Berlinaire 2011

Vooruit, Gent, 8 april 2011

Dat noemen wij nog eens lef. Terwijl in Brussel de deuren van de
Ancienne Belgique een week lang openstaan voor de laatste editie
van het Domino festival – vijftien jaar lang een baken van
inventiviteit en telkens één van de coolste evenementen van het
jaar – komen de heren en dames van de Gentse Vooruit op de proppen
met het Berlinaire Festival: een gloednieuw concept dat de
vibe van de Duitse hoofdstad naar het hartje van
Oost-Vlaanderen moet brengen. Beeldende en audiovisuele kunsten
zijn twee dagen het codewoord in het cultuurcentrum, en daar hoort
vanzelfsprekend een nachtprogramma bij dat het beste van het
Berlijnse nachtleven op twee podia verzamelt.

Wij gingen alvast een kijkje nemen in de concertzaal, die voor
de gelegenheid tot Modeselektor Floor was omgetoverd. Hoe
dat in zijn werk ging? Simpel: de twee zotte Duitsers trommelden
een rist maten en muzikale verwanten op en schotelden ons één van
de vetste line-ups voor die wij al gezien hebben.
Eigenlijk is dat niets nieuws: net als de gebroeders Dewaele hen
voordeden met Radio Soulwax, tourt de Duitse band momenteel de
wereld rond met Modeselektion. Vorige maand haalden ze hun
trukendoos nog boven op het Amsterdamse 5 Days Off – onder meer
Apparat en Hudson Mohawke kwamen daar een vriendendienst bewijzen –
en nu stond de Arteveldestad op het programma.

Dat er niet te veel poeha verkocht zou worden, mochten we meteen
aan den lijve ondervinden. Het Gentse Teddiedrum
de enige band van de avond die niet uit de Krautmetropool komt –
brak de electropop-jazz in de stilaan vollopende zaal open met een
streep loeihard gitaarwerk, een stem die onmogelijk dichter bij Jan
Paternoster kon liggen, en een visueel schouwspel waarin
laserstralen als een harp bespeeld werden -dan wel het soort
geflipte harp die drums en beats genereert. Hun stampende
electrofunkpop bleef indrukwekkend overeind, en met het
hyperaanstekelijk absurdisme van ‘The Onion’ en de frivoliteit van
pakweg Dan Deacon werd al snel de toon gezet.

Teddiedrum scheerde langs bitpop en Hot Chip en donderde in de
afsluiter nog eens over Iron Maiden. “Dit nummer is metalstyle”
bleek niet gelogen. Als deze band een ding gemeen heeft met de
curator van de avond, is het wel de voorliefde voor geflipte
cross-over. Het bevallige meisje dat naast ons post had
gevat en speciaal voor deze mannen uit Japan terug was gekomen (ok,
die aardbeving zat er misschien ook voor iets tussen) gaf ons nog
mee dat de twee heren eigenlijk nog maar een klein jaar met dit
project bezig zijn. Straf.

Voor nog meer cross-over was er de post-pop electrofolk
(we verzinnen niets) van Bodi Bill. In stijlvolle
maatpakken uitgedost – hun glitterpakjes werden voor één keer niet
bovengehaald – begon het trio aan een set die zachte panfluiten
moeiteloos vastreeg aan beklijvende beats, eightiestechno en de
emotie en bezieling van een band als The National. De set van Bodi
Bill draaide niet uit op een gratuit feestje als wel op een
bezwerende mix electronische muziek met de weerhaken van een
degelijk rocknummer. Een donker maar o zo puur ‘Hotel’ gaf de maat
aan, maar de beat in ‘Pyramiding’ werkte naar een weerbarstig
contrapunt dat exemplarisch bleek voor de passage van de groep.

‘Garden Dress’ en ‘Brand New Carpet’ hielden een verschroeiend
tempo aan terwijl het trio zelf een stel onbeholpen Ian
Curtis-danspassen tevoorschijn haalde. Een uitstekend gebracht ‘I
Like Holden Caulfield’ werd als het laatste nummer aangekondigd,
maar Bodi Bill trakteerde de fans daarna nog op een uitsmijter van
jewelste met een track die gedurende een kwartier vervaarlijk dicht
bij de bigbass van Modeselektor kwam, maar ondertussen zware
electroclash, glitch, bigbeat en drone à la Fuck Buttons
in zijn kielzog meesleurde. Grote klasse zonder weerga.

Een kwartier later was het de beurt aan KRSN,
een naam die bij ons hoegenaamd geen belletjes deed rinkelen. Maar
goed, KRSN moet blijkbaar het alter ego zijn van een jong
opdondertje dat verdorie lef in overvloed heeft. De snedige set
begon alweer met beats om van achterover te vallen, maar begaf zich
spoedig middenin het spectrum tussen Oneohtrix Point Never en
(alweer) Fuck Buttons. Ons viel vooral op hoe uitgekiend KRSN zijn
uurtje achter de draaitafels opbouwde. Zijn soms naar IDM en
dubstep neigende mix ontplofte nooit, maar sloop omhoog aan een
helling die net steil genoeg was om verslavend te zijn. Af en toe
dreigde het even in middelmaat te vervallen, maar na enkele flarden
verwoestende techno stond je toch alweer met je benen in een
knoop.

Zonder verpozen nam Siriusmo het roer over. Die
naam klinkt u misschien niet erg bekend in de oren, maar we
verzekeren u dat de van Oost-Berlijn afkomstige Moritz Friedrich na
meer dan tien jaar een smetteloze reputatie geniet in het wereldje.
Het enige probleem: Moritz is een einzelgänger pur sang.
Opnames maakt hij zonder uitzondering alleen, in een kamertje waar
niemand anders binnen kan. Bovendien heeft de brave man gigantische
podiumvrees, waardoor hij slechts zelden live te zien is buiten
Duitsland. Met Modeselektion namen zijn goede maten en bewonderaars
Bronsert en Szary hem mee op sleeptouw. Terecht ook, want wat
Siriusmo achter zijn batterij electronica doet, is ronduit
verbluffend.

Je voelt ook meteen waarom hij het zo goed vinden kan met de
curators. Naast zoemende synths en krakende keyboards is de basis
van zijn set vooral opgetrokken uit pompende ghettotech en
moddervette beats. Meer dan eens hadden we het idee dat
Modeselektors ‘Black Block’ door de mangel werd gehaald: telkens
weer bleek dat de grondtoon ervan gewoon exacte dezelfde is als het
werk van Moritz, maar vanuit die fundamenten sneed hij wel
vlijmscherp door grootheden als Daft Punk en Kraftwerk. Dat die
hardnekkige podiumvrees evenwel nog steeds niet overwonnen was, zag
je aan de manier waarop hij achter zijn materiaal stond. Net als
KRSN bewerkte hij werktuiglijk en vakkundig zijn toestellen, maar
interactie met het publiek was er nooit. Niet dat dat iemand kon
schelen, want op de wervelende set was niets af te dingen.

Om twintig over twee nam hoofdact Modeselektor
de fakkel over op een loodzware bass met een metallische hartslag.
De reactie vanuit de zaal was uitzinnig, maar de twee dirigenten
waren uit op totale overgave. Haast ongemerkt diepten ze de
vocals van TTC op en klinkt het “Modeselektor est une
bande de mec sympa.” Ongelooflijk hoe Bronsert en Szary hun set van
het ene hoogtepunt naar het andere leiden zonder ook maar een
moment te vervelen. Het van gewapend beton vervaardigde ‘Black
Block’ was een ongeziene apotheose, maar op dat moment zaten we nog
niet eens over de helft. Passeerden onder meer nog de revue: een
imitatie van Antony Hegarty en Björk in Modeselektors remix van
‘Dull Flame Of Desire’, een vernietigend ‘Hyper Hyper’ en het
ronduit volmaakte ‘Let Your Love Grow’ met de fantastische gaststem
van Paul St. Hilaire. Beste moment van de avond? Bronsert en Tzary
die vooraan op het podium een stel champagneflessen komen
leegspuiten over de frontstage en het feestje zo helemaal doen
ontploffen.

Hoe Modeselektor precies klonk, valt niet te beschrijven. We
hoorden ghettotech, hip-hop, glitch, IDM, flarden dubstep,
conventionele techno en electro, en zowat alle termen die men in de
jaren al uitgevonden heeft om hun sound op papier te zetten – een
bloemlezing: bastard dancehall, euro crunk, acid rap, big bass
techno, labstyle, happy metal, psychedelic electro, hard rap,
glitch-hop en “bassbin-blowing techno hop dubstep core”. Om maar te
zeggen: Modeselektor is een eigenzinnige band.

Na dik twee uur kondigde Modeselektor Cosmin
TRG
aan. Het publiek sputterde heel even tegen, maar dat
eindigde zodra de Roemeen aan zijn werk begon. De zaal werd
ondergedompeld in een futuristische trance die ons herinnerde aan
Daft Punks ‘High Life’, en Cosmin Nicolae voerde vervolgens een
eclectische mix op die meermaals naar Mount Kimbie of Skream en
Benga neigde. Enkel jammer dat de zaal stilaan leegliep, want
Cosmin TRG bracht een proeve van het betere uitgaansleven.

Wij lazen een week terug dat de organisatoren van Berlinaire
gerust een jaarlijks evenement willen maken als het een succes zou
blijken. Hewel, doe maar jongens. Zes bands, waarvan twee
verbluffend waren, één goddellijk, en geen enkele minder dan
uitstekend: dat noemen wij een succes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − tien =