preisner, een bekende en begeesterde
filmcomponist uit eigen land. En zo klinkt ‘Earthshine’ ook, als
een lange, beeldende soundtrack.

http://www.myspace.com/tidesfromnebula

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + vijftien =